*

 

Met Urk alleen ben je er niet

Janne Chaudron − 13/01/11, 00:00

Het huidige kabinet gaat door met het windmolenpark bij Urk. Een omstreden project, maar de windmolens leveren wel aan 400.000 huishoudens groene stroom. Windenergie op land heeft de toekomst, denkt minister Verhagen (economische zaken en innovatie). Wat zijn de voor- en nadelen van deze duurzame energieoptie?

  • Werk aan de molens in het windpark Oom Kees in de Wieringermeer.  (FOTO  ANP )
    Werk aan de molens in het windpark Oom Kees in de Wieringermeer. (FOTO ANP )
  •  (Trouw)
    (Trouw)

Twee jaar lang procederen. De Windvogel, een coöperatie van particulieren die vier windmolens op land bezit, is zo langzamerhand niet anders gewend. Marken is het meest recente voorbeeld. Daar stonden drie windmolens. De Windvogel heeft die vervangen door twee grote turbines die meer groene stroom kunnen produceren. „Dat heeft ons twee jaar gekost”, zegt Jaap Hoogendoorn, secretaris bij de coöperatie.

„De Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer, een milieuclub die gesubsidieerd wordt door de overheid, was tegen het plaatsen van de turbines bij Marken omdat die het landschap en de natuur verstoren. Uiteindelijk heeft de Raad van State alle bezwaren verworpen, maar voordat al die procedures afgerond zijn ben je zo een paar jaar verder”, zegt Hoogendoorn. Bodegraven is een ander voorbeeld. Omwonenden weigerden in te stemmen met de komst van een windturbine. „Het project is afgeketst.”

De bezwaren zijn niet verwonderlijk, vindt Hoogendoorn. „Nederland is nu eenmaal een dichtbevolkt land en een windmolen is een indringend object in de ruimte. Ik kan me voorstellen dat mensen daar niet altijd op zitten te wachten.” In andere landen, zoals bijvoorbeeld de VS, is dat verzet minder heftig omdat de windmolen de leefomgeving niet direct aantast. Daarnaast hebben we in Nederland volgens Hoogendoorn te maken met een georganiseerde lobby van olie- en gasbedrijven. „Die hebben de afgelopen jaren heel wat initiatieven proberen af te stoten.”

Terwijl de coöperatie ieder jaar groeit – dit jaar heeft de Windvogel 2000 leden die ieder 50 euro moeten inleggen – duurt het vanwege protesten van belangengroepen soms eindeloos om projecten op te starten, laat staan af te maken. „We hebben nu een paar miljoen euro op de plank liggen. Dat geld zouden we veel sneller willen investeren, maar het lukt simpelweg niet.”

De ervaringen van de Windvogel staan niet op zichzelf. En deze coöperatie financiert slechts kleine projecten. Op grote schaal is het verzet tegen de komst van windmolens mogelijk nog heviger. Het meest bekende voorbeeld is het windmolenpark bij Urk. Jarenlang hebben omwonenden zich verzet tegen de komst van 38 windmolens op land en 48 in het IJsselmeer. De turbines zouden de natuur aantasten, ze zouden te veel lawaai maken en het zou maar zeer de vraag zijn of windmolens daadwerkelijk een bijdrage leveren aan de reductie van broeikasgassen, was de overtuiging van omwonenden en andere belangengroepen. Op aandringen van de Tweede Kamer besloot voormalig minister van der Hoeven om zeven molens minder bij Urk te plaatsen.

Verder protest mocht niet baten. De nieuwe minister, Verhagen, zet het beleid van Van der Hoeven voort. Vorige week kondigde hij aan dat het windmolenpark er komt. In 2012 verwachten de initiatiefnemers met de bouw te kunnen beginnen. Het park heeft een beoogd vermogen van 429 megawatt. Doordat het vaak hard waait in de Noordoostpolder verwachten de initiatiefnemers dat er per jaar 1,3 miljard kilowattuur aan elektriciteit kan worden geproduceerd.

Dat betekent concreet dat het park in de toekomst 400.000 huishoudens van elektriciteit kan voorzien. Bij elkaar stelt het ministerie hier meer dan 1 miljard euro voor beschikbaar, waarvan 116 miljoen komt uit een innovatiesubsidie en de rest (zo’n 880 miljoen) uit de SDE-pot: stimulering duurzame energie.

Een opvallend besluit. Zeker omdat Rutte in de aanloop naar de verkiezingen regelmatig verkondigde dat windmolens alleen kunnen draaien op subsidie. Met andere woorden: niet erg rendabel. Opvallend bovendien, omdat Verhagen eind november in een brief aan de Kamer aankondigde te stoppen met subsidies voor zonnepanelen. Terwijl panelen op het dak heel wat minder verzet oproepen dan grote turbines in het landschap. Waarom kiest Verhagen voor wind en niet voor zon?

„Heel simpel”, zegt windspecialist Gijs van Kuik van de TU Delft. „Windenergie op land is stukken goedkoper.” Energie uit fossiele brandstoffen kost 5 eurocent per kilowattuur. Wind op land is tussen de 9 en 10 cent, wind op zee komt op 18 cent en zonne-elektriciteit kost 30 cent.

„Dat Verhagen kiest voor windenergie, is dus begrijpelijk”, zegt Sander Lensink van ECN. „Om dezelfde hoeveelheid elektriciteit op te wekken met zonnepanelen, zouden 25 tot 30 keer zoveel zonnecellen in Nederland moeten worden geïnstalleerd als er nu liggen.” Daar heeft de minister, in tijden van economische crisis geen geld voor. Zon is volgens Lensink nu nog geen reële optie. „Eerst moeten de kosten van zonnepanelen naar beneden door de techniek verder te verbeteren. Vervolgens moet er een stabiele markt komen voor zonnepanelen; ook die is er nu niet.” Als dat wel lukt kan zonne-energie na 2020 een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame energiemix, denkt Lansink.

Maar zolang de minister ’meters wil maken’ met duurzame energie, moet hij nu niet al zijn kaarten zetten op zonne-energie. Daarom kiest hij de goedkoopste opties. Hij moet wel, beargumenteert Lensink. „Als Nederland tenminste de Europese doelstelling van 14 procent duurzame energie in 2020 wenst te halen. Windenergie zowel op land als op zee is absoluut nodig om dit percentage te halen. Als projecten met een omvang als het windpark in de Noordoostpolder niet doorgaan, is het de vraag of er in zo’n korte tijd nog alternatieven bedacht kunnen worden.”

We moeten echt alles op alles zetten om die 14 procent te halen, zegt ook Van Kuik van de TU Delft. „Met Urk alleen ben je er niet.” Nederland moet in 2020 het aantal megawatts verdrievoudigd hebben tot 6000. „Dan praten we over zowel wind op land als op zee.” Probleem is dat wind op zee momenteel duurder is dan op land, terwijl op het open water het vaak constanter en harder waait. Dat de kosten desalniettemin hoger liggen heeft te maken met het onderhoud. Voor zee moeten andere turbines ontwikkeld worden dan voor land. Die zijn behoorlijk prijzig.

Dat kan veranderen volgens Van Kuik, als Nederland zijn windturbine-industrie nieuw leven in blaast. „Eind jaren tachtig waren wij sterk op dit gebied. Maar alle bedrijven van destijds zijn failliet gegaan of verdwenen uit Nederland, doordat een markt voor windturbines niet van de grond kwam. Dit in tegenstelling tot Denemarken en Duitsland, waar deze bedrijven floreren.”

Juist Nederland is volgens Van Kuik bijzonder geschikt voor een offshore-windindustrie. „De Noordzee is in vergelijking met andere zeeën ondiep waardoor minder onderhoud nodig is. Bovendien liggen de windmolens relatief dicht bij de goede infrastructuur van de Randstad. Het Westen, waar de meeste mensen wonen, kan op die manier gemakkelijk van groene stroom worden voorzien.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />