*

 

Natuur is er niet voor de natuur

Hans Marijnissen − 10/01/11, 00:00

Natuurmonumenten ziet het aantal leden fors teruglopen. Volgens Kris van Koppen hebben de bepleiters van al die ecologische hoofdstructuren, corridors en oernatuur iets wezenlijks over het hoofd gezien. Namelijk de mens, die door die gebieden wandelt, én de contributie betaalt.

  • Natuurmonumenten en bewoners eind 2010 bij een protestexcursie door het gebied Wielrevelt, tussen Vleuten en landgoed De Haar.  (WERRY CRONE)
    Natuurmonumenten en bewoners eind 2010 bij een protestexcursie door het gebied Wielrevelt, tussen Vleuten en landgoed De Haar. (WERRY CRONE)

Hij is zelf nog steeds lid van Natuurmonumenten. Dat is hij al heel lang, en dat blijft hij nog jaren. Gewoon, zegt Kris van Koppen van Wageningen Universiteit, omdat dit een geweldige club is die voor het landschap en de natuur zeer nuttig werk doet.

Maar Van Koppen weet ook als geen ander waarom de afgelopen twee jaar 110.000 anderen ervoor kozen om wél hun lidmaatschap op te zeggen.

Van Koppen promoveerde in 2002 op het onderwerp ’draagvlak van natuurbeheer’. In zijn proefschrift heeft hij uitgerekend Natuurmonumenten als voorbeeld genomen van een beweging die bijna honderd jaar geleden – voor Europese begrippen relatief laat – opkomt, na de Tweede Wereldoorlog maar vooral in de jaren zeventig en negentig sensationeel groeit, en in het jaar 2000 op haar hoogtepunt is.

Daar eindigt Van Koppens onderzoek. Zijn proefschrift schreeuwt om een aanvulling: over de teloorgang in de afgelopen tien jaar.

Mondeling kan Van Koppen goed schetsen hoe dat laatste hoofdstuk eruit zou moeten zien. „De teruggang in leden is goed te verklaren uit de vergrijzing van de achterban”, zegt hij. „Natuurmonumenten heeft al in de jaren zeventig een forse groei doorgemaakt, en deze leden haken nu vanwege hun leeftijd af. Anders dan bijvoorbeeld de Nederlandse afdeling van het Wereld Natuur Fonds (WNF), dat veel energie steekt in het enthousiasmeren van kinderen die ook een jeugdlidmaatschap kunnen aangaan, is Natuurmonumenten te zeer bezig geweest met de kerntaak van het natuurbeheer. Het zoeken van publiciteit vond Natuurmonumenten minder belangrijk. Daardoor wordt de organisatie nu extra hard getroffen.”

Het succes van de afgelopen twintig jaar is tevens de valkuil voor Natuurmonumenten geworden, gaat Van Koppen verder. Milieu en natuur zijn belangrijke thema’s geworden, waarmee de overheid zich nadrukkelijk ging bemoeien.

Honderd jaar geleden hield Natuurmonumenten met behulp van giften van particulieren zelfstandig arcadische landschappen in stand. Nu moeten zij vooral met de overheid samenwerken. Die genereert een enorme geldstroom. Consequentie is wel dat Natuurmonumenten door de overigens zeer succesvolle samenwerking met het bestuur minder zichtbaar is geworden voor de burgers.

Daarbij komt, zegt Van Koppen, dat natuurbescherming niet langer wordt bedreven met het argument dat een landschap zichtbaar zo ’mooi’ is, maar ’ecologisch waardevol’.

Een objectiever criterium, maar afstandelijker. Wat hebben burgers aan de bescherming van een zeldzaam trilveen of de levendbarende hagedis, als ze niet kunnen ervaren wat dat natuurleven inhoudt? „Een organisatie als Natuurmonumenten ziet die spagaat natuurlijk wel. Enerzijds probeert zij samen met de overheid beleid te maken, anderzijds moeten er mooie aantrekkelijke verhalen aan het publiek worden verkocht. Maar dat is een dubbel verhaal, daar kom je als publieke club niet uit.”

Van Koppens verhaal gaat verder. De samenwerking met de overheid en de wetenschappelijke benadering van de natuur heeft jargon voortgebracht waarvoor burgers niet warm lopen. Wie wordt warm van een Ecologische Hoofdstructuur? Opgewonden van een corridor? Enthousiast over biodiversiteit? Van Koppen: „Het zegt de mensen weinig. Ook de berekeningen van de economische waarde van natuur, die nu worden gemaakt, zijn voor burgers niet te volgen. Al deze begrippen staan voor een technocratische benadering die bruikbaar is op planbureaus of provinciehuizen. Maar in de samenleving gaat het om emotie en beleving.”

Het belang van die emotie en beleving zie je terug in de toegenomen aandacht voor het lot van individuele dieren. Voor dierenwelzijn. WNF speelt daar goed op in. „Er is geen Europees land met een Partij voor de Dieren. En we zien nu weer het pleidooi voor animal cops.

„Ik bemerk die ontwikkeling ook bij mijn eigen zoon. Als hij uit is geweest, kijkt hij ’s nachts naar Animal Planet. Dat net heeft spannende beelden van individuele dieren, in volle kleurige schoonheid zichtbaar, dus beleefbaar. Hij voelt op zulke momenten overduidelijk een band met de natuur. Maar denk niet dat hij de volgende dag met ons in het bos gaat wandelen. Hij komt zelden in het bos. Sterker nog, Nederlandse kinderen komen steeds minder vaak in de natuur. Een zorgelijke ontwikkeling”, zegt Van Koppen, maar die vaststelling kan ook de sleutel naar een oplossing zijn.

De terugval in leden bij Natuurmonumenten kan zinvol zijn als deze schokt en bij de organisatie, maar ook bij burgers, leidt tot een herijking. „Burgers moeten af van de gedachte dat natuur iets vanzelfsprekends is, en dat de overheid die wel verzorgt. Ook voor Natuurmonumenten mag een groot ledenbestand niet iets vanzelfsprekends zijn. Burgers en Natuurmonumenten hebben elkaar nodig, maar voor die relatie moet worden geknokt.

„Natuurbeschermers in Nederland zouden zich daarom moeten realiseren dat de basis van natuurbescherming ligt in de beleving van natuur. Wat verbindt een mens aan de natuur? Het antwoord heeft te maken met schoonheid, met gevoelens van verbondenheid, troost en ontspanning én met de fascinatie voor individuele dieren.”

Nu hoeft Nederland wat Van Koppen betreft niet op een safaripark te gaan lijken, maar het is volgens hem wel degelijk mogelijk om de natuur weer dichter bij de mens te brengen, waardoor die zichtbaarder wordt.

„Neem het ecoduct. Er zijn de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s aan die kunstwerken uitgegeven die het ene natuurgebied met het andere verbinden. Waarom laten we automobilisten die daar onderdoor rijden, en wandelaars die erboven langslopen, niet duidelijker zien voor welke dieren die verbindingen zijn aangelegd? Het verhaal over deze fauna spreekt de mensen meer aan dan een betoog over ecologische verbindingszones.”

In Groot-Brittannië hebben de natuurorganisaties minder leden, maar wel meer vrijwilligers die helpen bij het beheer. Daar kun je als Nederland jaloers op zijn.

Hier zijn er wel speciale natuurwerkdagen waarop wilgen worden geknot en prunussen verwijderd, maar een meer structurele samenwerking leidt volgens Van Koppen tot grotere betrokkenheid.

Waarop hij terugkeert bij de jeugd. „Met natuur moet je worden opgevoed. Kinderen in de basisschoolleeftijd moeten de schoonheid van het bos en de hei léren ervaren, letterlijk. Iemand moet hen meenemen, en wijzen op het getik van de specht en de sporen van het hert en de kleine beestjes onder een stuk hout. Het moet dan níet gaan over het broeikaseffect en de stikstofkringloop, maar laat hen de geur ervaren, de geluiden, het uitzicht.”

Dat lijkt op extase die een aantal pioniers in 1905 ervoer en wilde overdragen aan anderen. Zij richtten Natuurmonumenten op.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />