Bijna geen leerling gaat nog zonder z’n mobieltje naar school. En dat gebruikt hij ook, maar niet altijd op een manier die door de beugel kan. Ook docenten moeten met de nieuwe sociale media leren omgaan.
Intussen is de rust op school wel zo’n beetje teruggekeerd, vertelt teamleider Peter Schütt. Maar inderdaad, een aantal dagen werd er op zijn school, het Huygens College in Amsterdam, over bijna niets anders gesproken dan over dat ene ’incident’.
Van een meisje van dertien, leerling van de school, verschenen op Twitter foto’s waarop ze uitdagend schaars gekleed was. Als ’straf’ voor haar sexy escapade was ze in elkaar geslagen door een groepje jongens. „Niet in de buurt van onze school, en niet door leerlingen van ons”, benadrukt Schütt.
Toch kreeg het Huygens College er rechtstreeks mee te maken, want de lokale televisiezender AT5 bracht een leerling voor de camera die het roerend eens was met die afstraffing. „Hoerengedrag moet worden bestraft”, zei hij zelfverzekerd.
Heftig – maar in zekere zin is wat het Huygens College overkwam niet zo bijzonder. Want er zijn nauwelijks nog scholen te vinden die ontkomen aan de invloed van nieuwe sociale media. Leerlingen hebben Hyves, Twitter en YouTube tegenwoordig voortdurend binnen handbereik, via hun mobiele telefoon. Dat heeft grote invloed op de verhoudingen tussen leerlingen onderling, en ook op die tussen leraar en leerling.
„Op elke school waar ik kom, kunnen leraren wel één of twee gevallen noemen waar iets mis is gegaan”, zegt Debby Dacier van onderwijsadviesbureau CPS. Samen met twee collega’s schreef zij het boekje ’Gedist? Antwoord op grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs’, met onder meer adviezen voor docenten over hun omgang met leerlingen in het digitale tijdperk. Digitaal pesten verschilt op zich niet veel van ’gewoon’ pesten, zegt zij. „Maar de virtuele wereld is een soort niemandsland. Er is geen toezicht door volwassenen, er zijn nauwelijks regels. Er gebeurt heel wat waar docenten niets van weten. Maar veel scholen doen aan struisvogelpolitiek: ze steken hun kop in het zand.”
Tot dat niet langer kan, omdat een voorval de school tot optreden dwingt. Het CPS-boekje illustreert dat met voorvallen uit de praktijk. Van leraren die ingaan op uitnodigingen van hun leerlingen om Hyves-vriend te worden. Of van de leraar wiens vakantiefoto’s op een nudistencamping – niet goed afgeschermd op internet geplaatst – de school rondgaan. Roemrucht zijn ook de filmpjes die leerlingen van achter in de klas maken met hun mobiele telefoon en die ze vervolgens op YouTube plaatsen. Zo is er een filmpje te vinden waarin een leerling zo kwaad wordt op zijn docent dat hij hem aan z’n colbertje van z’n stoel trekt, die stoel wegsmijt en de docent de klas uitzet. Voor wie zoiets overkomt onder de ogen van de twintig leerlingen van een klas is dat al een nachtmerrie. Maar dit filmpje is niet door twintig, maar door 103.492 mensen bekeken.
„Leerlingen kunnen vaak niet inschatten wat de gevolgen zijn van zulke acties”, zegt Dacier. „Daarnaast speelt ook mee dat leraren en leerlingen heel verschillende manieren van communiceren hebben ontwikkeld. Een docente van wie een filmpje op internet geplaatst wordt waarop ze danst op een schoolfeest, wordt misschien heel boos. Maar voor leerlingen is zoiets volstrekt normaal.”
Daciers boekje bevat geen kant-en-klare antwoorden op de vraag hoe een school met de werkelijkheid van de nieuwe sociale media moet omgaan. Maar één advies wil Dacier wel geven: wacht niet met erover nadenken tot er iets misgaat, maar wees het voor. „Stel het aan de orde onder leraren, besteed er aandacht aan in de klassen.”
Het Hendrik Pierson College in Zetten doet dat inderdaad, al een jaar of vijf. In alle eerste klassen wordt een serie lessen gegeven over de risico’s van internetgebruik. „Er komen bijvoorbeeld oud-leerlingen langs met ervaringen op dit gebied”, vertelt Yvonne Casteleijn, lerares en vertrouwenspersoon van de school. „En de politie komt langs om te vertellen dat er strenge straffen staan op internetmisbruik.”
Wat altijd ook indruk maakt, is wat Casteleijn ’rechercheren’ op internet noemt: de leerlingen gaan na wat ze over zichzelf kunnen vinden. Dan blijken ze vaak ook zaken te vinden waarvan ze zelf dachten dat ze die verwijderd hadden. „Sommige leerlingen zijn nog heel bleu, die denken: goh, kan dat allemaal? En degenen die al meer ervaring hebben, worden zich bewust van de risico’s.”
Elke lessenserie wordt afgesloten met een avond waarvoor ook de ouders worden uitgenodigd. Belangrijk, zegt Casteleijn. „Van een aantal van hen gaan de ogen open. Die vinden het best, zo’n laptop op de kamer van hun kind; waar het z’n huiswerk op kan doen. Ze hebben totaal niet in de gaten dat er intussen ook heel andere dingen op die laptop gebeuren.”
Maar niet alleen de verhoudingen tussen leerlingen onderling of dreigend wangedrag jegens hun leraren verdienen aandacht, zegt Ton Roelofs, directielid van het Penta College in Spijkenisse. Ook docenten zelf moeten leren met die sociale media om te gaan. „Nieuwe media kunnen heel makkelijk tot rolverwarring leiden”, zegt hij.
Vooral jonge leraren zijn vatbaar voor uitglijders, vertelt Roelofs. „Die krijgen bij wijze van spreken de broertjes en zusjes van hun vrienden in de klas. Dan lijkt er niets mis mee om foto’s van leerlingen op je eigen site te zetten. Of in e-mails verder te gaan dan je pedagogische rol toestaat, bijvoorbeeld door toespelingen te maken op je eigen gevoelens of materiaal uit te wisselen. Leerlingen hebben vaak niet in de gaten dat dat in feite grensoverschrijdend gedrag is. Maar ze voelen wel meteen: dit is spannend. Dan weet je als leraar: je bent te ver gegaan.”
Ge- en verboden helpen nauwelijks bij het voorkomen van problemen met sociale media, weten Roelofs en Casteleijn. Op het Penta College moeten de mobieltjes tijdens de les uit staan. Maar lang niet elke leerling die er stiekem mee in de weer is, zal gesnapt worden, weet Roelofs. „Bovendien, digitale methoden worden steeds belangrijker in de les, dus de computer zal vaak aan staan. En een tweet is zo geplaatst.”
Het is als met vuurwerk, concludeert Roelofs. „Het is een illusie om te denken dat je ongelukken kunt uitbannen. Maar je moet wel zorgen voor een goede handleiding.”
Dat heeft het Huygens College nu ook ervaren. De school weet niet eens wat er precies gebeurd is – de zaak ligt nog bij de politie. „Het betrokken meisje zegt dat er een foto is gebruikt die op een gestolen mobieltje stond, en dat die is gefotoshopt”, zegt Schütt. „Dat kan best waar zijn, dit meisje lijkt me te slim om zelf zo’n foto te verspreiden. Maar ja, er gebeurt van alles waar wij geen weet van hebben, ze zijn zó veel bezig met hun mobieltjes...”
Intussen is het incident in alle klassen besproken en er komt ook nog een avond voor ouders. Het meisje schaamt zich en wil graag naar een andere school, de jongen die op AT5 z’n mening gaf, heeft volgens Schütt ’enorm veel spijt’. „Het was vooral stoer gedrag voor de camera, zegt hij nu.”
De school besteedde trouwens altijd al aandacht aan nieuwe media, in de tweede klas. Maar dat is kennelijk niet genoeg. „Je moet het onderwerp regelmatig laten terugkomen”, zegt Schütt. Maar ook hij weet: „Je kunt als school veel doen, maar je kunt zulke incidenten niet voorkomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.