*

 

Samenwerking in de oppositie lijkt vooral een illusie

Lex Oomkes − 17/11/10, 00:00

Het kabinet-Rutte lijkt in meerdere opzichten een tamelijk perfecte vertaling van het maatschappelijk klimaat. We hebben jaren van groeiende ontevredenheid over een bemoeizuchtige overheid en een naar binnen gekeerde maatschappelijke elite achter de rug en dat is nu, al dan niet perfect, vertaald in een regeerakkoord dat geschreven lijkt met het oog op de in de jaren zeventig tot de middenklasse toegetreden Nederlander. Zijn zekerheden worden gewaarborgd. Hij kan rekenen op zijn hypotheekrenteaftrek, zijn auto krijgt ruim baan en van zijn sociale zekerheid wordt afgebleven. Tegelijkertijd wordt er gesneden in de subsidies voor de kunsten – waar hij toch al niet een hoge pet van op had – en worden de minderheden – die hij altijd al als een bedreiging zag – harder aangepakt.

Het CDA is tot dit kamp toegetreden en verliet daarmee de vertrouwde middenpositie in de Nederlandse politiek. Daarmee lijkt er een zee van ruimte te zijn ontstaan in het politieke krachtenveld voor de partijen in de oppositie. Nu er niets meer in het midden is, ziet het D66 van Alexander Pechtold nieuwe kansen. „De vernieuwing zal moeten komen vanuit het midden. Het progressieve midden, waar de bruggen geslagen moeten worden”, schreef Pechtold vorige week op de opiniepagina van NRC Handelsblad.

Andere partijen rond Pechtold doen naarstige pogingen de krachten te bundelen nu er een antwoord moet komen op de politiek van belangenbehartiging van vooral de lagere middenklasse. SP-fractievoorzitter Emile Roemer bedelt bij, wat hij nog steeds beschouwt als, andere linkse partijen voor meer structurele samenwerking. PvdA-leider Job Cohen en Femke Halsema van GroenLinks snuffelen voorzichtig aan elkaars partijen in de hoop de komende kabinetsperiode de oppositie meer gecoƶrdineerd en eenduidig over het voetlicht te krijgen. Hier en daar steekt zelfs het pleidooi de kop op om ter linkerzijde tot nieuwe partijvorming te komen.

Vooral voor de PvdA zou meer structurele samenwerking met partijen om haar heen gunstig kunnen zijn. Tot nu toe konden de sociaal-democraten elke samenwerking afhouden. Met D66 werd in kabinetten nog wel eens samengewerkt, maar het enige resultaat was dat D66 werd leeggegeten. De andere twee, GroenLinks en SP, werden vooral als bedreiging gezien.

Voor de andere partijen is het echter de vraag wat samenwerking met de PvdA in haar huidige staat nog voor winst zou kunnen brengen. De sociaal-democraten staan voor grote ideologische keuzes, die de partij van kleur zouden kunnen doen verschieten. Gaat de partij de meer libertaire kant op met een nadruk op milieubeleid, dan hebben de gesprekken met GroenLinks zin. Is het laatste verkiezingsprogramma met een meer sociaal-conservatieve inslag leidraad voor de toekomstige ideeƫnvorming, dan staat de partij voor jaren alleen. Op dat punt kan de PvdA nooit geloofwaardiger opereren dan de SP.

Uit de opsomming moge blijken dat D66 in de oppositie een redelijk unieke positie heeft weten te verwerven en dat Pechtold de afgelopen jaren de partij een heel eigen geluid heeft gegeven. De partij staat nu dusdanig sterk dat samenwerking het eigen, unieke profiel zou kunnen schaden. De democraten moeten in staat geacht worden op eigen kracht die positie uit te bouwen en te verzilveren. Samenwerking op links lijkt een illusie.

mailIcon print |