*

 

Mooiste plastic ligt steevast in het zicht

Hans Marijnissen − 27/01/11, 00:00

Volgens zijn advocaat was de directeur van de I.E.H. Group in Mijdrecht ’gewoon lekker bezig met de verkoop van plastic afval’. Daar denkt justitie heel anders over. Een waarschuwing aan de branche.

  • Het bedrijfsterrein van I.E.H. Group in Mijdrecht. Justitie verdenkt het bedrijf van gesjoemel met de export van plastic afval.  ( FOTO PATRICK POST )
    Het bedrijfsterrein van I.E.H. Group in Mijdrecht. Justitie verdenkt het bedrijf van gesjoemel met de export van plastic afval. ( FOTO PATRICK POST )

Oplichting kan heel eenvoudig zijn. Als een afvalexporteur weet dat hij soms daadwerkelijk door een Chinese controleur wordt bezocht, maar dat vaak een ge-e-mailde foto van de lading volstaat om toestemming voor het transport te krijgen, is er ruimte voor ’creatief laden’. Het plastic van een mindere kwaliteit gaat dan eerst de zeecontainer in en de lading wordt ’afgesloten’ met de beste kwaliteit. Daar wordt dan een foto van gemaakt en ter goedkeuring aan de Chinezen ge-e-maild.

Precies zo ging het bij de I.E.H. Group, zeggen getuigen tegen justitie. ’Het mooiste materiaal moest bij de deur staan’, verklaart een oud-werknemer. Een ander zegt dat de directeur hem heeft geleerd dat de ’mooie balen’ als laatste de container ingaan. ’Hij zag er op toe dat de laatste slag een mooie slag was. En daar nam hij foto’s van.’

De illegale export van kunststof afval kan heel lucratief zijn, maar ook heel schadelijk, voor mens én milieu. Als het plastic in Nederland wordt verwerkt, zijn de kosten van de verwerking relatief hoog. Daarom loont het plastic uit te voeren. De transportkosten richting het Verre Oosten zijn laag omdat er bij het containervervoer sprake is van overcapaciteit. Daarnaast hebben landen als China grote behoefte aan plastics: zij betalen juist voor het afval.

Om te voorkomen dat het plastic afval wordt verwerkt door malafide bedrijven of wordt verbrand in ontwikkelingslanden, gelden de Europese afvalstoffenregels die zijn vastgelegd in de zogenaamde EVOA-verordening. Kort gezegd komt die er op neer dat bij export moet worden aangetoond dat het afval naar een officiële verwerker gaat. Dat officiële kanaal brengt kosten met zich mee. De kunststof moet relatief schoon zijn en vergunningen kosten tijd.

Volgens de politie en de douane worden bij maar liefst een vijfde van de plastictransporten de regels overtreden. Dit afval wordt in het buitenland vermoedelijk illegaal verwerkt. In 2009 werd vanuit Nederland 339.000 ton kunststof afval geëxporteerd, waarvan het merendeel, 163.000 ton, naar Hongkong. China komt op de tweede plaats met 55.000 ton, zo blijkt uit een rapport van de Vrom-inspectie dat onlangs uitkwam.

De export naar Hongkong is verdacht, omdat de verwerkingscapaciteit daar te verwaarlozen is. Nederlandse bedrijven kiezen voor deze sluipweg, omdat het administratief nog zelfstandige Hongkong een veel soepeler afvalregeling kent dan bijvoorbeeld China.

De handelswijze van de I.E.H. Group in Mijdrecht past precies in dit beeld, zegt A. Niederländer van de IOD, de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Vrom-inspectie. „Het onderzoek naar de zaak in Mijdrecht maakt zelfs onderdeel uit van het rapport van de Vrom-inspectie. In het kader van reguliere controle op naleving van de Europese afvalregels hebben toezichthouders van de Vrom-inspectie het bedrijf in 2006 voor het eerst bezocht voor een controle van de boekhouding. Zij troffen zoveel onregelmatigheden aan dat de zaak een jaar later voor strafrechtelijk onderzoek is overgedragen aan onze dienst. Die heeft de administratie in beslag genomen.” Daarbij is het Functioneel Parket ingeschakeld, de landelijke in fraude en milieucriminaliteit gespecialiseerde afdeling van justitie.

Volgens officier van justitie K. van den Brand die het onderzoek naar de I.E.H. Group leidt, heeft het bedrijf in gewoon Nederlands ’op grote schaal gerotzooid’ bij de handel in kunststof afval. „Het opmerkelijke aan deze zaak is dat we de boekhouding van twee jaar tegen het licht hebben kunnen houden, waardoor duidelijk is geworden dat er in Mijdrecht gedurende lange tijd, structureel sprake is geweest van oplichting en vervalsing. Het waren geen incidenten, er was een werkwijze.”

Daarbij komt, vult Niederländer aan, dat de I.E.H. Group een van de zes grote erkende exporteurs van plastic afval is, met internationale vertakkingen. Met recht een grote vis. Gezien die omvang van de zaak, en de winst die is gemaakt met de strafbare feiten, besloot justitie de zaak niet af te doen met een boete, maar de oplichting voor de strafrechter te brengen.

De Utrechtse rechtbank heeft het bedrijf en de directeur persoonlijk, veroordeeld voor het uitvoeren van kunststof naar Hongkong, terwijl niet duidelijk was wie de ontvanger was. Verder heeft de I.E.H. Group volgens de rechter de CCIC opgelicht, de Chinese controle-instantie die toestemming moet geven voor transport vanuit Nederland. Het bedrijf deed alsof ladingen al gecontroleerd waren en kreeg daarop onterecht certificaten. Ook heeft het bedrijf containers uitgevoerd naar India, waarvoor geen toestemming bestond. Deze ladingen waren voorzien van valse documenten.

Volgens advocaat A. Gaastra van de I.E.H. Group is er geen sprake geweest van doelbewuste overtredingen. „Die Europese wetgeving kent gewoon heel veel onduidelijkheden, en mijn cliënt is een jonge kerel die in korte tijd de zaak van zijn vader moest overnemen. Hij is gewoon lekker bezig geweest met de verkoop van plastic, en heeft daarbij achteraf gezien te weinig aandacht gehad voor de wet- en regelgeving. Maar dat ligt ver weg van oplichting.”

De rechtbank heeft van die verklaring weinig heel gelaten. Met het creatief omgaan met de papieren heeft het bedrijf ’zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten’ waardoor de ’belangen van bescherming van het milieu zijn ondermijnd’ en die bovendien concurrentievervalsend werken.

„De rechtbank heeft bovendien gesteld”, zegt officier Van den Brand, „dat een directeur als persoon verantwoordelijk blijft voor de bedrijfsvoering, ook al staat hij op afstand. Dat is een heel duidelijk signaal aan de branche.”

Naast de straffen die door de rechtbank zijn opgelegd, komt justitie nog eens met de ontnemingsvordering van 2,7 miljoen euro – het financieel voordeel dat is genoten van de strafbare activiteiten. De bedrijven die verantwoordelijk zijn voor die een vijfde van de transporten waarbij de regels worden overtreden, zijn gewaarschuwd.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />