De tweede zittingsdag in de zaak-Wilders, is woensdag in een gespannen sfeer begonnen. Opnieuw was het rechtbankvoorzitter Jan Moors die de verdediging tegen de haren instreek, nu door te zeggen dat hij het zich kon voorstellen dat een van de mensen die aangifte tegen Wilders deden, de film Fitna niet wilde zien. Deze vrouw verliet de rechtszaal.
Maandag was een uitlating van Moors over het gebruik van het zwijgrecht door Wilders reden voor advocaat Bram Moszkowicz om andere rechters te vragen. Dat verzoek werd niet ingewilligd.
De advocaat sprak de rechtbankvoorzitter woensdag opnieuw aan op zijn uitlating, maar ging deze keer niet over tot wraking. Moors bezwoer de verdediging dat hij geen waardeoordeel over Fitna bedoelde te geven, maar dat hij begreep dat de vrouw de film niet wil zien.
Na vertoning van Fitna stelde de rechtbank er vragen over aan Wilders, maar die antwoordde niet. Daarna is de rechtbank begonnen met het voorlezen van (delen van) aangiften tegen de PVV-leider, die terechtstaat voor belediging van moslims en allochtonen en aanzetten tot haat en tot discriminatie.
Advocaat Moszkowicz zei dinsdag dat de mislukte wraking een teleurstelling was. Wel was hij blij dat de rechters die de wraking moesten beoordelen, de uitspraak van Moors over het beroep op het zwijgrecht ongelukkig geformuleerd vonden. „Voor Wilders is met de beslissing de schijn van partijdigheid van de rechtbank niet weggenomen”, aldus de raadsman.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.