Het nieuwe kabinet stopt met het verbinden van de afzonderlijke natuurgebieden die de Ecologische Hoofdstructuur moeten vormen. De beschermers in het veld protesteren, maar een paar jaar bezinning heeft ook voordelen.
Wauw! Op de top van de Posbank bij het Gelderse Rheden is het uitzicht op het bosrijke Montferland in het zuiden indrukwekkend. Als hert zou je zo afdalen, op weg richting Duitsland. Toch is deze groene horizon voor zoogdieren weinig uitnodigend. Als ze de dorpskern van Rheden zijn gepasseerd, wacht rijksweg A348, dan de IJssel, en vervolgens nog eens een kaal agrarisch gebied met weinig beschutting.
Om van de ene snipper van de zogeheten Ecologische Hoofdstructuur (EHS) naar de andere te geraken, is vaak een hele klus. Maar daar hebben de plannenmakers van Natuurmonumenten iets op gevonden. Op het kantoor bij bezoekerscentrum Veluwezoom klapt adjunct-directeur Gelderland Jeroen de Koe de kaart open. Hij gaat met zijn vinger langs een kronkelige lijn die begint bij de Oostvaardersplassen in Flevoland, en eindigt in het Duitse Reichswald ten oosten van Nijmegen. „Kijk, alle afzonderlijke EHS-gebieden kunnen via dit traject aan elkaar worden gekoppeld”, wijst hij. „De grote zoogdieren uit de Oostvaardersplassen kunnen via een corridor naar het Horsterwold, en daar het Nuldernauw overzwemmen om vervolgens op de Veluwe terecht te komen. Daarna komen ze hier in Rheden aan, en wij zorgen voor een natuurweg richting Duitsland. Uiteindelijk kunnen ze zich straks tot in de Eifel verplaatsen.”
De corridors in Flevoland en hier in Oost-Gelderland zijn schakels in dezelfde west-oost-verbinding, maar verschillen onderling sterk. In Flevoland wordt open agrarisch gebied aangekocht en omgevormd tot een natuurlijk passage voor grote zoogdieren, zegt beleidsmedewerker Wim Goedhart van Natuurmonumenten. „In het oosten zal bestaand agrarisch gebied vooral worden verrijkt met struwelen, natuuroevers, en af en toe een klein bosje. En als de boeren dan wat later maaien om de jonge vogels te sparen, is er al een heuse verbindingszone geschapen.”
„Hier in het oosten richten we ons ook niet in eerste instantie op het groot wild”, zegt Goedhart. „Als de dassen, vlinders en amfibieën hun weg vinden, zijn wij al tevreden. En als op langere termijn het edelhert volgt, is dat helemaal mooi, maar dat is niet ons doel.”
Aan de droom van De Koe en Goedhart lijkt voorlopig een einde gekomen. Het kabinet-Rutte heeft aangekondigd geen geld meer te steken in de zogenaamde robuuste verbindingszones. Voor de slinger op de kaart van Natuurmonumenten betekent dat concreet dat deze tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold, en tussen de Veluwe en Montferland wordt doorgeknipt. De natuurgebieden blijven, als het aan de nieuwe regering ligt, groene eilandjes. Die zijn natuurlijk ook mooi om in te recreëren, maar voor de biodiversiteit zijn ze desastreus. Hoe kleiner het natuurgebied is en hoe verder dit afligt van andere natuurgebieden, des te groter is de kans dat de soorten in dit areaal uitsterven. Migratie naar andere gebieden is dan uitgesloten, terwijl dieren moeten kunnen trekken om zich voort te planten of om straks hogere temperaturen door klimaatverandering te ontvluchten.
Op het Planbureau voor de Leefomgeving, het adviesorgaan van het kabinet, houden Keimpe Wieringa en Hendrien Bredenoord zich bezig met de landelijke ontwikkeling van de EHS. Elke twee jaar presenteren ze de Balans van de leefomgeving, waarin de voortgang van de EHS wordt beschreven.
Wieringa toont de zwak opgaande grafieklijn van het EHS-areaal, die na de totstandkoming in 1990 aanvankelijk steeg door forse grondaankopen, met name onder Paars, maar de laatste jaren bijna vlak blijft. „De overheid is al een eind. Zo'n 450.000 hectare grond heeft nu een EHS-bestemming, en er zou nog 225.000 hectare bij moeten om definitief te kunnen spreken van een ’aaneengesloten netwerk’. Het gaat goed met de verwerving van gronden, maar de inrichting van gebieden blijft achter, en daarmee de kwaliteit van die gebieden. Vooral het particuliere en het agrarisch natuurbeheer vlakken af. Boeren die in contracten vastlegden dat zij hun land in de EHS ’natuurvriendelijk’ zouden beheren, bijvoorbeeld door later te maaien, verlengen die contracten niet, omdat ze dat beheer te veel poespas vinden. Dat werkt de ontsnippering tegen”, zegt Wieringa.
De drie doelen van de EHS zijn het vergroten van de natuurgebieden, het onderling verbinden, en de kwaliteit van de natuur verbeteren, somt Bredenoord op. „Die ontsnippering blijkt moeilijk, maar ook de kwaliteit van de gebieden blijft achter door factoren die moeilijk te beïnvloeden zijn. In de omgeving van de natuurgebieden is veel stikstofuitstoot door agrarische bedrijven. Daardoor zijn deze eigenlijk ’te rijk’, en dat stimuleert vooral de groei van de brandnetel. ”
Met de ervaringen en kennis uit de afgelopen twintig jaar, gaat Wieringa verder, zou je je eens kunnen afvragen hoe Nederland verder wil met de EHS. „Allerlei partijen, van boeren tot provincies, werken samen aan hetzelfde doel. Wat ook blijkt is dat de continuïteit van het beleid zijn vruchten afwerpt. Na twintig jaren EHS-beleid is het natuurareaal in Nederland niet achteruitgegaan, maar vooruit. En dat is een hele prestatie. Ook het beleid dat nadelige milieu-effecten moest temperen, heeft daar aan bijgedragen. Onze Ecologische Hoofdstructuur is een exportproduct geworden dat door veel Europese landen wordt overgenomen.”
Toch is een herijking van dit beleid zoals dit door het nieuwe kabinet wordt voorgesteld volgens Bredenoord en Wierenga helemaal zo gek nog niet. „De werkwijze mag dan succesvol zijn, en daar moeten we absoluut niet mee stoppen, maar je kunt je afvragen of de doelen van twintig jaar geleden nog wel de juiste zijn”, zegt Wierenga. „Waar willen we als Nederland naartoe? En om die vraag te beantwoorden is het goed een pas op de plaats te maken.”
Nederland beschermt in het kader van de EHS zo’n beetje alle natuur, gaat Bredenoord verder. Maar er is minder geld te besteden, en beheer van gebieden is kostbaar. Ook is de afstand tussen de bevolking en de natuur toegenomen. „Je moet je daarom opnieuw afvragen wélke natuurdoelen er de komende jaren gerealiseerd moeten worden.”
„De discussie over de rijkdom aan soorten is erg technocratisch geworden”, zegt Wierenga. „In álle gebieden dient een zo groot mogelijke biodiversiteit te zijn. Maar moet of kan dat wel? Het publiek wil vooral grote soorten als herten, en ziet de natuur als recreatiemogelijkheid. Er moet lekker gewandeld en gefietst kunnen worden. Maar de natuur kan ook andere functies hebben. Bossen kunnen CO2 opnemen, duinen zorgen voor veiligheid en schoon water. Welke natuur willen we eigenlijk?”
Nederland zou bij zijn keuzes volgens Bredenoord en Wieringa internationaler moeten opereren en meer rekening kunnen houden met rijkdom aan soorten in het buitenland. Soorten die in groten getale in Frankrijk voorkomen, zouden hier minder beschermd kunnen worden. Terwijl Nederland juist zou moeten inzetten op zijn eigen unieke landschap. Wieringa: „Een kwart van de duinen in Europa ligt in Nederland. Mondiaal gezien kent Nederland een unieke Delta-cultuur, met rivieren, estuaria, oevers en duinen in een gematigd klimaat. Als kwaliteit het doel is, kan een delta-gericht beleid een antwoord zijn. Maar als recreatie het doel is, komt juist de Veluwe weer in beeld. Wat ik maar wil zeggen: probeer niet álles te doen, en kies.”
Bredenoord geeft het voorbeeld van levend hoogveen dat op sommige plaatsen in Drenthe voorkomt. „Door de klimaatverandering zal dit landschap waarschijnlijk uit Nederland verdwijnen. En daarmee de zeldzame vlinders het Veenhooibeestje en het Veenbesblauwtje. In andere delen van Europa is nog volop hoogveen. Hoeveel moeten wij doen om deze vlinders voor Nederland te behouden? Of kunnen we beter landschappen inrichten om nieuwe soorten te verwelkomen? Nederland wordt door de opwarming geschikt voor de cetti’s zanger, de Provençaalse grasmus, de esculaapslang en de marmersalamander. Tenminste, als er geschikt leefgebied aanwezig is op bereikbare afstand. Daar kunnen we ons óók op richten.”
Inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering past helemaal in het straatje van de natuurbeschermers bij de Posbank. „Het mooie van onze natuurweg van west naar oost is natuurlijk dat deze tweerichtingsverkeer is. Hij staat natuurlijk ook open voor soorten die juist naar Nederland willen komen. Juist vanwege de klimaatverandering zijn die corridors nodig.” Toch wil Jeroen de Koe van Natuurmonumenten naast praktische argumenten, vooral een filosofische overweging meegeven aan dit kabinet waarvan ook het CDA deel uitmaakt. „Wie zijn wij om de natuur terug te dringen? De EHS heeft als doel om het natuurlijk landschap dat wij met allerlei verbindingen hebben doorsneden, weer enigszins te herstellen. Wij moeten als rentmeesters uitgaan van de heelheid van de schepping. En dat herstel is met dit kabinetsplan tot staan gebracht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.