Het is duidelijk dat populisme bij ons tijdperk hoort. Overal in de westerse wereld is deze vorm van politiek bedrijven de laatste jaren sterker geworden. Met de komst van het populisme komt ook een ander verschijnsel om de hoek kijken: de elitaire gedachte dat het volk lui is en domme denkbeelden aanhangt. Arnon Grunberg betoogde afgelopen week in de Volkskrant dat het volk zichzelf dom houdt door praatprogramma’s als ’Pauw & Witteman’ te zien als plek voor serieuze discussie.
Veel verder gaat filosoof Rob Riemen in zijn essay ’De eeuwige terugkeer van het fascisme’. Zijn stelling dat de PVV fascistisch is, is door commentatoren terecht bestempeld als veel te kort door de bocht. Interessanter is zijn idee dat we terug zijn gekomen bij de ’massamens’, die zich in de steek gelaten voelt door elites en die zich vanuit een geestelijke leegte vooral laat leiden door zijn eigen behoeften.
Riemen laat zich in zijn werk sterk inspireren door José Ortega y Gasset, die in de jaren dertig enorme bekendheid verwierf in Nederland na publicatie van zijn boek ’De opstand der horden’. De massamens die Ortega daarin beschrijft, heeft geen respect voor gezag en is vooral op zoek naar een comfortabel leven waarin hindernissen zoveel mogelijk voorkomen en uit de weg gegaan worden. Hij verwacht op zijn wenken bediend te worden door overheid en technologie.
Wat volgens zowel Ortega als Riemen nodig is, is een elite die zich verantwoordelijk voelt voor de verheffing van de samenleving. Daarvoor moet deze elite diepe inzichten in het leven ontwikkelen, zodat zij in de zoektocht naar waarheid, goedheid en schoonheid gewone burgers kan inspireren.
Dit argument doet denken aan Plato, die het de taak van de filosoof-koning vond om de grotbewoners op te zoeken om hen de waarheid te leren zien, die voor de grotbewoners verborgen bleef omdat zij de buitenwereld alleen konden zien via de schaduwen, geprojecteerd op hun wanden.
Het klinkt sympathiek, elites op te roepen weer een voorbeeldfunctie te vervullen en richting te geven aan een samenleving die soms de weg kwijt lijkt te zijn. Maar toch vind ik dit vertrouwen in de sturing door elites net zo verontrustend als het populisme. Elitair bestuur kan de democratie ook ondermijnen. Want het gaat ervan uit dat gewone mensen niet in staat zijn zichzelf te besturen en dat belangrijke besluiten genomen moeten worden door wijze deskundigen.
Ook de ’massamens’ bezit wijsheid. In ’The wisdom of crowds’ betoogt James Surowiecki dat het oordeel van een diverse en onafhankelijke groep burgers beter is dan het oordeel van een groep experts. Vraag een wiskundige hoeveel knikkers er in een glazen pot zitten en de kans is groot dat hij er flink naast zit. Vraag een grote groep mensen hoeveel knikkers erin zitten, en het gemiddelde van alle gissingen is dicht bij de waarheid. Dat komt omdat er net zoveel mensen zijn die te hoog als te laag schatten. Deze wijsheid van het volk kan worden teruggezien in politieke voorspellingen en besluiten. De diversiteit en onafhankelijkheid van het volk zijn belangrijk, want – zoals Surowiecki zegt – de beste collectieve besluiten zijn het product van meningsverschillen en strijd, niet van consensus of compromis.
Een gezonde dosis scepsis over de oordelen van experts en elites kan dus geen kwaad. Geert Wilders zou er beter aan hebben gedaan zijn kandidatenlijst samen te laten stellen door een brede selectiecommissie. Dan zouden er waarschijnlijk niet zoveel probleemgevallen tussen hebben gezeten.
Ook de CDA-top was niet bijzonder wijs toen zij zich opsloot in een ijzeren ring van vertrouwelingen en zich afzonderde van haar achterban. Volgens Joris Luyendijk sluiten politieke elites zich op in Den Haag en hebben zij het daar heel gezellig met elkaar. Natuurlijk kun je niet blind vertrouwen op de wil van het volk. Maar als puntje bij paaltje komt is het wellicht beter om goed te luisteren naar de stem van het volk, dan naar de stem van de elite.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.