*

 

Wie ruimt hier de olie op?

Hans Marijnissen − 29/10/10, 00:00

Na de olieramp in de Golf van Mexico krijgt de kwetsbare Waddenzee juist een rampenplan dat volgens deskundigen minder efficiënt is. Overlegpunt één: wie is de baas?

  • Als de zandplaten in de Waddenzee door een ramp worden afgedekt met olie, sterft de hele Waddenzee, vreest de Waddenvereniging. (FOTO KOEN SUYK, ANP)

Veel fantasie is er niet voor nodig om de ecologische gevolgen van de ramp in de Golf van Mexico te vertalen naar het Nederlandse wad. De in olie gedrenkte zeeschildpadden die moedeloos de camera inkijken, zouden net zo goed zeehondjes kunnen zijn. En de pelikaan die zijn enorme vleugels niet langer kan uitslaan, is goed te vergelijken met een lepelaar vol drek.

Hidde van Kersen, directeur van de Waddenvereniging, hoopt natuurlijk dat het nooit zal gebeuren, maar de vraag is: waarom zou zich voor de Waddenkust geen olieramp kunnen ontvouwen?

„Elke herfst vinden we de aangespoelde containers op de stranden. Dat zijn incidentjes die beheersbaar zijn. Maar wat nu als een tanker in de problemen komt? De Wadden liggen wel langs een van de drukste vaarroutes van Europa. De kans op een ongeval is heel reëel.”

Als Van Kersen naar het papieren antwoord op zo’n ramp kijkt, moet de conclusie zijn dat Nederland niet is voorbereid, terwijl de Waddenzee toch internationaal beschermd is en op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat. „De omstandigheden bij een ramp zijn op de Wadden al veel ongunstiger dan in de Golf van Mexico voor de Amerikaanse kust. De ramp daar was op een platform op volle zee, zodat de olie niet direct de kust bedreigde. De bestrijders van de vlek hadden dus tijd om in actie te komen, een aantal weken zelfs.

„De scheepvaartroute in Nederland loopt direct noordwestelijk langs de Wadden. De olie stroomt bij vloed de Waddenzee in, binnen een dag, en blijft bij eb op de zandplaten liggen. Want dat is een ander negatief kenmerk als het om oliebestrijding op deze locatie gaat: de Waddenzee is ondiep en niet geschikt voor doorsneevaartuigen.”

En dan heeft Van Kersen het nog niet eens over de specifieke kenmerken van het ecosysteem van de Wadden, waardoor het gebied extra kwetsbaar is bij een olieramp.

„Het is vooral de Waddenbodem die van onschatbare waarde is en onlosmakelijk verbonden aan de soorten die in het water en daarboven leven. Als de platen worden afgedekt met olie, is de hele Waddenzee dood.”

De kwetsbaarheid van het gebied en de ligging dichtbij een vaarroute vragen om een slagvaardig antwoord bij calamiteiten, door een gestroomlijnde organisatie. Daarvan is volgens Van Kersen juist geen sprake. Sterker nog, die organisatie van de rampenbestrijding wordt deze maand nóg slechter. De directeur van de Waddenvereniging, die dit jaar 45 jaar bestaat, omschrijft het grote aantal bestuurslagen dat zich met zo’n ramp moet bezighouden als een ’bestuurlijke spaghetti’. Zo bestaat het Waddengebied uit drie provincies en achttien gemeenten en grenst het aan de Noordzee én aan Duitsland. Opgeteld kunnen 31 organen zich bij een ramp verantwoordelijk voelen.

In het Coördinatieplan Rampenbestrijding Waddenzee, dat tot deze maand de leidraad was, had de commissaris van de koningin van de provincie waarin de ramp zich het eerst voltrekt, de leiding van de bestrijdingsoperatie. „Dat was geen optimale situatie”, zegt Van Kersen. „Maar wat er nu voor in de plaats komt, betekent nog een stap terug.”

Deze maand is de Wet Veiligheidsregio’s in werking getreden, die niet voorziet in sturing van bovenaf, maar juist op lokaal niveau.

„Niet de commissaris van de koningin, die als functionaris boven de partijen staat, maar een burgemeester moet de rampenbestrijding gaan coördineren en aansturen. Als de olievlek zich letterlijk verspreidt tot over de gemeentegrens, houdt deze eerste burgemeester de leiding en mag hij andere bestuurders ’overrulen’. Kun je het je voorstellen?”

Een burgemeester heeft naast rampenbestrijding ook te maken met economische belangen. Die kunnen hem volgens Van Kersen in de weg zitten. „Neem de burgemeester die de Eemshaven in zijn gebied heeft. Moet hij nu de natuur of de toekomst van zijn haven beschermen?”

Daarnaast geeft de Wet Veiligheidsregio’s, en ook het Project Waterrand dat de rampenbestrijding op zee moet versterken, de brandweer een centrale taak.

„Maar die heeft helemaal geen kennis van oliebestrijding op volle zee”, zegt Van Kersen. „De overheid wil de bestrijding van rampen uniform organiseren, maar ze maakt een denkfout. De Waddenzee strekt zich uit over een gebied met zeer veel eigenaren, is extra kwetsbaar en heeft met zijn ondiepte en sterke stroming atypische gebiedskenmerken. Dat vraagt om een specifieke organisatie, zeer centraal geleid, het liefst door Rijkswaterstaat, want de kennis zit toch echt daar. En dat geldt ook voor het materieel.”

Ook daarover heeft Van Kersen zijn zorgen. Bij een olieramp op de Waddenzee kan de vrijgekomen lading alleen worden opgeruimd door vaartuigen met een diepgang van minder dan één meter. Die zijn er amper.

„De overheid laat de ontwikkeling van bestrijdingsmaterieel over aan onderaannemers en die zijn onder druk van de economisch crisis terughoudend met innovaties.”

Van Kersen denkt onder meer aan landingsvaartuigen of hovercrafts die in ondiepe wateren kunnen komen, of aan sleeën die platen kunnen voorttrekken zodat de gemorste olie naar verzamelpunten kan worden gesleept.

„Ook de ontwikkeling van deze apparatuur behoeft centrale regie. Dit nieuwe kabinet zet juist in op decentralisatie. We moeten er toch niet aan denken dat de Waddenzee zwart wordt?”

mailIcon print |