*

 

Weggooien mag

Marianne Wilschut − 23/10/10, 00:00

Eten van een wegwerpbordje kan sinds kort duurzaam én stijlvol. Hampi Products, de tweede genomineerde voor de Toon van Tuijlprijs, perst de afgevallen bladeren van de Arecaboom tot sierlijke bordjes en schaaltjes. De productie leverde al zestig arbeidsplaatsen op in India.

  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)

De bordjes en schaaltjes van Hampi Products zullen nachtbrakers misschien vaag bekend voorkomen. Net als houtige shoarmaschaaltjes zie je in de Hampiborden heel duidelijk een nerfstructuur terug. „Maar onze borden zijn daar absoluut niet mee te vergelijken”, verzekert Frederic Sanders, medeoprichter van Hampi products. „Op de shoarmaschaaltjes zit nog een laag vernis, onze producten zijn puur natuur.”

Sanders is wel de eerste om toe te geven dat het idee voor zijn milieuvriendelijke, van bladeren gemaakte wegwerpbordjes niet origineel is. Toen hij en zijn compagnon Vikram Kandula in 2008 in Mumbai in de rij stonden voor het buffet van een Indiase bruiloft, kregen ze ineens een brainwave. Sanders: „Op een beetje Indiase bruiloft komen al gauw zo’n duizend gasten. Dan heb je gigantisch veel servies nodig. Vroeger losten ze dat op door het eten op bananenbladeren te scheppen, maar hier zagen we dat ze bordjes gebruikten van geperste bladeren. Een traditie die uit het zuiden van India is overgewaaid.” Sanders en Kandula, die toch al zaten te broeden op een goed bedrijfsplan, besloten dit soort borden ook in Europa aan de man te brengen.

De bladeren voor de borden komen van de Arecaboom, die vanwege zijn noten op grote schaal in het zuiden van India wordt gekweekt. „De een tot anderhalf meter grote bladeren zijn een restproduct. Op de plantages verzamelen ze die nu voor ons”, vertelt Sanders terwijl hij op zijn laptop foto’s laat zien van de productie. „Als de bladeren bij onze fabriek aankomen, worden ze eerst schoongemaakt. Terwijl de bladeren nog vochtig zijn, gaan ze onder de pers. Dan verdwijnt al het vocht en worden ze gesteriliseerd en gestanst.”

Het eindresultaat is een natuurlijk wegwerpbordje dat je bij wijze van spreken met etensresten en al in de biobak kunt gooien. „Van cateraars en strandtenteigenaren hoor ik vaak dat hun gasten verbaasd zijn als ze zien dat de borden door het personeel worden weggegooid. Een bevriende consultant vertelde me dat een modebewuste vriendin het bordje met een doekje schoonmaakte en het vervolgens in haar Chaneltasje stopte.”

En dat terwijl het toch gewoon een wegwerpproduct is. Particulieren kunnen de bordjes, die onder andere bij Sissy Boy en de webwinkel van biofutura.nl te koop zijn, wel hergebruiken, mits ze ze niet in de vaatwasser zetten. „Dan verliezen de borden hun vorm.”

Dat het servies zo aanspreekt, komt volgens Sanders niet alleen door het milieuvriendelijke karakter en de herkomst, maar ook door het ontwerp. Hij en zijn compagnon besloten om daarvoor het gerenommeerde ontwerpbureau Studio Smeets van Thijs Smeets in de arm te nemen. „Het moest meer zijn dan het zoveelste derdewereldproduct”, legt Sanders uit. „We willen dat Europese consumenten dit servies niet uit medelijden kopen, maar omdat ze erdoor gefascineerd zijn.” Studio Smeets kreeg de opdracht om een gebruiksvriendelijk servies te ontwerpen dat ook iets zegt over de herkomst ervan. Dat resulteerde in bordjes waarin de oorspronkelijke vorm van de bladeren nog goed te zien is.

Sanders heeft kopieën van zijn bordjes inmiddels ook al elders zien opduiken. „Dat is de makke van zakendoen in India, er heerst daar gewoon een totaal andere mentaliteit en daar moet je op voorbereid zijn. Daarom blijven wij investeren in nieuwe ontwerpen. Je moet ook heel veel investeren in de relatie met je toeleveranciers, want uiteindelijk draait het om vertrouwen.”

Het is een voordeel dat zijn compagnon zelf Indiër is. Bovendien heeft hij via zijn kledingexportorganisatie al ervaring met het produceren in het buitenland. Omdat de twee ondernemers hun productie zo fatsoenlijk mogelijk wilden laten verlopen hebben ze de hulp ingeroepen van eerlijke handelsorganisatie Fair Trade Originals, die ook de distributie richting wereldwinkels voor zijn rekening neemt. Inmiddels verdienen zo’n zestig mensen indirect of direct hun boterham aan Hampi Products. Sanders: „Met onze lonen zitten we aan de bovenkant van wat gebruikelijk is. Als we te hoog gaan zitten, krijgen we ruzie met andere werkgevers.” Ondanks die hoge lonen komt het regelmatig voor dat werknemers opeens met de noorderzon zijn vertrokken. „Het zijn vooral dagloners en als ze bijvoorbeeld een bruiloft in hun thuisregio hebben, zijn ze vertrokken. Om meer continuïteit te krijgen overwegen we nu om een maandloon in te voeren, dat is in India niet gebruikelijk.”

Dat Hampi Products nu voor de Toon van Tuijl-prijs is genomineerd, doet Sanders goed. Elke publiciteit is immers meegenomen voor een jong bedrijf. Verder loopt hij liever niet al te zeer te koop met het fairtradeaspect van het servies. „Zelf ben ik altijd achterdochtig als je bijvoorbeeld een fles wijn ziet met daarop in grote letters biologisch. Als dat je enige verkoopargument is, dan zal het vast niet veel soeps zijn, denk ik dan. Een product moet van zichzelf goed zijn en niet uit medelijden gekocht worden.”

mailIcon print |