opinie Of het nieuwe kabinet het volhoudt, is nog niet te voorspellen.
Het minderheidskabinet Rutte is tot stand gekomen. Met één zetel verschil tussen de PvdA en de VVD, hebben de liberalen het initiatief niet meer uit handen gegeven. Omdat er ook andere combinaties mogelijk waren, is de conclusie dat de VVD en het CDA een minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV prefereren boven die andere coalities.
Het CDA wilde van meet af aan over rechts regeren, maar moest zich eerst bescheiden opstellen omdat zij twintig zetels had verloren. Voor een rechtse meerderheid moest worden gekeken naar samenwerking met de PVV. Lastig, want de bestaande machthebbers wilden de PVV niet toelaten. Dat was toch een rechts-populistische partij met abjecte opvattingen over asiel, immigratie en de islam?
Om de samenwerking voor elkaar te krijgen, waren vele informateurs nodig. Al in de eerste weken werd in beschouwingen gezinspeeld op een minderheidskabinet. Paars-Plus stuitte op verzet bij de VVD-achterban, die deze combinatie niet pruimde. Cohen maakte de fout onmiddellijk ’nee’ te zeggen tegen de middenvariant van VVD, CDA en PvdA. Dat was onverstandig, omdat zoiets beter uit het proces zelf naar voren kan komen.
Het lijkt erop dat Cohen de samenwerking met de PVV zo onwaarschijnlijk vond dat hij informateur Lubbers adviseerde de variant VVD, CDA en PVV nogmaals te verkennen. Ook Lubbers vond het waarschijnlijk onvoorstelbaar. Intussen hadden de drie rechtse partijen echter besloten serieus werk te maken van een minderheidskabinet met gedoogsteun.
Het CDA had uiteindelijk de meeste moeite met de samenwerking met de PVV. Door de onenigheid binnen het CDA brak Wilders de onderhandelingen nog een keer af, tot hij zich realiseerde dat hij zo de weg voor links naar de Trêveszaal vrijmaakte.
Het minderheidskabinet Rutte is na 127 dagen tot stand gekomen. Hoe zal dat verder gaan? Er zijn, zoals altijd, factoren die de duur van het kabinet kunnen bevorderen en risico’s die het voortbestaan kunnen verkorten.
Factoren die de levensduur kunnen bevorderen, zijn:
1. Communicatie. Mark Rutte is een soepele politicus die goed kan communiceren. Hij is mediageniek en ’Rutger Castricum-proof’ (de presentator van PowNews). Dat is belangrijk in de mediacratie. Uit onderzoek blijkt dat Rutte gesteund wordt door 50 procent van de bevolking. Als hij wil uitgroeien tot de minister-president van alle Nederlanders, zal hij bruggen moeten slaan. Tijdens zijn eerste persconferentie maakte hij dit al duidelijk.
2. De fracties. Mark Rutte heeft als formateur gekozen voor bestuurders die tried and trusted zijn. Dat is verklaarbaar; er is ervaring nodig om met Wilders om te gaan. Henk Kamp en Hans Hillen zijn politieke routiniers. De vraag is wel of het verstandig is Verhagen uit de Kamer te halen, hoewel Van Haersma Buma zeer ervaren is. Misschien is het leiderschapsprobleem in de VVD nog wel groter nu Rutte, Rosenthal en Opstelten in het kabinet zitten, waardoor er in de fracties nieuwe mensen nodig zijn, terwijl het zwaartepunt bij een minderheidskabinet in het parlement ligt.
3. Het LPF-scenario. Geert Wilders heeft geen reden om onmiddellijk te breken. Als hij dat wel doet, is het de vraag of zijn kiezers dit waarderen. Om het kabinet mogelijk te maken, zal hij moeten inbinden. Doet hij dat niet, dan dreigt het LPF-scenario. Geert Wilders wil graag bewijzen dat hij de organisatie beter op orde heeft.
4. De oppositie. Er is geen duidelijk alternatief voor dit minderheidskabinet. De linkse oppositie is te verdeeld om een vuist te maken. Het is nog niet duidelijk wie de meest geschikte oppositieleider is en of er een concurrerend links verhaal komt. Femke Halsema twijfelt inmiddels aan het progressief liberale paradigma, dat sleets is geworden.
Er zijn ook factoren die de instabiliteit van het kabinet bevorderen:
1. Een verdeeld CDA. Het CDA verloor 20 zetels – dat zit nog sterk in de benen. Verhagen heeft het spel magnifiek gespeeld. Het CDAcongres pakte voor Verhagen goed uit, mede omdat Bleker het congres via microfoon 9 kon sturen. Dit laat onverlet dat een derde van de aanhang principieel tegen de samenwerking met de PVV is. Het is waarschijnlijk dat deze principiële strijd nog niet voorbij is. Lubbers, Klink en Hirsch Ballin hebben nog niet gecapituleerd.
2. De Eerste Kamer. Het grootste risico ligt bij het ontbrekende draagvlak in de Eerste Kamer. Dat punt is door informateur Opstelten niet opgelost. Zaken die worden genegeerd omdat zij op de korte termijn lastig zijn op te lossen, komen later meestal keihard terug. Het kabinet-Rutte veronderstelt dat ook de Eerste Kamer het kabinet zal gedogen, maar de vraag is of de senatoren dit doen. Idealiter stelt de Eerste Kamer zich terughoudend op, maar de Senaat is bij tijd en wijle zeer politiek. De gedachte is dat door de Statenverkiezingen de verhoudingen in de Eerste Kamer zullen wijzigen. Maar doet de PVV in alle provincies mee, en boekt zij winst? Uitslagen blijven lastig te voorspellen.
Ik vermoed dat de senatoren van de Eerste Kamer niet de moed hebben het minderheidskabinet onmiddellijk naar huis te sturen. Zij zullen de uitslag van de Statenverkiezingen afwachten. Dat betekent dat die verkiezingen in maart spannender worden dan ooit, omdat de uitslag de samenstelling van de Eerste Kamer bepaalt. Als de coalitie na maart niet over een meerderheid in de Eerste Kamer beschikt, pas dán kan het minderheidskabinet Rutte op elk moment naar huis worden gestuurd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.