*

 

Hondstrouwe bondgenoot = loopjongen

Co Welgraven − 29/01/11, 00:00

Informeel overleg tussen politici, ambtenaren en diplomaten is van alle tijden en moet vooral blijven bestaan. Ook na WikiLeaks. „Als je in de regering je zin niet krijgt, dan zoek je naar andere wegen om je gelijk te halen."

In het voorjaar van 1962 vergaderde de commissie buitenlandse zaken van de Tweede Kamer over de brisante kwestie-Nieuw-Guinea. Het was een strikt vertrouwelijk overleg waarin de buitenlandspecialisten het Amerikaanse voorstel bespraken om Nieuw-Guinea op termijn over te dragen aan Indonesië.

Het besloten karakter was voor het PvdA-Kamerlid Frans Goedhart (destijds lid van de oppositie) geen belemmering om kort daarna naar de Amerikaanse ambassade te gaan om te vertellen dat er in het parlement vrij genuanceerd over de plannen van Washington werd gedacht. Er was daar in ieder geval veel meer begrip dan bij Joseph Luns, de KVPminister van buitenlandse zaken, die faliekant tegen was.

De Amerikanen maakten van deze kennis vanzelfsprekend gretig gebruik en voerden met succes de druk op Luns en de rest van het kabinet-De Quay op om toch akkoord te gaan met de overdracht. Tot tevredenheid van de PvdA.

Albert Kersten, emeritus hoogleraar diplomatieke geschiedenis aan de universiteit van Leiden, haalt dit voorbeeld aan om te laten zien dat inschakeling van de Amerikanen voor eigen politiek gewin van alle tijden is. Alle partijen maken zich er schuldig aan. „De Amerikaanse ambassade is sinds jaar en dag een soort informatietrekker voor Nederlandse politici. Ook ambtenaren komen er graag en vertellen wat ze weten, ook een beetje om daarmee te koketteren. Het geeft je status. En je hoopt dat de zaken lopen in de richting die je wilt.”

Door onthullingen op WikiLeaks is er ophef ontstaan over de demarches van een paar Nederlandse topambtenaren die er begin vorig jaar bij de Amerikanen op aangedrongen zouden hebben PvdA-leider en vicepremier Wouter Bos onder druk te zetten akkoord te gaan met een verlenging van de missie in Uruzgan.

„Vroeger moest je voor zulke onthullingen twintig of dertig jaar wachten, tot de archieven opengingen”, zegt Kersten. Hij achterhaalde het optreden van de PvdA’er Goedhart uit 1962 tijdens zijn onderzoek voor de biografie van Luns die vorig jaar verscheen. „Door WikiLeaks weten we nu al wat er zich vorig jaar heeft afgespeeld. Voor mensen die nog op dezelfde post zitten, is het niet prettig dat dat zo snel in de openbaarheid is gekomen. Verder is er niet veel nieuws onder de zon. Als je in de regering je zin niet krijgt, of in het parlement niet, dan zoek je naar andere wegen om je gelijk te halen. Dit soort dingen is in het diplomatieke verkeer heel gebruikelijk.”

Kersten ziet in de publicatie van de ambtsberichten zelfs voordelen: „Wat de diplomaten aan het State Department in Washington berichten, blijkt in de regel wel te kloppen. Het oogt redelijk geloofwaardig. Dat is een hele geruststelling, want het betekent dat de Amerikaanse diplomaten hun vak verstaan: ze luisteren goed, rapporteren correct en weten de zaken op een juiste manier in hun context te zetten.”

De emeritus hoogleraar vindt het leuk om de cables te lezen, maar hij is nog niet één keer van z’n stoel gevallen: „Dit is de normale, informele communicatie die er overal in de diplomatieke wereld is. Interessant, maar zeker niet schokkend. Het zijn berichten die slechts confidential zijn, vertrouwelijk. Het is de onderste laag, de dagelijkse berichtgeving. De echte geheimen – secret, top secret of nog hoger gekwalificeerd – krijgen we niet te zien.”

Kersten verwacht niet dat door WikiLeaks iedereen z’n mond gaat houden en het informele circuit verdampt: „Dat zou vervelend zijn, want dan ontstaat een veel verkramptere situatie, met een slechte informatiebasis over en weer. Als landen alleen maar betrekkingen kunnen onderhouden tijdens officiële besprekingen zonder enige voorbereiding of aftasting, krijg je mislukkingen. Dit soort overleg tussen diplomaten, ambtenaren, politici is hard nodig. De Amerikanen moeten hun beveiliging opschroeven, ze zullen eerder het stempel secret of top secret gebruiken. Maar diplomaten, politici en ambtenaren blijven praten, dat verandert niet door WikiLeaks.”

Ook oud-minister van buitenlandse zaken Pieter Kooijmans (CDA) hoopt dat de Verenigde Staten de diplomatieke gedachtewisselingen beter beschermen. „Het is krankzinnig dat de grootste mogendheid ter wereld er niet in slaagt een goed beveiligd systeem op te zetten, en zoveel mensen inzage in deze documenten heeft gegeven. Dan krijg je vanzelf een lek.” En dat is kwalijk, vindt de oud-bewindsman. „Geheimhouding en vertrouwelijkheid zijn vereisten in politiek en diplomatie. Kijk naar de bestrijding van het terrorisme. Volledige transparantie is onmogelijk.”

Kooijmans, die midden jaren negentig minister was in het derde kabinet-Lubbers, is evenmin achterover gevallen van de inhoud. „Het verbaast mij niet dat er op tal van gebieden nauwe samenwerking is tussen Nederlandse autoriteiten en Amerikanen. Het is logisch: Amerika is een grote, belangrijke bondgenoot en dat je daarmee vertrouwelijk van gedachten wisselt, spreekt voor zich.” De actie van de ambtenaren gericht op Wouter Bos vindt hij wel bedenkelijk. „Ik vind dat in strijd met onze politieke cultuur. We zijn een volwassen democratie en dan ga je tegenstellingen in een kabinet niet proberen op te lossen via een derde mogendheid.”

Wel opmerkelijk vindt Kooijmans de zogeheten PalestinaLeaks over het vredesoverleg in het Midden-Oosten of, beter gezegd, het gebrek daaraan. „Dat de Palestijnen bereid waren zo ver te gaan en zoveel gebied op te geven, heeft mij verrast. Net als de reactie van Israël. Dat Israëli’s geen vrede wensen, wisten we allemaal al, maar dat ze zelfs niet serieus op die Palestijnse voorstellen wilden ingaan, dat is voor mij verrassend.”

In de openbaarmaking van deze documenten schuilt een groot gevaar, zegt Kooijmans. „Onderhandelaars doen niet zo makkelijk concessies nu ze weten dat hun voorstellen zomaar op straat kunnen komen te liggen. Het vredesoverleg zal hierdoor bepaald niet vlotter verlopen.’’

De WikiLeaks-documenten mogen dan voor Nederland geen spetterend nieuws bevatten, Kooijmans wantrouwt de motieven van initiatiefnemer Julian Assange om ze openbaar te maken. „Ik vind het bedenkelijk dat hij toegeeft dat het niet toevallig is dat hij ze nu naar buiten brengt, gezien het debat over een nieuwe missie in Afghanistan. Hij mag dan wel zeggen dat transparantie een groot goed is, maar hij beslist wat transparant moet worden en wat niet en wanneer. Wat voor motieven heeft hij daarbij? En wie controleert meneer Assange?’’

Voor hetzelfde geld hadden de WikiLeaks-documenten voor een flinke storm in de binnenlandse politiek gezorgd. Kooijmans: „Stel dat de PvdA vorig jaar wel akkoord was gegaan met verlenging van de missie in Uruzgan, om welke reden dan ook. Dan was er geen kabinetscrisis geweest en hadden we nu middenin de campagne gezeten voor de reguliere verkiezingen. Dan hadden de documenten over de druk op Bos wel grote invloed gehad en veel schade berokkend.”

Amerika-deskundige Ruth Oldenziel, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, vindt de WikiLeaks-documenten om te smullen, maar allesbehalve opmerkelijk. „We wisten het al.” Al zit er voor binnenlands gebruik een leuk aspect aan. „Ik denk dat Nederlandse politici stiekem kijken of ze erin staan. Als je niet genoemd wordt, tja, dan heb je een probleem, dan tel je kennelijk niet mee voor de Amerikanen.”

De cables bevestigen het bekende beeld dat Nederland een buitengewoon trouwe bondgenoot van de VS is, om niet te zeggen een loopjongen. Oldenziel: „Voor Washington is Nederland een van de belangrijkste, en misschien wel het allerbelangrijkste land van de middelgrote en kleine naties in Europa, zoals Groot-Brittannië dat van de grote Europese landen is. Dat is historisch zo gegroeid. We zijn interessant voor de Amerikanen: internationaal georiënteerd, we spreken onze talen, we zijn de derde investeerder in de VS, we kunnen een bemiddelende rol spelen, noem maar op. Het is niet voor niks dat Washington er zo op gebrand is dat wij op de een of andere manier in Afghanistan blijven. We zijn een voorbeeld voor de rest van Europa. Als wij ’nee’ zeggen, kan de rest ook wel eens ’nee’ zeggen.’’

De WikiLeaks-onthullingen zijn voor sommige direct betrokkenen misschien wat ongemakkelijk, maar schade aan de trans-Atlantische betrekkingen zullen ze niet berokkenen, denkt Oldenziel. „Ik denk niet dat er een vertrouwensbreuk dreigt; verre van dat, daarvoor is onze relatie veel te sterk. De buitenlandpolitiek van Nederland is heel sterk op de Verenigde Staten gericht. Dat ligt vooral aan CDA en VVD, die bezetten bijna altijd de ministersposten op dat gebied en zijn veel Atlantischer dan de PvdA. Hoelang is het niet geleden dat er een PvdA’er minister van buitenlandse zaken was?’’

Voor CDA’er Kooijmans is het iets te veel van het goede. „Binnen het departement van buitenlandse zaken is er een sterke Atlantische reflex, dat bleek vorig jaar ook uit het Irak-onderzoek. Ik vind dat Nederland zich onvoldoende realiseert dat z’n plaats in Europa is. We kunnen de Amerikanen prima duidelijk maken dat onze politieke ligging in Europa is, tussen Frankrijk en Duitsland in. Zowel geografisch als politiek maken we deel uit van dit continent. En dan kunnen we toch heel goede vrienden blijven.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />