Deze week vergaderen 194 landen in Zuid-Korea over de toekomst van het IPCC. Het klimaatpanel van de Verenigde Naties ligt onder vuur. Oud-directeur van het KNMI Gerbrand Komen vertelt over zijn ervaring met het IPCC. „Ik heb wel eens ruzie met voorzitter Pachauri gehad.”
Oud-onderzoeksdirecteur van het KNMI Gerbrand Komen moet lachen als hij terugdenkt aan een januariochtend in 2007. Hij werd door een hoge ambtenaar van het ministerie van Vrom uit zijn bed gebeld. „Of ik de zeespiegelstijging een beetje wilde aandikken”, zegt Komen lachend. „No way”, zei ik. „Ik ben een wetenschapper, geen beleidsmaker.”
Het voorbeeld toont de soms gespannen relatie tussen de wetenschap en de politiek. Een beetje manipulatie om iets voor elkaar te krijgen mag belangrijk zijn binnen de politiek, als wetenschapper is Komen daar niet zo van gediend. „Disgusting”, noemt de oud-directeur van het KNMI het.
Toch kan de politiek niet zonder de wetenschap en andersom. Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, is daar misschien wel het belangrijkste voorbeeld van. Wetenschappers en beleidsmakers werken daar intensief met elkaar samen.
Het klimaatpanel heeft als taak om de meest recente wetenschappelijke, technische en economische literatuur over klimaatverandering te bundelen en te beoordelen. Uit dat dikke rapport wordt een samenvatting gedestilleerd voor beleidsmakers.
Met die samenvatting in de hand maken ambtenaren beleid om de verwachte opwarming van de aarde zoveel mogelijk tegen te gaan. De samenvatting voor beleidsmakers wordt woord voor woord goedgekeurd door de plenaire vergadering van het IPCC waar 194 landen bij zijn aangesloten die allemaal hun mening mogen geven. De Indiër Rajendra Pachauri is sinds 2002 voorzitter van het IPCC.
Dat levert soms gespannen situaties op en de dialoog gaat vaak ’irritant langzaam’, zegt Komen. De voormalig directeur van het KNMI was tot 2007 het aanspreekpunt voor het IPCC binnen Nederland. Dat wil zeggen dat hij de Nederlandse delegatie leidde tijdens de plenaire vergaderingen. Hij kent het proces van binnen en van buiten.
Komen wil best meewerken aan een interview, maar de uitnodiging verbaast hem enigszins. „Bedenk dat ik een man van het midden ben. Ik heb geen extreme meningen; media vinden dat meestal niet interessant”, zegt hij.
Het klimaatdebat wordt al enige tijd op het scherp van de snede gevoerd. Sceptici vragen zich af of de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Ze betwisten de klimaatmodellen die het IPCC in 2007 gebruikte en die ook worden gehanteerd door Al Gore, winnaar voor de Nobelprijs voor de vrede. Vorig jaar werden zelfs fouten ontdekt in het IPCC-rapport. Zo werd het tempo waarin gletsjers in de Himalaya smelten verkeerd beschreven.
Verder stond erin dat Nederland voor 55 procent onder de zeespiegel ligt, terwijl dit 26 procent is. In Nederland kreeg het Planbureau van de Leefomgeving daarom de opdracht van voormalig minister van milieu Jacqueline Cramer om een deel van het IPCC-rapport te controleren. Conclusie: het VN-klimaatpanel legt te zeer de nadruk op de belangrijkste negatieve gevolgen van klimaatverandering. In de hoofdconclusies over mogelijke regionale gevolgen zijn overigens geen fouten zijn geconstateerd..
Op mondiaal niveau onderzocht het IAC (Inter Academy Council), een comité van wetenschappers van over de hele wereld, de werkwijze van het IPCC. Het IAC noemde het IPCC succesvol en vitaal, maar de aanbevelingen van het IAC logen er niet om: Het management van het IPCC moet op de schop; de zittingstermijn van de voorzitter moet worden ingekort.
Wetenschappers, economen en sceptici die kritiek spuien op IPCC-rapporten moeten meer ruimte krijgen; het gebruik van ’grijze’ literatuur (geen wetenschappelijke literatuur, maar bijvoorbeeld rapporten van economen of niet-gouvernementele organisaties) moet tot een minimum worden beperkt, en het IPCC moet eerlijk zijn over de onzekerheidsfactor in klimaatmodellen die het panel gebruikt om de opwarming van de aarde te voorspellen.
Komen deelt de kritiek. „Het is goed dat die aanbevelingen er liggen. Ik hoop dat ze niet ergens onderin een la verdwijnen.”
De oud-directeur heeft vaak genoeg meegemaakt dat kritiek op het IPCC in de doofpot werd gestopt.
„Ik herinner me een bijeenkomst in Valencia, een aantal jaar geleden. Pachauri weigerde toen te praten over de toekomst van het klimaatpanel, terwijl dat wel op de agenda stond. Een half uur voor de afsluiting, toen iedereen uitgeput was en het punt eindelijk ter sprake kwam, moest Pachauri plotseling weg omdat Ban Ki-Moon (secretaris generaal van de VN, red.) arriveerde, geheel volgens plan overigens, en hij hem wilde verwelkomen.”
De oud-directeur van het KNMI heeft regelmatig aanvaringen gehad met de voorzitter van het VN-klimaatpanel. „De Nederlandse delegatie heeft lang geknokt voor een meer evenwichtige weergave van onzekerheden in de samenvatting die ambtenaren gebruiken bij het uitzetten van beleid.
„Ik geef een voorbeeld: wetenschappers gebruiken klimaatmodellen om de opwarming van de aarde te voorspellen. Zeg dat ze vijf modellen gebruiken. Uit vier blijkt dat de opwarming veroorzaakt wordt door menselijk handelen. In het vijfde wordt geen verband gevonden. Dan zegt het IPCC: er is 80 procent kans dat de aarde opwarmt door menselijk handelen. Dit is een voorbeeld ter illustratie, want in werkelijkheid wordt de kans groter geacht.
„Waar het om gaat is dat zo’n kans niet absoluut is, maar afhangt van de keuze en kwaliteit van de modellen. Dit staat allemaal goed omschreven in het hoofdrapport, inclusief het gegeven dat er een kleine kans is dat er geen verband bestaat. Maar Pachauri weigerde, net als Duitsland, een expliciete verwijzing naar onzekerheden in de samenvatting op te nemen. Ook heb ik verschillende keren gemeld dat de rol van de review editors (wetenschappers die toezien op de controle door andere wetenschappers) versterkt moet worden. Pachauri heeft daar nooit op gereageerd.”
Het IAC-rapport dat de werkwijze van het IPCC langs de meetlat heeft gelegd, is kritisch over Pachauri. Hij zou te veel stelling hebben genomen in het maatschappelijke debat over klimaatverandering. Zo riep hij op om minder vlees te eten.
Pachauri denkt ondanks de kritiek voorlopig niet aan opstappen, meldde hij al, maar zijn functioneren zal ongetwijfeld tijdens de vergadering besproken worden. Komen: „Het is goed als er iemand anders komt. Pachauri is vanaf 2002 voorzitter en hij verliest draagvlak”, zegt Komen. „Ondanks de aanvaringen die ik met hem had, heb ik wel bewondering voor hem. Het is geen kattenpis voorzitter te zijn van bijna 200 landen. Hij weet snel consensus te bereiken. Dat is knap.”
Komen is kritisch, maar vindt dat het IPCC moet blijven. „Ik vind het fantastisch dat er een dialoog is tussen wetenschap en politiek. Het is nuttig om van elkaar te weten hoe je tegen het klimaat aankijkt. Voor wetenschappers is het goed te zien hoe politici worstelen een evenwicht te vinden tussen natuur, economie en welzijn.
„Politici op hun beurt zien dat wetenschappers er niet zozeer zijn om de maatschappij te veranderen, maar kunnen helpen om dingen beter te begrijpen. Wij willen een basis verschaffen zodat politici zich bij het maken van beleid zoveel mogelijk kunnen baseren op feiten. Dat is overigens niet altijd makkelijk.
„De eerste problemen ontstaan vaak bij het verzamelen van data. Hoe bepaal je de kwaliteit van de temperatuurmetingen in China tijdens de culturele revolutie? Het klimaat zelf is complex. Je hebt allerlei processen die tegen elkaar inwerken. Neem verwoestijning. Zand dat de oceaan inwaait brengt ijzer mee. Dat is goed voor het leven in de oceaan. Daardoor kan het water meer CO2 opnemen. Wat ik maar wil zeggen: het is niet zo zwart-wit als het lijkt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.