*

 

De rijzende ster van palmolie

Kees de Vré − 31/01/11, 00:00

Het gebruik van palmolie als biobrandstof is omstreden, omdat een grotere vraag naar palmolie nog meer tropisch regenwoud kost. Maar de olie is al een veelgebruikt ingrediënt in voeding en cosmetica. Hoe duurzaam is dat?

  • In Maleisië, met Indonesië de belangrijkste leverancier van palmolie, verkopen kleine boeren aan wie ze geld biedt. De palmnoot is namelijk na 24 uur bedorven. (Trouw)
    In Maleisië, met Indonesië de belangrijkste leverancier van palmolie, verkopen kleine boeren aan wie ze geld biedt. De palmnoot is namelijk na 24 uur bedorven. (Trouw)
  • Palmolie wordt geperst uit het vruchtvlees van palmnoot. (Trouw)
    Palmolie wordt geperst uit het vruchtvlees van palmnoot. (Trouw)
  •  (Trouw)
    (Trouw)

Iedereen heeft er dagelijks mee te maken, zonder erbij stil te staan. Palmolie is de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld en zit verborgen in producten als brood, margarine, ijs, koekjes, shampoo en lipstick.

Die populariteit maakt de olie omstreden, want er is al veel regenwoud gekapt om ruimte te maken voor palmplantages. De vraag is de laatste jaren fors toegenomen en zal blijven groeien, omdat de wereldbevolking toeneemt en al die miljarden mensen gemiddeld meer zullen consumeren.

Daar komt de concurrentie van biodiesel nog bij, hoewel de Europese Commissie zich vorig jaar heeft uitgesproken tegen het gebruik van palmolie als autobrandstof. „Des te meer reden om het gebruik van duurzame palmolie te bevorderen”, zegt Frans Claassen, directeur van het Productschap margarine, vetten en oliën. „Vervangen van palmolie zet geen zoden aan de dijk, omdat niet bewezen is dat alternatieven als koolzaadolie en zonnebloemolie duurzamer zijn.”

Claassen vindt het tijd om naar buiten te treden over het belang van duurzame palmolie. Hij noemt het de beste optie. De voormalige landbouwattaché in Indonesië, Maleisië en China ontkent dat het een vlucht naar voren is, omdat het gebruik van palmolie in een steeds kwader daglicht komt te staan vanwege het verlies aan regenwoud. „In 2003 is de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) opgericht. Sinds die tijd zijn we al in de slag om de palmolieketen te verduurzamen. Dat hebben we te lang verborgen gehouden, maar we zijn ervan overtuigd dat er maar één weg is en dat is de duurzame.”

Die verduurzaming verloopt traag. Dat is niet verbazingwekkend met een internationaal orgaan als de RSPO, dat meer dan vijfhonderd leden telt, die allen met eigen belangen het overleg ingaan.

Claassen geeft toe dat de RSPO een logge olifant is. „Het is met vallen en opstaan je weg zoeken. We lossen alle problemen niet in één keer op. Bedenk dat palmolie de eerste agrarische grondstof is waarover industrie en maatschappelijke organisaties wereldwijd afspraken maken over duurzaamheid. Toch zie ik de RSPO snel groeien. Het is dus wel een olifant die niet meer te houden is.”

Sinds 2008 worden in RSPO-verband plantages als duurzaam gecertificeerd. Inmiddels is 7,5 procent van de jaarlijkse productie duurzaam geteeld en willen grote concerns als Unilever en Nestlé vanaf 2015 alleen gecertificeerde palmolie gebruiken in hun producten. Volgens het jongste jaarverslag van de RSPO is de duurzame productie in 2010 verdubbeld ten opzichte van 2009. Van die hogere productie, constateert de organisatie, is 56 procent werkelijk als duurzaam is verkocht.

Claassen interpreteert dat als een goed teken. „Ondanks de scepsis in de sector gaan we onze beloften over duurzame palmolie nakomen. We moeten ervoor zorgen dat de vraag naar duurzame palmolie gelijk gaat oplopen met het aanbod. We moeten duurzaam beter uitbaten als verkoopargument. Om dit te realiseren, is de Task Force Duurzame Palmolie opgericht, een samenwerkingsverband van producenten en afnemers van palmolie. De belofte is dat eind 2015 alle voor de Nederlandse markt bestemde palmolie duurzaam zal zijn.”

Claassen is niet bevreesd dat andere grondstoffen zich beter manifesteren vanwege de kwalijke reuk waarin palmolie nu staat. „Als je naar de cijfers kijkt, heeft palmolie veel voordelen. Het is een zeer efficiënt gewas. De opbrengst per hectare is gemiddeld 3,7 ton olie. Dat is tussen de 4,5 en 7 keer meer dan bij koolzaadolie, sojaolie of zonnebloemolie. Wil je dezelfde opbrengsten krijgen met die andere oliesoorten, dan heb je veel meer land nodig. De massale overstap op een andere oliesoort heeft dus grote gevolgen. Vervanging is niet duurzaam. Het is beter om volop te kiezen voor het verduurzamen van de huidige palmolieketen.”

Bovendien is palmolie de goedkoopste plantaardige olie, benadrukt Claassen. „Dat is vooral van belang in de opkomende landen China en India, waar palmolie dient als spijsolie. De ruim twee miljard mensen in die twee landen koken ermee. Zij veranderen dat niet zomaar”, weet de voormalige landbouwattaché in die landen. „Duurzame palmolie is wel iets duurder – 5 procent als het een mengvorm betreft en 10 tot 15 procent als het komt uit een geheel gescheiden keten – maar dan is ze nog altijd goedkoper dan olie van soja, zonnebloem of koolzaad.”

De productschapdirecteur ziet ook de opbrengsten per hectare nog toenemen. „Tussen 1976 en 2010 steeg de opbrengst per hectare gemiddeld met 38 procent. Daar is nog veel te winnen. In Indonesië, met Maleisië de belangrijkste leverancier, leveren kleine boeren 35 procent van de productie. Dat is lastig, want hoe bereik je die boeren? Hun belangrijkste doel is overleven, dus verkopen ze aan wie ze geld biedt. Met scholing en overheidsmaatregelen, zoals goed waterbeheer, kun je een heel eind komen.

„In Maleisië, waar meer boerencoöperaties zijn, is de opbrengst op moderne plantages twee tot drie maal hoger. Het is wel een langzaam proces, want een palmolieboom staat 20 tot 25 jaar en het duurt vier jaar voor die vrucht draagt.”

Als ze meegaan met duurzame teelt, is de controle van die miljoenen kleine boeren wel een probleem, geeft Claassen toe. „Het is zeer omvangrijk en dus erg lastig, maar uitsluiten doen we ze niet. We zullen aanvankelijk hun olie blijven afnemen en zoveel mogelijk mengen met duurzame olie.”

Claassen ziet de duurzame palmolieproductie de komende jaren doorgroeien naar 30 procent van het totaal. „We moeten vooral kijken naar China en India. De overheden daar zijn terughoudend, maar ze houden de ontwikkelingen in Europa goed in de gaten. Vanuit de industrie komt een veel krachtiger signaal. Vergeet niet dat grote ondernemingen als Unilever en Nestlé ook in India en China erg groot en gezichtsbepalend zijn.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />