*

 

Silbertanne, de Duitse sluipmoorden

Joop Bouma − 14/10/10, 00:00

Voor iedere gedode Duitser, NSB’er of landwachter, nam de bezetter wraak, door willekeurige Nederlanders te laten vermoorden door de Silbertanne-groep. Inger Schaap beschreef de geschiedenis van drie onschuldige mannen uit Leiden.

  • De bekendmaking van de aanslag op Willem Diederix. Als vergelding werden Christiaan de Jong, Hans Flu en Harmen Douma (op de vlucht) neergeschoten. (Trouw)
  • Bij de reconstructie door de politie van Leiden van de moord op Hans Flu, was ook de verpleger aanwezig (links, met fiets) die getuige was. (FOTO NATIONAAL ARCHIEF IN DEN HAAG)

In het boek ’Sluipmoordenaars’ over de Silbertanne-moorden, dat vandaag verschijnt, beschrijft historica Inger Schaap onder meer de moord op drie inwoners van Leiden in 1944. Uit de reconstructie blijkt de volstrekte willekeur waarmee de bezetter Nederlandse slachtoffers selecteerde voor liquidatie, met de bedoeling het ondergrondse verzet te breken.

Het geheime commando dat de sluipmoorden uitvoerde, doodde in de Tweede Wereldoorlog 45 onschuldige Nederlanders. Elf anderen overleefden de aanslagen.

De naam Silbertanne is pas na de oorlog bekend geworden. Het was een codenaam, die hoge Duitse officieren meegaven aan de moordopdrachten. De Duitse bezetter wilde met Gegenterror wraak nemen op daden van het verzet. Voor iedere vermoorde Duitser, NSB’er of landwachter moesten drie Nederlanders worden omgebracht. In de praktijk bleek dit voornemen niet haalbaar.

Er zijn na de oorlog vrijwel geen documenten gevonden over de Silbertanne-actie, omdat in opdracht van de bezetter alles direct vernietigd moest worden. Na de oorlog verklaarde het voormalige hoofd van de Sicherheitspolizei, de Duitse staatspolitie in bezet Nederland, dat de codenaam Silbertanne willekeurig was gekozen.

In 1943 pleegde het Nederlandse verzet steeds vaker bloedige aanslagen op Duitsgezinde Nederlanders. De eerste jaren van de bezetting waren nog tamelijk rustig verlopen. Het keerpunt kwam na de nationale staking in het derde oorlogsjaar. De situatie werd grimmiger voor de Duitsers. Bij wijze van vergelding van verzetsdaden werden gevangenen gedood, maar dit had volgens de Duitsers onvoldoende effect.

Heinrich Himmler, hoofd van de nazi-politie in Duitsland, besloot tot tegenterreur; hij was de opdrachtgever van de Silbertanne-acties.

Uit de Germaansche SS, zoals de Nederlandse SS sinds november 1942 heette, werden militairen gerekruteerd om de moorden te plegen. Ze zochten de slachtoffers vaak in hun woning op, schoten ze soms voor de ogen van hun familieleden neer of brachten ze onder valse voorwendselen naar een stille plek waar ze vaak de in rug of het achterhoofd werden geschoten. ’Op de vlucht neergeschoten’ heette het dan.

Terwijl Inger Schaap bezig was met haar onderzoek, stond vorig jaar voor het Landgericht in Aken de toen 88-jarige Heinrich Boere terecht. De Nederlander was lid van een commando dat Silbertanne-moorden uitvoerde. Hij is na de oorlog ter dood veroordeeld (later werd die straf omgezet in levenslange gevangenis) voor de sluipmoord op drie Nederlanders.

Boere vluchtte echter in de jaren vijftig uit Nederlandse gevangenschap en leefde tientallen jaren ongestoord in Duitsland. Hij werd in 2009 door Duitse rechters alsnog veroordeeld tot levenslang. Maar de oud-SS’er is tegen dit vonnis in beroep gegaan en brengt zijn dagen nog steeds in vrijheid door.

De drie Silbertanne-moorden in Leiden, die in onderstaande voorpublicatie uit het boek van Schaap worden beschreven, volgden op een aanslag op de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau: Willem Diederix. Die was gepleegd op het Rapenburg, door leden van het verzet.

Op 4 januari 1944 hielden de Duitsers een grote razzia in Leiden, ter vergelding van de aanslag. Uiteindelijk werden drie mannen vermoord die niets met de aanslag te maken hadden gehad. Het waren de conrector van het Stedelijk Gymnasium, Christiaan de Jong, de huisarts Hans Flu en Harmen Douma, directeur van de Eerste Leidse Schoolvereniging. Naar alle drie is later een straat vernoemd in Leiden.

mailIcon print |