*

 

Bij missie-Afghanistan gaat het om onze trouw aan Navo

Mient Jan Faber − 11/01/11, 00:00

Er is discussie over het sturen van politiemensen naar Afghanistan. Maar hoe staat het met onze beloften aan de Navo-partners?

  • 9/11.  (FOTO EPA)
    9/11. (FOTO EPA)

De discussie over het voornemen van de regering-Rutte om een bescheiden trainingsmissie naar Afghanistan te sturen, laat de meest essentiële vraag onbesproken: willen we nog wel lid zijn van de Navo? Er worden gelegenheidsargumenten gebruikt om van de missie af te komen. Maar de essentiële vraag naar de betekenis van ons lidmaatschap van de Navo wordt ontlopen.

Om enkele gelegenheidsargumenten te noemen: veel commentaren gaan over het risico dat de uitzending toch kan ontaarden in een gevechtsmissie, hoe zorgvuldig de taken ook verdeeld zijn tussen de trainers (Nederlandse politiemensen), de beschermers van de trainers (Nederlandse militairen) en Duitse gevechtseenheden die een mogelijke aanslag van de taliban moeten verijdelen.

Het verschil tussen de Nederlandse en Duitse militairen is -– zo heb ik uit de mond van premier Rutte vernomen – dat eerstgenoemde rond een trainingsmissie in het veld, bijvoorbeeld in een dorp, controleposten opzet, om te verhinderen dat onverlaten de training komen verstoren. Daarbij mogen zij zo nodig hun wapen gebruiken. Maar dat is geheel iets anders dan een aanval van een talibaneenheid op ons kamp. Indien daarvan sprake is, komen de Duitse militairen in beweging. Een vreemde redenering. Hier wordt een constructie gemaakt, die op z’n minst de schijn wekt dat een Duitse militair wel mag sneuvelen, maar een Nederlandse militair niet. Je moet wat doen om een Kamermeerderheid achter je voornemen te krijgen.

Een ander veelgehoord argument is dat de Duitsers lang niet zo goed geprepareerd zijn voor hun gevechtstaak als indertijd de Nederlandse soldaten in Uruzgan. Dat zou wel eens juist kunnen zijn. Maar dat is een argument om juist wel Nederlandse militairen mee te sturen met een gevechtstaak. Maar dat willen we niet. We nemen liever genoegen met een mindere bescherming. Lijkt me nogal onverantwoord. Voorts hoor je van veel kanten dat de Afghaanse politie een zooitje ongeregeld is, ondanks de training die zij ontvangt. Het is met andere woorden water naar de zee dragen. Kortom, niet aan beginnen.

Waarom overtuigen deze argumenten mij niet? Omdat ze de kern van onze aanwezigheid in Afghanistan niet raken. Wij zijn ooit naar Afghanistan getrokken, omdat het Westen was aangevallen door het terroristische netwerk van Al-Kaida, dat erin slaagde de Twin Towers in New York in twee klappen als puddingen in elkaar te laten zakken en bijna 3000 mensen de dood injoeg. Toen hebben we (Navo-landen) plechtig tegen elkaar gezegd: een aanval op één is een aanval op allen. Al-Kaida moet worden uitgeschakeld en zo nodig zullen we de regering die een vrijplaats aan Al-Kaida levert de oorlog verklaren.

De toenmalige talibanregering weigerde Osama bin Laden uit te leveren en in een korte oorlog werd ze uit de macht gezet. In november 2001 organiseerden de VN in Bonn een loya jirga, een bijeenkomst van stamoudsten uit Afghanistan, die in goed overleg een overgangsregering benoemde. De VN besloten een speciale ondersteuningsmissie Isaf in het leven te roepen om de nieuwe regering in Afghanistan te helpen het land tot rust te brengen. De Navo kreeg na een aantal jaren het gezag over deze missie. Op alle lidstaten werd een beroep gedaan een bijdrage aan de missie te leveren.

De operatie heeft niet gebracht wat ervan verwacht werd. De taliban is niet verslagen en de Afghaanse regering bleek niet in staat, zelfs niet echt bereid om in eigen huis orde op zaken te stellen. Inmiddels heeft de Amerikaanse president Obama besloten de missie in Afghanistan te termineren. Deze zomer zal geleidelijk aan met de terugtrekking van Amerikaanse troepen worden begonnen; uiteraard betekent dit ook dat de troepen van andere Navo-landen stap voor stap naar huis zullen terugkeren. Eind 2014 zal de Navo-operatie worden afgesloten.

Een andere gevolg is dat ook het voortbestaan van de Navo op het spel komt te staan. Dat is geen gevolg van de mislukte missie in Afghanistan – dat kan gebeuren – maar een gevolg van het gebrek aan solidariteit tussen de Navo-landen. Een bondgenootschap bestaat bij de gratie van onderlinge trouw. In de vorige eeuw werd Nederland nog geprezen als een bij uitstek trouwe en betrouwbare bondgenoot. Als de regering-Rutte niet in staat is een meerderheid in de Kamer achter het voorstel te krijgen om een trainingsmissie naar Afghanistan te sturen, dan is het gedaan met onze trouw.

Je kunt niet op 19 november 2010 nog met alle Navo-landen tezamen een nieuw strategisch concept aanvaarden waarin stabiliteitsoperaties, zoals in Afghanistan, tot de core business van de alliantie worden gerekend, om twee maanden later te laten weten dat je om puur politieke redenen – we zien het niet meer zitten in Afghanistan – niet in staat bent aan een bescheiden verzoek te voldoen.

Kortom, de afkalving van de Navo staat op onze agenda.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />