Wat is schadelijker voor de gezondheid: stoken op hout of stoken op gas? Dat ligt er maar net aan, zegt milieukundige An De Schryver. Op de korte termijn is het antwoord anders dan op de lange termijn. Berekeningen van milieueffecten zitten vol subjectieve keuzes, merkte ze.
Bij het berekenen van de duurzaamheid van een product spelen veel factoren mee: hoe is het geproduceerd, met welke grondstoffen, met hoeveel energie en uitstoot van giftige stoffen? Wat zijn de effecten op de menselijke gezondheid, op het klimaat, op de biodiversiteit, op het gebruik van grond en grondstoffen?
Milieukundige An De Schryver (28) deed onderzoek naar de invloed van het gekozen perspectief op de duurzaamheidsbeoordeling van een product. Op 21 januari promoveerde ze in Nijmegen.
„Het predicaat duurzaam slaat dikwijls alleen op de vervaardiging van een product”, zegt De Schryver. „In levenscyclusanalyse kijken we naar de hele levenscyclus van een product. Dus niet alleen naar de productie, maar ook naar de gebruiksfase van een product tot en met het restafval. Verder proberen we zoveel mogelijk effecten voor het milieu en voor de volksgezondheid mee te nemen in de berekeningen.”
Op basis van persoonlijke visies maken modellenmakers subjectieve keuzen bij het berekenen van de milieu-impact van een product. „Kijk je in je model alleen naar de milieueffecten op lokaal of ook op mondiaal niveau? En welke tijdsspanne hanteer je bij je berekeningen van duurzaamheid: kijk je naar de milieubelasting als gevolg van de schadelijke uitstoot over een periode van twintig of honderd jaar?”
Om het effect te meten van zulke subjectieve keuzen berekende De Schryver de milieubelasting van een product, gebaseerd op verschillende visies op duurzaamheid. In het ene model worden de milieueffecten van een product alleen op lokaal niveau gewogen en voor een levensduur van twintig jaar. In het andere model wordt gekeken naar de milieubelasting van een product over een oneindige tijdsspanne.
Neem de vergelijking tussen stoken op gas en stoken op hout. De Schryver berekende wat schadelijker is voor de volksgezondheid: je huis verwarmen met gas of met een houtkachel. „In de kortetermijnvisie is stoken op gas het duurzaamst, maar op de lange termijn is hout dat. Bij de verbranding van hout komt veel fijnstof vrij, een kortetermijneffect dat schadelijk is voor de gezondheid. Kijk je over een lange periode, dan is de CO2-uitstoot bij gasverbranding schadelijker. Het neerdalen van fijnstof, door regen bijvoorbeeld, duurt een paar weken, hooguit een paar maanden en dan is het weg.
„Het broeikasgas CO2, koolstofdioxide, dat vrijkomt bij de verbranding van gas, heeft een levensduur van ongeveer 150 jaar. Over een periode van twintig jaar is houtverbranding per saldo schadelijker dan gas, maar na die twintig jaar moeten de grootste milieueffecten van CO2 nog komen.”
Vooral het tijdpad, aannames over de giftigheid van stoffen en het incalculeren van onzekere effecten hebben grote invloed op de berekeningen van duurzaamheid, ontdekte De Schryver.
„Hanteer je een model dat de milieueffecten berekent over twintig jaar, dan maakt het minder uit of een stof snel of langzaam afbreekt, want na twintig jaar zet je de teller toch weer op nul. Als je kijkt over een lange of oneindige tijdsperiode, dan maakt het wél veel uit of een stof lang giftig blijft of niet.” In haar proefschrift raadt ze architecten, bedrijven en producenten van materialen die de duurzaamheid van hun producten (laten) uitrekenen, aan om de verschillende visies op duurzaamheid door te rekenen.
Voor haar onderzoek paste De Schryver de verschillende versies van haar model toe op zevenhonderd grondstoffen. De meeste stoffen die de lichte duurzaamheidstoets van twintig jaar het beste doorstonden, bleken ook in de strengste toets het duurzaamst. „Dat geeft aan dat de verschillende visies op duurzaamheid in de meeste gevallen de uitkomst van de vergelijking van producten niet beïnvloedt.”
Maar het effect kan ook kantelen, zoals in het voorbeeld van stoken op gas en hout. Een ander voorbeeld van zo’n kanteling is de vergelijking tussen de duurzaamheid van dun karton (whiteline chipboard) en die van golfkarton. „Over één generatie gemeten is golfkarton het minst duurzaam, omdat de fijnstofbelasting van golfkarton hoger is en dus een grotere invloed heeft op de gezondheid. Maar op langere termijn heeft dun karton een grotere impact, vanwege de combinatie van elektriciteitsverbruik en uitstoot van broeikasgas bij de productie.”
De Schryver heeft ook gekeken naar de invloed die CO2-uitstoot heeft op de biodiversiteit, de verscheidenheid aan planten- en diersoorten. „Ook hier is die invloed weer afhankelijk van je uitgangspunten. Bij een positieve visie, waarin je ervan uitgaat dat soorten meebewegen en zich aanpassen aan klimaatverandering als gevolg van de uitstoot van broeikasgas, verlies je bij een temperatuurverhoging van één graad 5 procent van de soorten. Bij de meest pessimistische visie is het verlies aan soorten 20 procent.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.