*

 

Willem Breedveld bracht de liefde voor het debat bij

Lex Oomkes − 13/10/10, 00:00

Tot een paar maanden geleden schreef Willem Breedveld op deze plek. Wekelijks deelde hij met u, de lezer, zijn verbazing en, veel minder vaak, zijn ergernis over ontwikkelingen in, vooral, het maatschappelijk debat. Vooral het maatschappelijk debat, want daarvoor had Breedveld een enorme passie.

Maar Willem is niet meer onder ons. Ik zou, toen ziekte Breedveld in april trof, tijdelijk zijn column vullen. Ook al was het maar tijdelijk, ook een paar maanden in zijn schoenen staan, zag ik toen al als een ondankbare taak. Willem is niet te vervangen, ook niet tijdelijk.

Breedveld zorgde er echter persoonlijk voor dat je die schroom zoveel mogelijk van je afzette of er althans wat minder last van had. Vanaf zijn ziekbed moedigde hij aan, leverde kritiek en inspireerde. Want uiteraard nam hij pennevruchten op deze plek met een zekere gretigheid tot zich. Ook dit stukje behoort immers tot dat debat.

Ik behoor tot een in de loop der jaren behoorlijke uitgedijde groep mensen, die door Breedveld werden opgevoed in de politieke journalistiek. Voor zover er sprake is van voor Trouw typische politieke journalistiek, is die traditie voor een zeer belangrijk deel afkomstig van Breedveld.

Hoe die traditie omschreven moet worden is niet gemakkelijk. De verschillen met andere redacties aan het Binnenhof zitten voornamelijk in de details. Immers, nieuws is nieuws, ook voor Breedveld, ook voor opeenvolgende politieke redacties van Trouw.

Breedveld hamerde er op dat zijn collega's zich altijd zouden afvragen wat het grotere idee was achter het optreden van een politicus. Willem hield in de jaren van machtspolitiek en toenemende hegemonie van het liberale marktdenken vast aan de overtuiging dat ideologieën, hoe bleek en armoedig soms ook, wel degelijk politici nog dreven. Elke zweem van cynisme, elke vooronderstelling dat ijdelheid de politicus zou drijven, werd door hem met de nodige felheid bestreden.

Notawijsheden en diep duiken in de techniek van een beleidsterrein deden Breedveld gruwelen: het ging om het idee dat achter een politiek voorstel zat en om niets anders.

Breedveld had een rotsvast en onwankelbaar vertrouwen in al het goede dat uit de botsing van ideologieën naar voren zou komen. Daarom hechtte hij ook aan het openbare debat in het parlement. Zonder dat debat en het ritueel van de verantwoording was er in zijn ogen geen politiek.

Jongere collega's als ondergetekende, die binnenkwamen met de vooronderstelling dat politiek overal in de samenleving wordt gemaakt en maar voor een heel klein beetje aan het Binnenhof, konden op langdurige monologen rekenen, waarin Breedveld zijn diepste overtuigingen trachtte over te brengen.

De wijze waarop het parlement zich in de afgelopen decennia zelf buitenspel zette met wurgende regeerakkoorden, deed hem vanuit dat perspectief meer dan alleen pijn aan het hart. Bij tijd en wijle kon Willem in woede ontsteken als hij de teloorgang van het vrije debat moest aanschouwen. Ik zat met hem aan een bureau toen de toenmalige fractievoorzitter van het CDA, Pieter van Geel, bij het debat over het crisispakket plompverloren stelde dat de oppositie lawaai kon maken, maar dat er nu eenmaal een akkoord lag. Het was voor Willem het absolute dieptepunt.

Wij zijn door Willem besmet. We zetten zijn traditie voort.


Zie voor een condoleanceregister en een overzicht van Willems werk het Dossier Willem Breedveld

mailIcon print |