Het is altijd weer de vraag hoe een grote mogendheid zich moet opstellen tegenover een land op het punt van een grote ommekeer. Het is in elk geval heel wat minder simpel dan ’zomaar’ steunen. Neem de VS en Egypte.
Het moeten spannende dagen en nachten zijn in het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken: Egypte is een belangrijke bondgenoot in het Midden-Oosten en de houding die de VS nu aannemen kan de relatie met de leiders ervan, wie dat straks ook zijn, voor jaren beïnvloeden.
Hillary Clinton, minister van buitenlandse zaken, noemt tot nu toe de regering van de Egyptische president Hosni Moebarak stabiel. Toch drong ook zij er deze week bij Moebarak openlijk op aan „deze mogelijkheid te benutten voor politieke, economische en sociale hervormingen als antwoord op de legitieme belangen en behoeften van het Egyptische volk”.
De kwestie of de VS Moebarak moeten blijven steunen, is een serieus probleem voor ze, stelt Mark N. Katz, hoogleraar politiek en bestuur aan de George Mason Universiteit in Virginia. „Wat ze in ieder geval niet moeten doen, is Moebarak zonder meer steunen in het neerslaan van de oppositie. De VS hebben Moebarak altijd gesteund, en voor hem Sadat, omdat die leiders de vrede handhaafden tussen Israël en Egypte. Of een democratisch Egypte dat ook zal doen, weet je niet en ze hadden geen zin om erachter te komen.
„Als er een omwenteling in Egypte komt, zal het nieuwe bewind in eerste instantie vast wel vijandig staan tegenover de VS. Je kunt niet anders verwachten dan dat de relatie slecht is met de grootmacht die het vorige regime steunde. Maar dat het oorlog zal gaan voeren tegen Israël kan ik me niet voorstellen. En voor de westerse belangen meer in het algemeen zou het goed zijn als er een democratische verandering komt. Dus hoop ik dat de VS niet tussenbeide komen. Als we dat toch doen, geven we de radicale islamisten de overwinning op een presenteerblaadje. Democratie steunen? Daar doen we niet aan, is de boodschap dan.”
Aan de andere kant is ijveren voor democratie in het Midden-Oosten de VS ook niet altijd bevallen. Daar valt de jarenlang rampzalig verlopende oorlog in Irak onder. Niet voor niets, meent Katz, bestaat het beleid van Barack Obama vooral uit lippendienst: „We willen niemand de democratie opdringen. Dat werkt alleen goed op korte termijn. Die korte termijn kan lang duren, dat geef ik toe, maar uiteindelijk maakt het je onpopulair. En dan volgt er een periode van moeizame relaties.”
Een extreem voorbeeld daarvan is Iran. De VS staan daar bekend als de Grote Satan en dat zou al teruggaan op de staatsgreep in 1953 waarbij de democratisch gekozen premier Mohammad Mossadek werd afgezet. Obama gaf tijdens zijn fameuze toespraak in Cairo in 2009 met zoveel woorden toe dat de CIA hier de hand in had gehad. Deze staatsgreep bracht de Sjah op de troon.
Het door de Amerikanen gesteunde regime van de Sjah werd begin 1979 na een volksopstand omvergeworpen, zonder dat de Democratische president Jimmy Carter dat kon voorkomen. Integendeel, Carter kreeg het verwijt dat zijn aandringen op naleving van de mensenrechten het regime had verzwakt. Katz: „Wat kregen we toen? De islamitische revolutie, een verandering naar een ander autoritair, en vijandig, bewind. Ik denk dat zeker een Democratische president erg gevoelig zal zijn voor kritiek in die richting: jullie verloren Iran, zullen de Republikeinen zeggen. Ga je nu weer het hetzelfde flikken?”
„Eigenlijk zijn we altijd beter geweest in steun aan democratische bewegingen in vijandige landen. Daar heb je die dilemma’s niet. De enige uitzondering was Ronald Reagan: tijdens zijn regering zijn de Filippijnen democratisch geworden, en Chili en Zuid-Korea.
Maar dan moet, waarschuwt Katz, het land de verandering ook wel aan kunnen. Het is een illusie te denken dat voor het slagen van een democratische omwenteling het niet uitmaakt wat bijvoorbeeld het opleidingsniveau van de bevolking is. „Jemen (waar het ook onrustig is, red.) lijkt me een moeilijk geval. Ik ben er een paar keer geweest. De mensen zijn over het algemeen analfabeet, zwaargewapend en ongeduldig.
„Waar het om gaat is: wat wil de middenklasse? In sommige landen wil die democratie, in andere landen geloven ze de Amerikanen niet als die zeggen dat ze democratie willen brengen en sluiten ze allianties met radicale groepen. Ze denken dat ze die wel in de hand kunnen houden, maar dat lukt dan niet. Zie het voorbeeld van Pakistan, waar ook de goed opgeleide bevolking de taliban steunt.”
Ook als de middenklasse wel voor democratie kiest, wil dat nog niet zeggen dat een rechtsstaat de vermoedelijke uitkomst is. Katz: „Kijk naar de Russische revolutie, en de Franse. Telkens winnen eerst de gematigden en vervolgens komen de extremisten aan de macht. Dat kan lang duren of kort, maar het is een dodelijke periode. Dat gebeurde ook in Iran. Amerikaanse functionarissen uit die tijd zullen je vertellen: we probeerden een relatie op te bouwen met de nieuwe machthebbers. Maar de vijanden van die mensen zagen dat. Ze bezetten, om hun gematigde tegenstanders te ondermijnen, onze ambassade in Teheran.”
Welke kant het dezer dagen in Egypte opgaat, durft Katz niet te zeggen. Dat zal ook afhangen van het leger, cruciaal voor de dwang die een regime kan uitoefenen. Hij zegt het eerlijk: Tunesië had hij niet zien aankomen, ondanks een wetenschappelijke carrière die gestoeld is op onderzoek naar het verschijnsel revolutie. „Als we iets weten, is het dit: het resultaat valt de revolutionairen zelf vaak tegen. Zij die de regering omverwerpen, zijn lang niet altijd degenen die uiteindelijk het bestuur overnemen.”
Dat is een van de redenen dat de buitenwereld vaak helemaal niet happig is op revoluties. „ Het Westen hield tijdens de Koude Oorlog allerlei autoritaire regimes in het zadel. Een van de redenen was, dat we niet zeker wisten of er wel een democratische oppositie was. We waren bang dat het marxisten waren, die zich tegen ons zouden keren. In de islamitische wereld maken we nu dezelfde fout: we nemen al snel aan dat de oppositie bestaat uit radicale islamisten.”
In Tunesië en vermoedelijk ook Egypte is het in de praktijk juist andersom, valt Katz op. „Die opstanden zijn niet alleen bedreigend voor de regeringen, maar ook voor de islamistische bewegingen. Als het volk de macht grijpt, lopen islamitische radicalen de kans mis om aan de macht te komen. Bewegingen als Al-Kaida hebben alle reden om te proberen zo’n revolutie in de kiem te smoren. We hebben nog helemaal geen reactie gezien van die kant. Ze kunnen de eer ervoor echt niet opeisen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.