opinie Plannen van dit kabinet met Ecologische Hoofdstructuur betekenen niets anders dan kapitaalvernietiging
De kersverse staatssecretaris van economische zaken, landbouw en innovatie, Henk Bleker, laat er geen gras over groeien. Twee weken geleden zei hij dat hij niet wilde doorgaan met natuurgebied Oostvaarderswold; vorige week schreef Bleker aan de provincies dat het Rijk stopt met de financiering van de verwerving van gronden voor robuuste verbindingszones. Er wordt al twintig jaar aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een netwerk van verbindingen tussen grote en kleine natuurgebieden, gewerkt en over acht jaar zou die zijn voltooid. Bezuinigen op natuurbeleid kan, maar het om zeep brengen is kapitaalvernietiging.
De biodiversiteit in Nederland neemt al jaren sterk af. Een van de belangrijkste oorzaken daarvoor is gebrek aan geschikt leefgebied en versnippering van natuurgebieden. Goed nieuws is dat de achteruitgang van biodiversiteit wel is vertraagd de laatste jaren. Dit komt onder andere door de aanleg van nieuwe natuurgebieden in het kader van de EHS.
Bleker wil de EHS niet realiseren zoals die tot nu toe gedacht was. Vorige week zei hij dat hij natuurgrond liever gebruikt voor landbouw. De verbindingszones wil hij schrappen en hij gaat fors bezuinigen.
Geïsoleerde natuur heeft veel minder waarde dan wanneer planten en dieren zich kunnen bewegen van het ene naar het andere gebied. Als de geplande verbindingen tussen natuurgebieden voltooid zouden worden, kunnen edelherten uit de Oostvaardersplassen via de Veluwe en Montferland naar het Reichswald in Duitsland lopen en zou de wolf naar de oevers van het IJsselmeer kunnen komen. Daartoe zijn de afgelopen jaren tunnels gegraven en ecoducten gebouwd en is landbouwgrond ingericht als natuurgebied.
Het is de vraag of de voor de helft afgeronde EHS wordt voltooid. Er zal volgens de nieuwe plannen niet meer geïnvesteerd worden in de aankoop van gronden; dieren die een ecoduct oversteken komen uit op een doodlopende weg. Ook de aansluiting van Nederlandse natuurgebieden met gebieden in Duitsland en Frankrijk zal niet plaatsvinden.
Moeten we dan halsstarrig blijven vasthouden aan plannen die twintig jaar geleden zijn gemaakt? Nee. „Probeer niet álles te doen, en kies”, zei Keimpe Wieringa van het Planbureau voor de Leefomgeving (Trouw, 14 oktober). Ik ben het met Wieringa eens dat, juist in tijden van crisis, gekeken moet worden naar het combineren van natuur met andere functies. Als meer boeren naast hun agrarische activiteiten tegen betaling serieus kunnen werken aan natuurbeheer kunnen ook landbouwgronden bijdragen aan biodiversiteit.
Natuurbeleid zal flexibel moeten zijn. Als bepaalde natuur door een veranderend klimaat verdwijnt, hoef je daar niet tegen beter weten in aan vast te houden. Maar wat je niet moet doen, is het stopzetten van de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur, zoals het nieuwe kabinet van plan is. Juist nu het klimaat verandert, zijn verbindingen nodig zodat dieren en planten over grotere afstanden kunnen verhuizen naar nieuwe leefgebieden in andere gebieden en klimaatzones. Juist nu hebben we die verbindingen nodig zodat nieuwe soorten zich in Nederland kunnen vestigen.
De plannen van dit kabinet betekenen niets anders dan kapitaalvernietiging. De investeringen in de aanleg van de EHS, de aankoop van grond en de afspraken met boeren, worden teniet gedaan. Het is begrijpelijk dat het in tijden van bezuinigingen ook met de realisatie van nieuwe natuur langzamer gaat. Maar laten we de grond waar wel plannen voor zijn, maar nog geen geld voor is, tenminste reserveren.
Van uitstel hoeft geen afstel te komen. Op z’n minst moet dit kabinet de ruimte reserveren voor een vernieuwde, klimaatbestendige Ecologische Hoofdstructuur: een netwerk van natuurgebieden dat ervoor zorgt dat het verlies aan biodiversiteit in Nederland stopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.