*

 

Lust is niet alleen iets voor de jeugd

Sytske van Aalsum − 11/02/11, 00:00

Seks en ouderen is een blinde vlek in onze cultuur. Onderzoekster Aagje Swinnen stelde een boek samen over een groot taboe: seksualiteit blijkt voor het merendeel van de ouderen een wezenlijk onderdeel van hun bestaan.

  •  (EPA)
    (EPA)

’Seksualiteit van ouderen is nog een groter taboe dan ik dacht. Niet bij ouderen zelf hoor. Dat merk ik aan de reacties op mijn boek. Ouderen bedanken me, ze voelen zich gesterkt omdat ik het onderwerp bespreekbaar maak. Eigenlijk is het een blinde vlek in onze cultuur”, zegt dr. Aagje Swinnen (34).

Zij is onderzoeker en universitair docent bij het Centrum voor Gender en Diversiteit van de Universiteit Maastricht. Onlangs verscheen onder haar redactie het boek ’Seksualiteit van ouderen, een multidisciplinaire benadering’. Het boek rekent af met het cliché dat lust en passie alleen aan de jeugd zijn besteed. Het thema wordt belicht vanuit de seksuologie, geneeskunde en gezondheidswetenschappen, filosofie, kunst en cultuurwetenschappen, reclame en literatuur.

Juist dat bredere perspectief ontbrak tot nog toe in het Nederlandse taalgebied, legt Swinnen uit. „Er zijn het afgelopen decennium wel heel wat publicaties verschenen over dit onderwerp, maar die zijn meer gericht op de praktische, lichamelijke aspecten. Ze staan niet stil bij de wijze waarop het denken over seksualiteit van ouderen cultureel is bepaald.”

Ook zijn er wel onderzoeken gedaan naar seksualiteit van ouderen, maar die zijn volgens Swinnen beperkt van opzet, omdat ze zich vooral richten op cijfers. „Er bestaat weinig onderzoek naar vragen over seksualiteit en intimiteit. En als het gaat om verliefd worden, zijn het altijd de twintigers die de onderzoeksgroep vormen. Maar hoe verliefdheid werkt bij ouderen, dat weten we niet.”

Terwijl dat laatste natuurlijk wel gebeurt. In het boek wordt het voorbeeld gegeven van een weduwe (69) die een weduwnaar (76) treft. Het stel raakt straalverliefd en met de seks gaat het buitengemeen goed. Ze belanden wel voor een gesprek bij de seksuoloog, omdat vooral de vrouw zich zorgen maakt over de vraag of haar wellicht iets lichamelijk mankeert. Ze heeft namelijk altijd zin om te vrijen, als ze in de buurt van haar geliefde vertoeft. En dat is toch niet normaal op haar leeftijd?

Swinnen noemt dit een typisch voorbeeld van cultureel bepaald gedrag: vrouwen van bijna 70 jaar hebben toch geen zin meer in seks en nemen zeker niet het voortouw? De seksuoloog stelde de vrouw gerust met de vaststelling dat meer seksegenoten van haar leeftijd zoiets kunnen beleven.

Niet dat het seksuele leven van alle ouderen zo’n intens verloop heeft als bovenstaand voorbeeld. Daarvoor is de groep ouderen, grofweg vanaf zestig jaar, te heterogeen, stelt Swinnen met nadruk vast. „Bovendien is er een verschil tussen leeftijd en leeftijdscohort. Van belang is of je van voor of na de seksuele revolutie van de jaren zestig bent. Die laatste groep, de babyboomers, heeft een groter repertoire op het gebied van seksualiteit, en zal zich beter kunnen aanpassen als dat nodig is.” Bijvoorbeeld wanneer een partner wegvalt of als de partner hulpbehoevend wordt. „Het is lastig omschakelen van minnaar tot zorgverlener en omgekeerd.”

Sommigen vinden daar een weg in, maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden. Want seksuele inactiviteit en tevredenheid kunnen heel goed samengaan in langdurige relaties, plaatst Swinnen een kanttekening. „We willen geen nieuwe norm ontwikkelen die voorschrijft dat succesvol ouder worden frequente seksuele activiteit veronderstelt in de zin van de geslachtsdaad. Er bestaat een grote diversiteit aan relatievormen en vormen van seksualiteit, ook bij ouderen.” Wat wel vast staat volgens Swinnen is dat de seksuele activiteit afneemt bij het klimmen der jaren – vooral door lichamelijke gebreken en/of ziekte – , maar dat de behoefte aan seks blijft. „Seksualiteit is voor het merendeel van de ouderen een wezenlijk onderdeel van hun bestaan. Seksualiteit staat voor kwaliteit van leven. En daar hechten ouderen ook aan.”

Daarom vindt ze het eigenlijk wel treurig dat in verpleeg- en verzorgingshuizen nauwelijks aandacht is voor de seksuele wensen van bewoners. „Enig beleid ontbreekt vaak. Hulpverleners vinden dat aspect minder belangrijk. Bovendien zijn ze pragmatisch, ze zijn al blij dat ze de basiszorg kunnen leveren. Hoe je dat kunt veranderen? Als iemand wordt opgenomen, pols je wat er bij hem of haar leeft. En met het oog op de privacy maak je afspraken. Bijvoorbeeld dat iemand de deur op slot kan doen, en dat verzorgers niet zomaar zonder kloppen binnen komen.”

Swinnen citeert met graagte uit het boek: ’Niet vragen naar de seksuele functie bij patiënten met een chronische ziekte of lichamelijke beperking is een vorm van slechte zorg. Dat wel doen, maar niet bij senioren, is een vorm van leeftijdsdiscriminatie’.

En dit citaat slaat wat haar betreft de spijker op zijn kop. „Op het tegengaan van vrouwen- en rassendiscriminatie is er veel verwezenlijkt. Maar leeftijdsdiscriminatie is een onderschat probleem. De paradox in de westerse samenleving is dat mensen steeds jonger als oud worden beschouwd, en dat hun tegelijkertijd wordt aangepraat dat ze door de juiste diëten en plastische chirurgie de ouderdom kunnen uitstellen.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />