Staatssecretaris Joop Atsma (Infrastructuur en Milieu) ziet af van een strenge aanpak van de vervuiling door dodelijk asbest. In een brief aan de Kamer onderschrijft hij de conclusies van de Gezondheidsraad dat asbest veel gevaarlijker is dan gedacht, maar hij komt niet met concrete maatregelen.
Atsma legt het advies van de Gezondheidsraad eerst voor aan de SER met de vraag of de normen waarmee met asbest gewerkt mag worden, moeten worden aangescherpt. Ook onderzoekt hij of asbest-golfplaten in 2024 verboden kunnen worden. Maar voor het overige appelleert hij aan de ’bewustwording van burgers’ en de ’eigen verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid’.
Bij de inspecties, provincies en gemeenten die op de deskundige verwijdering van asbest moeten toezien, was met spanning naar de brief van Atsma uitgekeken omdat strenge maatregelen werden verwacht. Vorig jaar bleek uit twee rapporten dat het huidige asbestbeleid nodig aan revisie toe is. Uit het Gezondheidsrapport bleek dat het gevaar van de dodelijke asbestvezels schromelijk is onderschat. En uit een nota van Bureau Bartels was te lezen dat in 80 procent van de gevallen asbest zonder vergunning wordt verwijderd.
Asbest mag alleen worden aangepakt met een speciale sloopvergunning die door de gemeente moet worden afgegeven. Justitie concludeerde onlangs in een onderzoek dat die controles vaak achterwege blijven of kwalitatief onvoldoende zijn, waardoor ook de inspecties niet op fraude worden gewezen. Juist op gemeentelijk niveau is daarom versterking van de handhaving nodig. Komt een gemeente er niet uit, dan zou de controle moeten worden overgedragen aan Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) waarin de inspecties straks samenwerken.
Atsma geeft in zijn brief toe dat gemeenten ’cruciale partners’ zijn bij de asbestcontrole, maar haalt ook nieuw onderzoek aan dat tot in 70 procent van de gemeenten verbetering van het toezicht noodzakelijk is. Vervolgens komt hij met geen enkele concrete maatregel.
De staatssecretaris komt vandaag naar de Kamer voor een spoeddebat naar aanleiding van een uitzending van ’Zembla’, waarin bleek dat bij een op de vier middelbare scholen die gebouwd zijn voor 1993 de kans bestaat dat kinderen en leraren worden blootgesteld aan asbest. Bij basisscholen ligt dat aantal op een op de twintig.
Kinderen lopen meer risico na asbestbesmetting, omdat de gevolgen zich soms pas na twintig jaar openbaren.
Atsma schrijft dat het gevaar op asbestbesmetting op school een verantwoordelijkheid is van de schoolbesturen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.