In weerwil van de beeldvorming is de immigratie in het afgelopen decennium sterk afgenomen en verloopt de integratie van immigranten en meer nog hun kinderen voorspoedig. Han Entzinger, migratiedeskundige van het eerste uur, schrijft deze ontwikkelingen voor een groot deel op het conto van de kabinetten-Balkenende. Gek genoeg maakt de oud-premier van de successen geen melding in een vraaggesprek met het blad CD Verkenningen, dat uitvoerig de balans opmaakt van acht jaar Balkenende. Nog gekker is, constateert Entzinger in hetzelfde blad, dat de huidige coalitiepartijen VVD, PVV en CDA in hun beleid geheel aan de gunstige feiten voorbijgaan.
Loopt de politiek zo ver bij de werkelijkheid achter of wordt welbewust een negatief beeld in stand gehouden? Het laatste is waarschijnlijker dan het eerste. De VVD zette bij de verkiezingen in op het weren van ’kansarme migranten’, terwijl hun aandeel in de immigratie door de verscherpte eisen van het tweede kabinet-Balkenende aan gezinsvorming zeer sterk is gedaald. Nog maar 15 procent van de Turkse en Marokkaanse jongeren haalt hun partner uit het land van herkomst. Voordien was dat 70 procent. Volgens Entzinger speelt mee dat de tweede generatie zich meer op de Nederlandse samenleving oriĆ«nteert.
De PVV spreekt nog altijd over ’massa-immigratie’, maar daarvan is geen sprake meer sinds de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet in 2001. Deze wet, van de hand van de door deze partij zo verguisde Job Cohen, was uitermate effectief. Het aantal asielaanvragen daalde al meteen van 50.000 rond de eeuwwisseling naar 20.000. In de laatste jaren, de tijd waarin de PVV gestaag groeide, schommelt het rond de 15.000. Feiten zijn koppige dingen, zei John Adams, de tweede Amerikaanse president, toen hij als advocaat een zaak moest verdedigen die door de beeldvorming hopeloos leek. In de Nederlandse politiek heeft de beeldvorming nog altijd de overhand op de feiten.
De gegevens waarop Entzinger zich baseert zijn stuk voor stuk terug te vinden in het jaarrapport integratie 2010 van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat eind november werd gepubliceerd. Zij waren echter al ruimschoots voorhanden toen Rutte, Wilders en Verhagen tijdens de zomer hun beleidsafspraken over immigratie en integratie maakten, die in het gedoogakkoord liefst zeven A4’tjes beslaan. Terwijl het CDA na acht jaar regeren genoeg redenen had de zegeningen op dit gebied uit te meten, heeft het dat in de verkiezingsstrijd nagelaten en zelfs de samenwerking gezocht met een partij die het vraagstuk louter beziet in termen van onheil en bedreiging.
Uit de feiten van het CBS blijkt dat ook de integratie gestaag vordert. Het scholingsniveau van migrantenkinderen, de tweede generatie, is zelfs spectaculair toegenomen. Van de Turkse en Marokkaanse meisjes tussen de achttien en twintig jaar volgt bijna de helft hoger onderwijs. Tien jaar terug was dat minder dan 15 procent. Tegelijk is het aandeel van migrantenkinderen in het vmbo in vijf jaar gedaald van 30 tot 20 procent.
De tweede generatie doet het ook beter op de arbeidsmarkt. De achterstanden op autochtonen zijn er nog wel, maar worden snel kleiner. Ongunstige feiten zijn er ook. In de misdaadstatistieken zijn de jonge migranten nog altijd oververtegenwoordigd.
De ontwikkelingen laten zien dat integratie een proces is dat geleidelijk verloopt en zich blijkens de ervaring in het immigratieland Amerika over ongeveer drie generaties uitstrekt. De parlementaire enquête van de commissie-Blok in 2004 wees bovendien uit dat integratie een autonoom proces is. Blok concludeerde na onderzoek van dertig jaar minderhedenbeleid dat de integratie, anders dan de Kamer aannam, goed verliep, zij het niet dankzij maar ondanks het overheidsbeleid. Een enquête strekt ertoe de beleidsmakers lessen voor de toekomst te leveren, maar het Haagse spierballenvertoon is na Blok eerder toe- dan afgenomen.
Ernstiger nog dan de kloof tussen feiten en beeldvorming is dat op basis van dat laatste beleid wordt geformuleerd dat op zijn beurt het negatieve beeld weer versterkt. Dit mechanisme was voor de christen-democraat Ab Klink de doorslaggevende reden de onderhandelingen met de PVV te staken. Volgens zijn bondgenoot Hirsch Ballin stak daarachter dat in zijn partij de krachten die louter naar de korte termijn kijken te dominant zijn geworden. In CD Verkenningen zegt hij dat visies die verder reiken opzij worden geschoven, „omdat spindoctors en politieke adviseurs vooral de volgende ochtend belangrijk vinden.”
Hirsch Ballin vindt dat ernstig. In zijn ogen is de oriƫntatie op de korte termijn juist de oorzaak van economische en politieke problemen. Zo staat het negatieve beeld over immigratie en integratie volgens hem een open kijk op dit verschijnsel in de weg. Een open debat is wel nodig, want Nederland heeft om de welvaart op peil te houden gekwalificeerde migranten nodig, vooral in de zorg en de techniek. Maar hij liep in zijn partij te vaak tegen mensen aan die riepen: Migratie, help, dat is iets waar we last van hebben.
In de huidige politieke situatie is het voor het CDA, zoals Klink en Hirsch Ballin voorzagen, ondoenlijk de beeldvorming te doorbreken. Door de samenwerking met de PVV wordt het negatieve beeld van immigranten en hun godsdienst eerder versterkt. Tegelijk is duidelijk dat een doorbraak dringend is gewenst, omwille van zowel de feiten als de economische positie en maatschappelijke vrede. De volkspartijen zijn de laatste jaren op dit punt laf en nalatig geweest. Zij moeten leiderschap tonen en om te beginnen de spindoctors ontslaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.