*

 

Hopeloos in de tang bij Hitler en Stalin

Peter van Nuijsenburg − 29/01/11, 00:00

Historicus Snyder werpt een onbarmhartig licht op de geschiedenis van de Baltische staten, Polen, Wit-Rusland en de Oekraïne – proeftuinen waarin twee dictators hun dood en verderf zaaiden.

  • Op bevel van Hitler werd tussen de 80 en 85 procent van de huizen in Warschau vernietigd. De foto is gemaakt in 1945.  ( FOTO AP)
    Op bevel van Hitler werd tussen de 80 en 85 procent van de huizen in Warschau vernietigd. De foto is gemaakt in 1945. ( FOTO AP)

De Tweede Wereldoorlog is de laatste jaren zo diepgravend onderzocht dat je niet verwacht dat een historicus nog verrassende inzichten kan opdelven. Er is geen deelterrein dat niet door experts is omgespit. Elk aspect is tot op de laatste molecuul geanalyseerd, op symposia besproken en in de vakpers onderwerp van debat geweest. Het moment, kortom, lijkt te zijn aangebroken dat de oorlog het domein wordt voor de specialisten op het gebied achter de komma. En dan verschijnt een boek als ’Bloedlanden’ van de Amerikaanse historicus Timothy Snyder dat de gebeurtenissen in een nieuw en vaak verrassend perspectief plaatst.

De titel verwijst naar de landen die de vorige eeuw in de tang werden genomen door Hitler en Stalin. De Baltische staten, Polen, Wit-Rusland, de Oekraïne en het westen van de Sovjet Unie werden de proeftuin waarin de twee dictators hun dood en verderf zaaiden en de daar levende volkeren de catastrofale oogst moesten binnenhalen. In de periode tussen 1932 en 1945 kwamen hier 14 miljoen mensen om het leven. En dat zijn voornamelijk burgerslachtoffers. De miljoenen soldaten die sneuvelden voor de utopieën van Hitler en Stalin telt Snyder niet mee.

Veel van wat Snyder aan de orde stelt is bekend: de door Stalin veroorzaakte hongersnoden in de Oekraïne, de Holocaust, de Russische strafkampen (Goelag), de terreur in de bezette landen. Wat ’Bloedlanden’ uitzonderlijk maakt, zijn de overeenkomsten die Snyder blootlegt in de doelstellingen en methodes van de nazi’s en communisten. De ideologieën mochten in theorie veel van elkaar verschillen, voor de mensen in de bloedlanden die de pech hadden eerst door de Russen, vervolgens door de Duitsers en ten slotte wéér door de Russen te worden bezet, maakte het niet veel uit of ze door een rode dan wel bruine laars werden vertrapt. Voor slechts één groep waren de nazi’s erger dan de communisten. Stalin liet zijn slachtoffers zonder bezwaar verhongeren, maar hij stuurde geen Joden naar vernietigingskampen.

Snyder laat het drama beginnen met de collectivisering van de landbouw in de Oekraïne in het begin van de jaren dertig. Stalin had bedacht dat de landbouw meer zou opbrengen als de boeren hun land zouden opgeven en samengebracht zouden worden in enorme collectieve boerderijen, kolchozen. Dat bleek een misrekening. De boeren verzetten zich, de oogsten vielen tegen, Stalin legde beslag op het graan, inclusief zaaigoed, en liet de bevolking als straf creperen. Ruim drie miljoen mensen kwamen om het leven. Niettemin liet een Franse staatsman na een bezoek aan het rampgebied weten dat de kolchozen op ’goed geordende tuinen’ leken.

Ook Hitler zette honger in als ’massavernietigingswapen’. Hij wilde in in de bloedlanden Lebensraum scheppen voor Duitse kolonisten. De oorspronkelijke bevolking zou voor hen moeten plaats maken en voor deze rond de 30 miljoen Untermenschen had hij een ’hongerplan’ in petto. Door het voor hem tegenvallende verloop van de oorlog kwam het er niet van, maar ruim 3 miljoen Russische krijgsgevangenen stierven wel de hongerdood in Duitse kampen, evenals een miljoen inwoners van het belegerde Leningrad (nu Sint Petersburg).

Het bleef niet bij overeenkomsten in de praktijk van het moorden. Hitler en Stalin vormden een monsterverbond dat van 1939 tot 1941 ook formeel bestond en voor beiden, voor Hitler zelfs meer dan voor Stalin, voordelig uitpakte.

Toen Duitsland in juni 1941 tot ontsteltenis van Stalin de Sovjet-Unie binnenviel, hadden ze samen vanaf september 1939 Polen opgedeeld: de Duitsers namen het westen, de Russen het oosten. Ze voerden in hun wingewesten eenzelfde schrikbewind. Om te voorkomen dat er ooit weer een zelfbewuste Poolse natie kon opstaan, werd de elite massaal vermoord. Het meest infame voorval betreft de moord op ruim 20.000 officieren door de Russen, die dit na de bekoeling van hun vriendschap de nazi’s in de schoenen schoven.

Onbedoeld hielpen ze elkaar. Het uitroeien door de nazi’s van de intellectuele en bestuurlijke elites in de bloedlanden kwam Stalin na de oorlog goed van pas, toen hij de bevolking opsloot achter zijn ijzeren gordijn. Dankzij zijn voormalige broeder in het kwaad hoefde hij niet bang te zijn voor een effectieve oppositie. Alles greep in elkaar. Na de oorlog vonden er in de bloedlanden voornamelijk op instigatie van Stalin op enorme schaal etnische zuiveringen plaats. Etnische Duitsers werden verjaagd uit Polen en Tsjechië, Polen uit de Oekraïne en Rusland, Oekraïners uit Polen. Stalin wilde aan de periferie van zijn rijk homogene staten die als buffer moesten dienen voor een eventuele volgende Duitse invasie. Zonder Hitler was dit een stuk moeilijker geweest, aldus Snyder.

In dit bizarre samenspel is de vernietiging van de Joden, zoals gezegd, de uitzondering. Stalin was evenmin immuun voor het antisemitisme – aan het eind van zijn leven zou hij een grote zuivering van Joden hebben gepland – maar de definitieve oplossing van het Joodse ’vraagstuk’ was exclusief Hitlers project. Aanvankelijk stond het pas na het einde van de oorlog op het programma, maar toen in december 1941 de Duitse opmars voor Moskou vastliep, werd duidelijk dat de oorlog niet kon worden gewonnen. De Holocaust werd nu Hitlers oorlogsdoel, waarvan de uitvoering overigens wel werd vergemakkelijkt doordat Stalin met zijn terreur voorbereidend werk had verricht. Ook hier weet Snyder belangwekkende zaken te melden. De meeste slachtoffers werden niet, zoals doorgaans wordt aangenomen, vermoord in de vernietigingskampen, maar vlak bij huis. Zij werden in Oost-Polen, Wit Rusland en het westen van Rusland doodgeschoten en in massagraven geworpen.

’Bloedlanden’ is, onvermijdelijk, vaak deprimerende lectuur. De opsomming van de aantallen slachtoffers heeft een soms afstompend effect. „Een dode is een tragedie, een miljoen een statistiek”, zou Stalin eens hebben gezegd. In zijn conclusie roept Snyder daarom op om die getallen „weer te veranderen in mensen”.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />