De beroepsorganisatie van dierenartsen adviseert dieren af te schieten in de Oostvaardersplassen. Vanuit moreel oogpunt houdt natuurlijk beheer daar geen stand, meent voorzitter Ludo Hellebrekers.
Het kan geen toeval zijn. Slechts enkele weken voor het eindrapport van de commissie Gabor, die in opdracht van de vorige minister van LNV het natuurlijk beheer van de Oostvaardersplassen beoordeelt, stelt de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) zich op het standpunt dat er een einde moet komen aan het natuurlijke beheer in dat gebied. Een derde van de populatie moet er worden afgeschoten om ruimte te maken voor de overgebleven grazers.
„Dat is inderdaad geen toeval”, zegt prof. dr. Ludo J. Hellebrekers, voorzitter van de beroepsorganisatie van dierenartsen, met ruim vijfduizend leden. „Wij hebben in het maatschappelijk debat een duidelijke functie. Wij zijn verplicht ons gezag te laten gelden als het gaat om dierenleed op grote schaal. We hopen met dit standpunt de commissie Gabor van advies te dienen.”
Hellebrekers heeft nog een praktische reden om juist op dit moment te publiceren. „We willen voorkomen dat we opnieuw een winter krijgen waarin onnodig veel grazers omkomen van de honger. Daarom moeten er in deze herfst spijkers met koppen worden geslagen.”
De leden van zijn vereniging hebben lang over het beheer van de Oostvaardersplassen gedebatteerd. De meningen blijven verdeeld, geeft Hellebrekers toe, maar er is een grote mate van overeenstemming bereikt over het standpunt dat feitelijk het einde van het natuurlijke beheer inhoudt.
In de Oostvaardersplassen grazen honderden heck-runderen, konikpaarden en herten. Ze lopen vrij rond en vormen zo als het ware het natuurlijk landschap.
In de winter hebben dieren een tekort aan voedsel, teren in, en vele sterven de hongerdood. Volgens voorstanders van natuurlijk beheer hoort dit bij het natuurlijk proces.
Hellebrekers: „Wij zijn ons ervan bewust dat het experiment past in een wettelijk kader. De grazers zijn formeel ’niet-gehouden dieren’ en vallen dus buiten de zorgplicht. Een grote meerderheid van onze leden vindt dat de redenering dat dit een natuurlijk proces is, vanuit moreel oogpunt geen stand houdt. De dieren zijn een afgezet gebied binnengebracht en de populatie is zo toegenomen dat voor iedereen zichtbaar de maximale draagkracht wordt overschreden. De grazers kunnen nergens naartoe.”
De dieren zijn in de ogen van de dierenartsen daarom wel degelijk ’gehouden dieren’, waarvoor een zorgplicht geldt.
„Het welzijn van individuele dieren gaat bij ons voor het doel van het natuurgebied. Anders gezegd: Wij kunnen het niet eens zijn met de stelling dat om de natuur in de Oostvaardersplassen in stand te houden, individuele dieren moeten creperen. Dat past niet.”
Binnen de beroepsorganisatie van dierenartsen is geopperd dat veel onnodig lijden te voorkomen is door dagelijkse monitoring en het afschieten van dieren die uitzichtloos lijden door verwonding of honger.
Critici wezen er verder op dat bij pro-actief schieten van grote aantallen het onmogelijk is een goede selectie te maken van de dieren die gedood moeten worden.
Daarnaast blijkt dat de hoge sterftecijfers in de Oostvaardersplassen eerder het gevolg zijn van een sterke populatiegroei dan van strenge winters.
Die argumenten zijn allemaal de revue gepasseerd, geeft Hellebrekers toe. „Er was discussie, maar uiteindelijk is een grote meerderheid van onze leden is voor getalsmatig beheer. Eenvoudiger uitgedrukt: afschot voordat de dieren lijden. Er moet ruimte komen. Het eerste jaar moet zeker een derde van de populatie worden afgeschoten, waarbij de natuurlijke processen zo goed mogelijk gesimuleerd moeten worden. Door de ruimte die zo ontstaat, kunnen de anderen in de winter overleven.”
Hellebrekers sluit niet uit dat door het uitblijven van de honger, de grazers meer kalfjes voortbrengen. „Daarom moet met afschot door het hele jaar de grootte van de kuddes afgestemd worden op de draagkracht van het gebied. ”
De beroepsorganisatie van dierenartsen staat in haar advies met name stil bij de heck-runderen, die het in de strenge winters duidelijk slechter doen dan de andere soorten.
„Een beheerder moet zich afvragen waarom dat zo is. Wij denken dat de open en natte Oostvaardersplassen totaal niet geschikt zijn voor heckrunderen, die van beschutting houden en die nodig hebben om in kou te overleven. Moet je die soort dan koste wat kost handhaven? Ik zou zeggen: nee, haal ze eruit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.