’Gooi niets weg’ is het advies van Michael Braungart, een van de bedenkers van de kringloopgedachte cradle to cradle. Ongebreidelde consumptie hoeft daarbij geen probleem te zijn. Duitsland moet nog om, maar in Nederland sloeg de filosofie aan. Al klinkt ook hier kritiek.
Michael Braungart heeft niet veel op met de Duitse mentaliteit. „Duitsers romantiseren de natuur veel te veel: natuur moet je beschermen, je moet er geen gebruik van maken, is de gedachte.”
Met partner William McDonough is Braungart de grondlegger van cradle to cradle (of C2C, letterlijk: van wieg tot wieg). Het idee erachter is dat alle materialen opnieuw worden gebruikt. Een stoel is niet per definitie afgeschreven als hij kapot is. Van alle materialen uit de oude stoel kan een nieuwe gefabriceerd worden. Gooi niets weg, is het advies van de bedenkers.
Wereldberoemd zijn de twee mannen geworden met hun kringloopgedachte. Politiek leiders uit Taiwan, de Verenigde Staten, Denemarken, China en Nederland zijn gecharmeerd van cradle to cradle. Chemieconcern DSM, afvalverwerker Van Gansewinkel en tapijtfabrikant Desso hebben het omarmd.
Maar in Duitsland, nota bene het geboorteland van Braungart, hebben de heren nog geen succes. „Dat heeft te maken met een sterke regulering. De Duitse overheid beschermt de natuur met haar leven. Het idee ’minder is beter’ zit ingebakken in de samenleving”, zegt Braungart telefonisch vanuit de Verenigde Staten. Terwijl de filosofie van Braungart en McDonough er juist op neerkomt dat ongebreidelde consumptie geen probleem hoeft te zijn, mits de materialen die een product bevat opnieuw in de kringloop belanden en niet al te giftig zijn. Afval is voedsel, is een bekende uitspraak van de Duitse chemicus.
„We hebben Duitsland bewust links laten liggen vanwege die conservatieve houding.” Pas nu Braungart en zijn compagnon wereldwijd succes hebben, willen ze ook Duitsland veroveren. Dus wordt er in Berlijn nu zes weken lang gepraat en geoefend met cradle to cradle. Braungart schuift er Nederlandse bedrijven en initiatieven als voorbeeld naar voren.
In Nederland is de filosofie goed aangeslagen. „Menig bedrijf wil dat zijn gebouw of product cradle to cradle-gecertificeerd is. Braungart bekleedt een hoogleraarschap aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Braungart: „Nederlanders zijn innovatiever dan Duitsers. Bovendien reguleert de overheid minder op milieugebied. De provincie Limburg is zelfstandig aan de slag gegaan met cradle to cradle.” Zo moet de Floriade in het Limburgse Venlo in 2012 volledig volgens het idee van Braungart en McDonough ingericht zijn.
Toch is niet iedereen in Nederland enthousiast. Hoogleraar en chemicus Lucas Reijnders probeert Nederlandse bedrijven en de overheid te wijzen op de nadelen van cradle to cradle. In zijn werkkamer aan de Universiteit van Amsterdam legt hij zijn belangrijkste bezwaar op tafel.
„De certificering deugt nog steeds niet, ondanks alle kritiek die de afgelopen jaren al geuit is. Het is onduidelijk aan welke criteria een product precies moet voldoen. Alle bedrijven of producten kunnen in principe cradle to cradle worden. Dat is raar. Ik vind het ondoorzichtig dat een bedrijf dat nota bene zinken dakgoten maakt, het certificaat kan bemachtigen. Zink is tenslotte een milieugevaarlijke stof. Dit staat ver af van de oorspronkelijke filosofie die erop gericht lijkt zo min mogelijk chemische grondstoffen te gebruiken.”
Het helpt niet dat er geen onafhankelijke instantie is die de certificering goedkeurt en controleert, meent Reijnders. Het belangrijkste instituut op dit gebied staat in Hamburg en is in handen van Braungart. „Ik heb vaak het gevoel dat er dealsworden gesloten tussen Braungart en het betreffende bedrijf. Hij verdient er vooral ontzettend veel geld mee.”
Braungart kent de kritiek. „Inderdaad, elk bedrijf kan cradle to cradle-gecertificeerd worden. Het gaat erom dat bedrijven een langetermijnstrategie uitstippelen waarin ze duidelijk maken hoe ze het product in de toekomst milieuvriendelijker willen maken. En ja, slechte grondstoffen zoals zink moeten we zoveel mogelijk uitbannen. Maar we kunnen geen industriële revolutie bewerkstelligen als we bij voorbaat al bedrijven uitsluiten.”
Het is volgens Braungart wel belangrijk dat de certificering zo transparant mogelijk is. „We zijn daarom in San Francisco bezig een onafhankelijk instituut, niet door ons geleid, op te zetten. Maar het heeft tijd nodig om het personeel goed te trainen.” Tapijtfabrikant Desso, gevestigd in Waalwijk, is een van de bedrijven waar Braungart graag mee pronkt als hij het heeft over een industriële revolutie. „Dat bedrijf heeft begrepen hoe het moet”, zegt Braungart.
Drie jaar geleden gooide directeur Stef Kranendijk het roer compleet om. „De aarde raakt uitgeput. Grondstoffen worden steeds schaarser. Dat is een gegeven. Ik zag een tv-documentaire van de VPRO over cradle to cradle en dacht direct: ik gooi mijn hele bedrijfsproces om. De filosofie dat je alleen met zuivere materialen werkt die je bovendien opnieuw kunt gebruiken, sprak me aan. Ik zag het als een kans om als eerste in Nederland volledig om te schakelen naar cradle to cradle.”
Inmiddels is het bedrijfsproces voor een groot deel ingericht volgens het idee van Braungart en zijn compagnon. Kranendijk: „Vorig jaar zijn de eerste cradle to cradle tapijttegels verkocht.” Vliegtuigen van KLM, bedrijven aan de Zuidas en het Amstelhotel in Amsterdam en grote cruiseschepen: in de toekomst worden ze allemaal ingericht met het duurzame tapijt van Desso. Sinds kort beschikt de tapijtfabrikant over een zelf ontworpen machine die oude tapijten verwerkt tot grondstoffen voor nieuwe. Het is de bedoeling dat in de toekomst zoveel mogelijk fabrikanten hun afgedankte tapijten naar Desso toe brengen.
Het brengt kosten met zich mee, zo’n omslag, beaamt Kranendijk. „We moeten alle grondstoffen die een tegel bevat, laten analyseren in het laboratorium van Braungart. Doel is om zoveel mogelijk chemische stoffen eruit te halen. We betalen per grondstof 500 euro en er moeten soms wel duizenden ingrediënten geanalyseerd worden.”
Het kostte Kranendijk miljoenen om zijn bedrijfsvoering cradle to cradle in te richten. Dat geld ging niet alleen zitten in het product zelf. Desso streeft er ook naar om alleen nog duurzaam opgewekte energie te gebruiken. Ook wordt al het water opnieuw hergebruikt.
Kranendijk vindt niet dat de kosten te hoog zijn. Zijn bedrijf heeft er veel profijt van gehad. „De producten die we laten analyseren, zijn vaak complex. Daar is veel mankracht voor nodig. Het zou misschien beter zijn om de certificering bij een onafhankelijk instituut neer te leggen, maar ik ben ervan overtuigd dat de mensen van Braungart goed werk leveren. Mij persoonlijk zeggen die certificaten niet zoveel. Het gaat mij meer om de gedachte achter cradle to cradle. Maar ik merk dat ik klanten wel tevreden houd als ik hen zo’n certificaat toon.”
Naast kritiek op de certificering, zijn er wetenschappers die bezwaar hebben tegen de filosofie van ongebreidelde consumptie. „De belofte dat we ons een weg uit de duurzaamheidsproblemen kunnen banen door meer te consumeren, geeft een totaal verkeerd en gevaarlijk signaal”, zegt Bas Amelung, universitair docent aan de vakgroep milieusysteemanalyse van de Wageningen Universiteit. „Het idee om bij productontwerp meer in kringlopen te denken, is prima. Daar zijn mensen enthousiast mee aan de slag gegaan. Maar de bedenkers hebben gemeend de ambitie van C2C van bedrijfsniveau te moeten tillen naar wereldschaal. Ze presenteren C2C als een soort algemene oplossing voor duurzaamheidsproblemen. Daar heb ik grote bezwaren tegen: dat is mensen een rad voor ogen draaien.”
Kranendijk is al heel wat keren met deze kritiek om de oren geslagen en vindt die niet terecht. „Kijk eens om je heen wat er allemaal wordt verpakt. Dat is eerder meer dan minder geworden. Het lukt ons niet om te consuminderen, terwijl we al jaren roepen dat het nodig is. Dan kunnen we maar beter op een goede manier met de grondstoffen en materialen omgaan. C2C helpt daarbij. Daardoor kunnen we bij Desso nu trots zijn op onze voetafdruk; we werken duurzamer.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.