*

 

Straattaal is een verschijnsel van alle tijden

Fé Toussaint − 24/11/10, 14:36

opinie Afgelopen vrijdag bracht de Nederlandse Taalunie in haar jaarlijkse krant "Taalpeil" cijfers naar buiten over onze houding tegenover het Nederlands. Uit de peilingen die de organisatie gehouden heeft kwam onder anderen naar voren dat negen van de tien Nederlanders hun moedertaal als een mooie taal beschouwen, en maar liefst vijftig procent van onze bevolking een hekel heeft aan het horen van Nederlands tijdens vakantie.

  • Fé Toussaint.

En, weinig verassend maar daardoor niet minder belangrijk: straattaal is geen favoriet dialect onder onze medeburgers. Sterker nog, bijna 75 procent van de Nederlanders zou willen dat het gebruik van straattaal verboden werd in het klaslokaal.

De straattaal die door de Taalunie besproken wordt zou een mix behelzen van onder andere Marrokaanse, Engelse, Nederlandse, Turkse en Surinaamse woorden – en heeft de reputatie onverstaanbaar te zijn voor docenten.

Een verbod op deze ‘straattaal’ zou weliswaar mooi staan in het reglement van een wat autoritair ingestelde middelbare school, maar of een dergelijke regel ook echt effectief zou zijn valt te bezien. In mijn eigen omgeving beperkt de klassieke variant van straattaal, met een mengeling van allerlei woorden uit diverse talen, zich grotendeels tot het Marrokaans en Nederlands. Wat dat betreft hebben docenten in het knusse Gelderland het maar makkelijk.

Toch zou zowel in de Randstad als in mijn eigen dorpachtige woongebied na een poging van het afschaffen van deze ‘taal’ nog een overdaad aan andere, onbegrijpelijke dialectjes over blijven.

Er zijn bijvoorbeeld verassend grote groepen fantasy-fans op de gemiddelde school te vinden, die geen zin voorbij laten gaan zonder verwijzingen naar woorden uit Lord Of The Rings of Harry Potter. Al te berucht zijn daarnaast de leerlingen die uit snobistische overwegingen moemakende bergen Engelse woorden in hun taal verwerken, een tik die ook ik zelden kan laten.

En ook scholieren die er een kunst van maken met zoveel mogelijk klassiekers – “Vet cool”, “megaflex”, “arelaxt” – te strooien komen lang niet altijd tot bruikbare volzinnen.

Het lijkt mij ondoenlijk voor al deze, tamelijk onschuldige varianten op de Nederlandse taal een verbod in te stellen.

Mensen die kiezen voor de klas te staan zullen vroeg of laat te maken krijgen met beschrijvingen van henzelf, die ze liever niet uit de mond van hun leerlingen zouden horen. Als dit dan ook nog eens in een onverstaanbaar brabbeltaaltje gebeurt, is het geheel natuurlijk des te frustrerender.

Mij lijkt echter dat dit een verschijnsel van alle tijden is. De meeste leerlingen zijn op zich best bereid tegen de docent zelf een benadering van ABN te gebruiken. Daarbuiten, ook binnen de muren van het klaslokaal, wil men zich nu eenmaal graag op eigen wijze uitdrukken. Stel dat dit in het uiterste geval niet meer met aangepast woordgebruik mag, dan verzinnen we wel iets anders.

Hoewel het overtrokken lijkt straattaal een creatieve uiting te noemen, komt het hier wel op neer. Dat buitenstaanders in onze omgeving ons door alle taalvariaties niet meer altijd begrijpen, is slechts bijzaak. Met onze eigen subtaaltjes laten we zien bij wie we willen horen, maar het verzinnen of opnieuw interpreteren van woorden en uitdrukkingen is bovendien gewoonweg een tijdverdrijf. En worden er pogingen gedaan dit ons te ontnemen, dan verzinnen we wel iets anders: Wij jongeren maken deel uit van een inventief cultuurtje.

mailIcon print |