Cremeren in India gaat met veel hout en CO2-uitstoot gepaard. De Indiase organisatie Mokshda bedacht een milieuvriendelijker systeem. Zelfs Varanasi, een van de oudste en heiligste plaatsen in India, zal het introduceren.
Vijf mannen dragen onder luid gezang een lichaam op een houten bed door de smalle steegjes van Varanasi. Het lichaam is volledig bedekt met oranje bloemen, die een spoor in de straten achterlaten.
Aangekomen bij Manikarnika Ghat, de trap die naar het voornaamste crematieterrein aan de rivier de Ganges leidt, komt de rook hun al tegemoet. Er zijn zeker vijftien crematies tegelijkertijd bezig.
Het vuur onderaan Manikarnika Ghat brandt al generaties lang 24 uur per dag, 7 dagen per week. Varanasi is volgens hindoes de oudste en een van de heiligste plaatsen van India. Wie hier sterft, verkrijgt moksha – verlossing – en hoeft niet op aarde terug te keren. Er vinden dagelijks 250 tot 300 crematies plaats.
Juist hier gaat de Indiase organisatie Mokshda (de naam verwijst naar degene die verlossing brengt) een nieuw, milieuvriendelijker crematiesysteem introduceren. Het is al in gebruik in Mumbai en in Dehradun in Noord-India, maar in het heilige Varanasi bleek het extra moeilijk om de eeuwenoude traditie te veranderen.
Hier moest de Dom Raja van Varanasi overtuigd worden. Hij is de leider van de onaanraakbare kaste die al generaties lang de crematies uitvoert. Pas dit jaar, 18 jaar na de eerste toenaderingspoging, is dat gelukt, zegt Anshul Garg van Mokshda. „Het is een gevoelig onderwerp. Er verandert zo veel in India dat mensen extra vasthouden aan dit laatste ritueel”, legt hij uit.
Yamuna Devi, een knappe vrouw van een jaar of vijftig die de Dom in Varanasi vertegenwoordigt, kijkt fel uit haar ogen als ze spreekt over de laatste verandering aan de crematiemethode. In de jaren negentig werd hier door de overheid een schoner en efficiënter, elektrisch crematorium gebouwd. „Dat hebben wij niet geaccepteerd. We doen dit werk al eeuwen. Er is nooit iets veranderd. Hoe kunnen we anders geld verdienen?”
Het elektrische systeem werkt als volgt: 2500 lokale kasteleden verkopen vuur, dat uit een eeuwige vlam in een nabijgelegen tempel komt, en verbranden de lichamen. Gemiddeld verdienen zij 201 roepies, ruim 3 euro, per crematie, zegt Yamuna Devi van de Dom.
De elektrische methode is niet erg populair; volgens de hindoegeschriften moet een lichaam met hout worden verbrand. De elektrische methode laat ook geen ruimte voor andere, laatste rituelen.
Het Mokshda-systeem is anders, omdat het met hout werkt en wel tijd en ruimte voor rituelen biedt, zegt Garg van de Indiase organisatie Mokshda. Met een metalen rooster, een dak en een schoorsteen zorgt het systeem voor een betere luchtcirculatie en snellere verbranding dan een traditionele houtstapel. De duur van een crematie kan worden verkort van zes naar twee uur, het houtgebruik en de uitstoot van vervuilende stoffen wordt met 75 procent teruggedrongen. „Nu wordt er soms wel 600 kilo hout gebruikt voor één crematie, terwijl bij ons maximaal 150 kilo nodig is”, zegt Garg.
Een groep die de komst van een zuiniger crematiesysteem van Mokshda niet toejuicht, zijn de houthandelaren. „Overal waar we het systeem willen introduceren, worden we door hen bedreigd”, aldus Garg, die over ’houtmaffia’ spreekt. Een groot deel van het hout wordt illegaal gekapt, omdat het vanwege de Indiase Bosbeheerwet niet altijd even makkelijk legaal beschikbaar is.
Vanwege de bedreigingen wordt het systeem in Dehradun en Mumbai geleidelijk geïntroduceerd. „We beginnen met 300 kilo per crematie. Als we meteen 150 kilo promoten, zullen de mensen eerder de houtmaffia geloven, die hun probeert wijs te maken dat dit onmogelijk is.”
In de straatjes rondom de Manikarnika Ghat doen de houthandelaren inderdaad goede zaken. Boomstammen en takken worden per motorboot aangevoerd en liggen metershoog opgestapeld. Per crematie wordt gemiddeld ongeveer 400 kilogram afgewogen. Afhankelijk van de houtsoort kost dit ten minste 2000 roepies, zegt een handelaar. Dat is ruim 30 euro – te duur voor de allerarmste hindoes.
„Het komt voor dat arme families hun overledenen half verbrand in de rivier gooien”, aldus Garg. Het gebeurt daarom niet zelden dat de toeristen in roeibootjes langs drijvende ledematen varen. Ook dode koeien belanden vaak voor het gemak in de rivier. De lichamen van jonge kinderen, zwangere vrouwen, heiligen en mensen die door een slangenbeet om het leven zijn gekomen, worden volgens de traditie sowieso onverbrand in de rivier gegooid.
„Dit soort praktijken kunnen we alleen door onderwijs en voorlichting uitbannen. Dat is dan ook een belangrijk onderdeel van het werk van Mokshda”, zegt Anshul Garg.
De as, die het Mokshda-systeem met het metalen rooster zal opvangen, kan voor de tuinbouw worden gebruikt. Garg: „Volgens de traditie hoeven alleen botrestjes door de familie te worden opgehaald, om die na de crematie in de rivier te gooien. En dat is ook niet slecht voor de kwaliteit van het water, integendeel. Maar omdat in Varanasi de ene na de andere crematie plaatsvindt, wordt nu vaak álles wat na een crematie overblijft in het water geveegd, terwijl het vuur nog nasmeult. Dat heeft een vervuilende werking.”
De rijke inhoud van de Ganges in Varanasi lijkt niemand te storen. Met zicht op kledingresten en bloemen die vanaf Manikarnika Ghat met de stroom mee drijven, bovenop de rioolinhoud die in de rivier terechtkomt, bewerken wasmannen kleding en lakens met chloor, nemen pelgrims een bad, staan goudzoekers tot hun knieën in het water te zeven, en koken bewoners hun maaltijd in het Ganges-water. De lokale theeverkoper Mahesh, die net zijn dagelijkse bad achter de rug heeft, zegt: „Ze is heilig, en dus niet vies.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.