De stormloop van de PVV op bestaande machtsposities is in de tweede fase beland. De partij maakt deel uit van het centrum van de macht, zij het niet volledig. De positie van gedogende partij geeft haar de mogelijkheid via de binnenkamer invloed op het kabinet uit te oefenen en publiekelijk de rol van uitdager te blijven spelen. Haar lot hoeft dus niet hetzelfde te zijn als dat van D66, dat telkens als het de rode loper naar de Trêveszaal betrad onderuitging.
Hoewel de PVV en D66 als tegenpolen in de Nederlandse politiek gelden, zijn er zoveel overeenkomsten dat een vergelijking inzicht kan geven in de toekomst van de omstreden partij. Een van de meest frappante overeenkomsten is dat beide voortkomen uit de VVD en zijn opgericht door afvallige katholieken uit het zuiden.
De Brabander Hans Gruijters zat in 1966 voor de liberale partij in de gemeenteraad van Amsterdam, toen hij luidkeels aankondigde niet naar de huwelijksreceptie van Beatrix en Claus te gaan, ’omdat hij wel wat beters te doen had’. De geschokte VVD royeerde hem, waarna Gruijters met zijn vriend en provinciegenoot Hans van Mierlo D66 oprichtte.
Gruijters leeft in de Nederlandse politiek voort vanwege zijn beruchte uitspraak ’Als ik een christen-democraat een hand heb gegeven, tel ik altijd even mijn vingers na’. Hij voegde daaraan toe: ’Want achter zo’n politicus staat 2000 jaar onbetrouwbaarheid’. Er is in de kern nauwelijks verschil tussen die boutades en de bewering van PVV-fractieleider Wilders dat moslims nooit te vertrouwen zijn, omdat de islam ze legitimeert taqqiya te plegen, dat wil zeggen onder omstandigheden de waarheid te verzwijgen.
PVV-Kamerlid Martin Bosma, die geldt als de partijideoloog, zei deze week bij ’Knevel en Van den Brink’ dat hij zich altijd heeft geĆ«rgerd aan de anti-christelijke cultuur bij links, maar zijn partij bejegent de islam niet anders.
De drijfveer is dan ook in beide gevallen de strijd tegen bestaande machtsposities. D66 richtte haar pijlen op de katholieken en protesten, die al decennialang een spilpositie in de Nederlandse politiek innamen. De PVV heeft als doelwit de ’linkse kerk’, die in haar ogen niet alleen alle partijen van SP tot en met D66 omvat, maar ook koningin Beatrix, het kroonprinselijk paar, de rechterlijke macht, de WRR en de publieke omroep.
D66 heeft het nimmer voor elkaar gekregen het koningschap tot een louter ceremoniƫle functie terug te brengen of anderszins bressen te slaan in het bestel. De geschiedenis laat zien dat dit bestel tegen grote politieke schokken, zoals die van 1918, 1966 en 2002, bestand is. Links noch rechts heeft het tot nu toe klein kunnen krijgen. Dat kan worden toegeschreven aan de bestendigheid die instituties eigen is, maar evenzeer aan de volkswil, hoezeer politici daar soms mee op de loop gaan.
Wilders beriep zich voor zijn voorstel de koning(in) buiten de regering te plaatsen op ’een groeiende groep mensen’ die een Zweeds model zouden voorstaan. Daarnaast voerde hij het argument aan dat een erfelijk staatshoofd zich niet verdraagt met de democratie. Dat was, ook gezien het autoritaire en gesloten karakter van zijn partij, weinig overtuigend. Hierdoor ontstond de indruk dat Wilders zich louter door revanchisme jegens koningin Beatrix liet leiden. Zijn vaststelling dat de PVV een patriottistische partij is, bevestigde die indruk.
De patriotten bestreden aan het eind van de achttiende eeuw met woorden en musketten de hegemonie van stadhouder Willem V en ijverden voor een republiek zonder Oranje met meer volksinvloed. Ze slaagden niet, maar gaven wel de stoot tot de ontwikkeling van Nederland tot een parlementaire democratie. De liberaal Thorbecke legde daarvoor in 1848 de grondwettelijke basis door de macht van de koning fors in te perken. Historisch is het dus wel te verklaren dat de verhouding tussen de ontkoningde Oranjes en de liberalen altijd wat gespannen is gebleven.
Vermoedelijk heeft Wilders de verwijzing naar het patriottisme afgekeken van zijn politieke leermeester Frits Bolkestein. De VVD- leider voelde zich midden jaren negentig door Beatrix op de vingers getikt toen zij in een 5 mei-rede waarschuwde voor ontbinding van de samenleving als gevolg van de individualisering. Wilders ervoer hetzelfde toen de koningin zich in haar kerstrede van 2006 bezorgd uitliet over de polarisatie in de politiek en de samenleving. Hij riep toen al dat zij ’als een haas’ de regering uit moest.
In de Kamer stuitte de PVV-fractieleider vorige week op een onverbiddelijke afwijzing van premier Rutte, die erop wees dat het koningschap ’stevig democratisch verankerd’ is in de ijzeren formule van Thorbecke, dat de ministers ten alle tijde verantwoordelijk zijn. Plaats je de koningin buiten de regering, dan draai je de klok terug naar de tijd van voor Thorbecke en loop je volgens de premier het risico van een omgekeerd effect. In dat geval kan de koning(in) met andere woorden, weer een politieke factor worden. De motie-Wilders kreeg slechts steun van het verfoeide links, minus de PvdA dat, zoals altijd als het erop aan komt, voor de bestaande orde koos.
Sinds D66 zich op het politieke toneel meldde met het oogmerk het bestel tot ontploffing te brengen, is het geleidelijk deel van datzelfde bestel geworden. De protestant Barend Biesheuvel hield de partij aanvankelijk voor on-Nederlands en Bolkestein zag er ooit een populistische beweging naar Zuid-Amerikaanse model in, maar later plaatste hij de democraten in de lange traditie van het ethische midden. Of dat het eindpunt van de PVV wordt is onwaarschijnlijk, maar de partij heeft al wel even de taaiheid van het bestel ondervonden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.