*

 

Zoeken naar een kikkertje

Stijntje Blankendaal − 03/01/11, 00:00

Diep in het Amazonegebied brengen Braziliaanse wetenschappers een natuurgebied in kaart. Ze zoeken naar bomen, planten, vogels, vissen. Hun wens? Nieuwe soorten vinden. Trouw ging mee de jungle in.

  • Het natuurgebied Serra do Pardo in Brazilië. (FOTO'S WNF  )
    Het natuurgebied Serra do Pardo in Brazilië. (FOTO'S WNF )
  •  (Trouw)
    (Trouw)
  •  (FOTO'S WNF  )
    (FOTO'S WNF )

Van onder zijn onafscheidelijke hoed tuurt Jansen Zuanon naar een visje dat hij uit een vrijwel uitgedroogd stroompje heeft gehaald. Hij en zijn collega’s hebben al vijftien verschillende soorten uit het watertje gevist. Het zijn bijzondere soorten: ze kunnen bijna op het land leven.

Jansen Zuanon heeft ichtyologie als specialisatie, hij is viskundige. Zijn opvallende voornaam, dankt hij aan zijn vader die hem heeft vernoemd naar de Nederlandse wetenschapper Sacharias Jansen. Die zou rond 1595 de eerste microscoop hebben uitgevonden – of een van de eerste. Jansen Zuanon werkt voor een Braziliaans instituut dat onderzoek verricht in het Amazonegebied.

Het stroompje maakt onderdeel uit van het stroomgebied van de rivier Xingú. „Dat is nog grotendeels onbekend. Van de vertakkingen van deze rivier weten we nog veel minder. Ik denk dat we veel nieuwe soorten gaan vinden.

„De meeste vissoorten die we vandaag hebben aangetroffen, kunnen bijna zonder zuurstof overleven. Ze slaan zuurstof op in hun maag en ze hebben een sterk skelet, waardoor ze zich op vrijwel droge grond kunnen voortbewegen zonder in te zakken, zoals deze tamoatá bijvoorbeeld, een ’bosvis’.”

Zuanon en zijn collega-viskundigen maken deel uit van een expeditie die de soortenrijkdom van een groot natuurgebied, Serra do Pardo, in kaart moet brengen. Het natuurgebied ligt in de streek Terra do Meio (’middenland’) in het stroomgebied van twee rivieren, waaronder de Xingú, diep in het Amazonegebied.

In totaal zijn er vier missies gepland, dit is de derde. Wetenschappers van drie Braziliaanse instituten, het ministerie van milieu en het Wereldnatuurfonds (WNF) nemen er aan deel. Het WNF betaalt ze grotendeels. Op basis van de bevindingen van de missies wordt bepaald welke delen van het park worden opengesteld voor ecotoerisme en welke gebieden verboden terrein blijven voor mensen – de inheemse bevolking uitgezonderd.

Een collega van Zuanon neemt stukjes huid af van enkele visjes. Die monsters worden straks voor DNA-onderzoek opgeslagen in een genen-bank. Brazilië heeft tussen de drie- en vijfduizend verschillende soorten vissen. De registratie daarvan zal nog lang duren.

Terwijl de viskundigen hun visjes onderzoeken, zetten de leden van de herpetofaunagroep (reptielen en amfibieën) hun vangsten – slangen, kikkers en hagedissen – op sterk water.

Dan vertrekken de viskenners weer. Ze lopen over een speciaal voor hen gekapt pad naar de rivier de Pontal – een tocht van ruim een uur. Met gps bepalen ze hun positie. De vissen zijn belangrijke indicatoren voor de biodiversiteit, zegt Zuanon terwijl hij netten uitzet. „Als er veel soorten bomen en planten groeien, komen er veel soorten vis voor. Ze voeden zich met de zaden en vruchten. Ontbossing is voor sommige vissen fataal.”

Vanuit het bos klinken af en toe kreten in het Latijn. Het zijn de botanici, de mannen van de flora. Langs de paden die voor het onderzoek zijn aangelegd, zetten ze op verschillende plaatsen met een meetlint stukken af. Langs het lint worden alle soorten bomen en planten geteld en van namen voorzien. In twee dagen tijd hebben de plantkundigen er tweehonderd gedetermineerd.

De grootste boom is een paranotenboom, met een omtrek van vijf meter, maar de meeste bomen zijn dun en hoog. Het gaat hier om een floresta umbrofila aberta, vertelt wetenschappelijk coördinator Roberto Antonelli: een open, schaduwrijk bos. In sommige delen groeien palmen, in andere lianen.

Dante Buzzetti is de ’vogelman’. Hij analyseert puur op basis van zijn gehoor de vogelsoorten. De meeste vogels zijn tussen de bomen niet te zien. Af en toe vliegt er een papegaaienstel krijsend over, Toch heeft Buzetti de eerste twee dagen al 180 verschillende vogels geteld. Hij neemt alle vogelgeluiden op. Voor aanvullend onderzoek worden ook vogeltjes gevangen, maar daar houdt de zachtaardige Buzetti zich verre van.

Wel neemt hij voor zijn collega’s van de herpetofaunagroep soms slangen mee, die hij op zijn tochten tegenkomt. Daar maakt hij Crisalda de Jesus dos Santos Lima blij mee, al is deze wetenschapster vooral gek op kikkers en padden.

Ze is op zoek naar de atelopuskikker, vertelt ze: „Die leeft het liefst bij watervallen, zo geïsoleerd mogelijk. Hij is zwart met gele stippen, heeft rode pootjes en een buik met witte vlekken. Hij is prachtig. Ik heb hem ontdekt bij Belo Monte, waar een grote waterkrachtcentrale aangelegd gaat worden. Ik hoop hem nu bij de volgende onderzoeksplek aan te treffen. Dan weten we of zijn soort in het park behouden kan blijven.”

De volgende morgen, vlak voor de verhuizing naar een nieuw kampement, komt zoogdierdeskundige Frederico Gemésio terug van een tocht. Hij heeft de sporen gevonden van een poema, op twee kilometer afstand van het kampement. De pootafdruk, was van een vrouwtje, „vanwege de lichte afdruk”.

Er zijn ook sporen aangetroffen van een jaguar: diepe nagelkrabben in een boom. De jongens van het logistieke team hebben de jaguar ook gehoord. Diep gegrom, vlakbij het volgende kampement.

Bij aankomst daar raken alle wetenschappers licht opgewonden. Dit is speciaal terrein. Een heuvelrug, boven het Amazonebos. De lage vegetatie, gegroeid op zandsteen, is waarschijnlijk ouder dan het bos beneden. De kans is groot dat er in dit geïsoleerde gebied nieuwe soorten worden aangetroffen. Een gigantische waterval maakt het paradijselijke plaatje compleet.

Bij de eerste wandeling wordt meteen een (waarschijnlijk) nieuwe bloemsoort aangetroffen – prachtig wit met geel – behorend tot de vellozia-familie, die groeit op droge, arme grond. Vogelman Buzzetti hoort een vogel, die bekend is uit het verre zuiden van Brazilië.

Ook de vissers hebben hun eerste nieuwe soort te pakken. Jansen Zuanon: „Hij is van het geslacht Synbranchus. Dit is ongetwijfeld een nieuwe soort, want er zijn er pas drie van dit geslacht beschreven.”

Helaas voor Crisalda de Jesus dos Santos Lima wordt de atelopuskikker niet gevonden. Wel een ander kikkertje dat nog bestudeerd moet worden.

„Als de studie afgerond is, kan niemand meer zeggen dat men niet wist dat dit gebied zo belangrijk was voor het behoud van de biodiversiteit’, stelt coördinator Antonelli strijdvaardig vast.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />