Henk Kamp gooide dit weekend de knuppel in het hoenderhok: alle sociale zekerheidswetten moeten ’opnieuw worden bekeken’ en werkgevers zouden zelf moeten kunnen selecteren wie ontslag krijgt als ze moeten krimpen. Het ontbreken van draagvlak voor de veranderingen, belet hem niet ze uit te dragen. Dat hebben we eerder gezien.
Het duurde hooguit een paar weken. In oktober begonnen de liberalen Henk Kamp en Paul de Krom aan hun missie als minister en staatssecretaris van sociale zaken. Al in november kwamen de demografische statistieken terug in bijkans elk debat over de sociale zekerheid.
Voor minister Donner waren de gegevens in zijn tijd als minister van sociale zaken verworden tot het bewijs van zijn gelijk. Waar hij kon, stampte hij de cijfers er in: in de jaren zestig waren er grofweg zes werkenden op elke AOW’er. Nu zijn de verhoudingen vier op één en in de nabije toekomst zijn er voor elke gepensioneerde nog maar twee werkenden. Er moet dus iets gebeuren, en het moet rigoureus zijn – zo hield hij Kamerleden, kiezers en journalisten voor.
Ook Kamp en De Krom zullen die doorrekeningen de komende jaren steeds weer tegenkomen. Én de aanhoudende groeicijfers van het aantal jonge arbeidsgehandicapten en het oplopende overheidstekort. Voor hen wacht de zoektocht naar balans tussen de koude cijfers, de politieke werkelijkheid, het krachtenveld op de arbeidsmarkt en de menselijke behoefte aan zekerheid.
Voor De Krom betekent dat lange, moeizame onderhandelingen met gemeenten over een nieuwe wet voor sociale werkvoorzieningen, arbeidsgehandicapten en bijstandsgerechtigden – met een onzekere uitkomst. Voor minister Kamp betekent die zoektocht dat hij ondanks de ingewikkelde politieke situatie niet met meel in de mond gaat praten. Althans, die richting leek hij dit weekend te kiezen toen hij in de Volkskrant liet weten dat de wetten voor ziekte, arbeidsongeschiktheid, werklozen, nabestaanden en ontslag opnieuw moeten worden bekeken. Concrete voorstellen had hij nog niet, maar die zouden wel komen – binnen de afspraken in het regeerakkoord.
Dat hij als VVD’er een totale hervorming van het stelsel van de sociale zekerheid wenst, is geen verrassing. Dat hij dit nu in zijn hoedanigheid als minister zegt, wel. Niet alleen omdat er in het gedoogakkoord met de PVV is afgesproken dat er niets gebeurt met rechten en plichten van werknemers. Ook omdat Kamp weet dat sociale hervormingen de nodige tijd kosten. Niet voor niets hangt er op het hoofdkantoor van de FNV een grote foto van een van de demonstraties tegen de hervorming van de WAO. Dat was het voorbeeld van een hervorming die decennia duurde en grote woorden nodig had: „Nederland is ziek”, stelde premier Lubbers in 1990.
Zelfs met het politiek breed gedragen akkoord van de commissie-Bakker, vier jaar geleden, waarin de nodige hervormingen stonden, is tot nu toe weinig gebeurd. Minister Donner zou er tijdens het laatste kabinet Balkenende mee aan de slag gaan, maar al voordat hij iets kon doen was de hervorming van het ontslagrecht onbedoeld een symbolisch strijdpunt tussen PvdA en CDA geworden. De WW-tijd werd nog wel iets ingekort en over het verhogen van de AOW-leeftijd draaide met dank aan de kredietcrisis de politieke en maatschappelijke stellingname buitengewoon snel. Dat was het.
Kamp heeft het tot nu toe wel gelaten om vakbonden en werkgevers tegen zich in het harnas te jagen. Hij is zelfs bereid de AOW mee te laten stijgen met de lonen – als dat betaald wordt uit regelingen voor ouderen. Waar zijn voorganger Donner in zijn hervormingsdrift beperkt werd door coalitiegenoot PvdA en in mindere mate de ChristenUnie, heeft Kamp te doen met afspraken die met de PVV zijn gemaakt én met het CDA.
De PVV stelt zich intussen naar buiten toe hard op, maar bij controversiële wetsvoorstellen duiken PVV-Kamerleden gewoon een overleghok in met VVD en CDA om er samen goed uit te komen. Kamp heeft daar wel vertrouwen in, getuige zijn opmerking vlak na zijn aantreden dat hij de randen van het regeerakkoord zou opzoeken en daarmee best mogelijkheden zag de arbeidsmarkt flexibeler te maken.
Het CDA is onverwacht een onzekere factor voor de minister. Die partij wil weer het imago terug dat de christen-democraten ook zorgen voor mensen die het nodig hebben zonder alleen te hameren op eigen verantwoordelijkheid. Wat Kamerlid Eddy van Hijum betreft moet Kamp zich dan ook „niet rijk rekenen wat betreft de steun van het CDA voor verdere grootschalige hervormingen dan we hebben afgesproken”.
Kamp heeft tot nu toe geen geheim gemaakt van zijn liberale kijk op het sociale zekerheidsstelsel. Dat hij nu hardop zegt de hele sociale zekerheid te willen herzien, doet denken aan de methode-Donner. De CDA’er liet van tijd tot tijd – vaak ook als verrassing voor zijn medewerkers – een bommetje vallen.
Het zorgde voor een terugkerend patroon: Donner zegt dat ouderen minder moeten gaan verdienen zodat ze aantrekkelijker zijn voor werkgevers. De vakbonden en linkse oppositie ontploffen. Onderwerp waait over. Maar is wel weer even op de agenda gezet. De opmerkingen van Kamp dit weekend doen aan dat patroon denken. Neemt Kamp de methode-Donner over?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.