*

 

Gelekte documenten tonen aan: Israël moet onder druk gezet

26/01/11, 00:00

Er zijn genoeg redenen om moedeloos te worden van het Israëlisch-Palestijnse conflict. De wetenschap dat een oplossing, hoe onvolkomen ook, al vaak op tafel heeft gelegen, is daarvan niet de minste.

Beide partijen hebben elkaar er sinds de akkoorden van Oslo (1993) van beschuldigd het bereiken van een definitieve regeling te dwarsbomen. Vaststaat dat Israël fors bijdroeg aan de impasse door halsstarrig vast te houden aan de bezetting en het uitbreiden van de nederzettingen, terwijl de Palestijnen het perspectief op vrede verduisterden door terrorisme in te zetten als verzetsinstrument.

De verleiding bestaat om in deze situatie te kiezen voor het principe ’waar twee kijven, hebben twee schuld’. Maar de uitgelekte documenten van de besprekingen tussen Israël en de Palestijnen, die een zeer authentieke indruk maken, laten zien dat in elk geval de afgelopen tien jaar de Palestijnen meer geïnteresseerd waren in een akkoord dan de Israëliërs. Daarbij gaat het overigens uitsluitend om het Palestijnse Bestuur van president Mahmoud Abbas. Hamas, alleenheersend in Gaza, staat buiten alle overleg.

De concessies waar de Palestijnse onderhandelaars toe bereid waren – vergaande erkenning van de Israëlische annexatie van Oost-Jeruzalem, slechts een symbolische terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun woonplaatsen van voor 1948 – hadden Israël er zeker toe moeten bewegen ook over de brug te komen.

Maar achtereenvolgende Israëlische regeringen bleven beweren dat er aan Palestijnse kant ’geen partner’ was voor vrede – een gotspe, zo blijkt nu.

Dat Abbas bereid was ver te gaan, tekent zijn zwakke positie. En het publiek worden van zijn toegeeflijkheid, zonder dat er een akkoord tegenover staat, ondergraaft zijn gezag alleen maar verder. Hamas beschuldigt hem al van verraad.

Voor de internationale gemeenschap moet de conclusie zijn dat Israël de partij is die onder druk gezet moet worden. President Obama heeft dat geprobeerd, maar stuit op binnenlandse hindernissen. De Europese Unie zou een grotere rol kunnen spelen.

Maar dan moeten regeringen als de Nederlandse, die zich onlangs nog keerde tegen non-gouvernementele organisaties die Israël kritiseren, hun toewijding aan de internationale rechtsorde serieuzer gaan nemen. Ook als het gaat om bondgenoot Israël.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />