*

 

Advies: Ingrijpen bij Oostvaardersplassen

Hans Marijnissen − 30/10/10, 00:00

Staatsbosbeheer moet stoppen met het natuurlijk beheer van de Oostvaardersplassen. Dertig procent van de huidige populatie grote grazers moet worden afgeschoten om sterfte door honger te voorkomen. Omgerekend zijn dat minstens 900 dieren.

  • Een hert in natuurgebied de Oostvaardersplassen. In de winter hebben veel grote grazers daar een tekort aan voedsel. (FOTO BRAM PETRAEUS)

Dit schrijft de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) in een advies dat maandag wordt gepubliceerd. Zij legt de nadruk op de ’morele plicht’ om in te grijpen. Het welzijn en de gezondheid van het individuele dier gaat vóór het doel van het natuurgebied, staat in de nota te lezen. De gezaghebbende beroepsorganisatie van dierenartsen komt met dit standpunt enkele weken voor het rapport van de commissie Gabor, die in opdracht van voormalig minister van LNV Verburg het ’natuurlijk beheer’ evalueert. Daarna wordt een definitieve beslissing over het gebied verwacht.

In de Oostvaardersplassen lopen honderden heckrunderen, konikpaarden en herten vrij rond, en vormen zo als het ware het natuurlijk landschap, wat uniek is voor Nederland. In de winter hebben veel dieren een tekort aan voedsel, teren in, en sommigen sterven de hongerdood. Volgens voorstanders van dit plan hoort dit bij het natuurlijk proces. De beroepsorganisatie van dierenartsen stelt dat de dieren onnodig lijden doordat aan het einde van de winter de draagkracht van het gebied overschreden wordt. Van een natuurlijk proces wil de organisatie niets weten. ’De dieren zijn hier door de mens neergezet en kunnen onder barre omstandigheden niet migreren naar elders. Daarom is er een zorgplicht ten opzichte van de grote grazers.’

De dierenartsen pleiten voor ’pro-actief afschot’ vóór de winter, waardoor de overlevingskansen van de overblijvende dieren stijgen en hun welzijn zal verbeteren. Het vlees van deze gezonde dieren moet wat de KNMvD betreft bestemd kunnen worden voor menselijke consumptie. Omdat door het afschot de populatie door de ontstane ruimte juist sterker kan toenemen, moet dit jaarlijks worden herhaald.

De beroepsorganisatie van dierenartsen vindt dat Staatsbosbeheer bij het experiment in de Oostvaardersplassen onvoldoende rekening heeft gehouden met de maatschappelijke verontwaardiging en onvoldoende heeft stilgestaan bij de keuze van de geïntroduceerde diersoorten. De heckrunderen zijn volgens de dierenartsen helemaal niet geschikt voor dit open gebied, wat te zien is aan de grote sterfte onder deze groep. Op korte termijn moet daarom beschutting in het gebied worden aangebracht. Beter zou zijn als de dieren helemaal uit de Oostvaardersplassen verdwijnen.

Een woordvoerder van Staatsbosbeheer benadrukt dat het advies van de dierenartsen serieus wordt genomen, maar dat de conclusie wordt afgewacht van de commissie Gabor, waarin internationale experts zijn vertegenwoordigd. Mochten de heckrunderen het niet redden in de Oostvaardersplassen, dan zullen in ieder geval geen nieuwe dieren het gebied worden binnengebracht.

Het gehele standpunt van de KNMvD is hier te lezen.

mailIcon print |