*

 

Nederland heeft natuur nodig met grote ’N’

Stefan Pasma, publicist − 27/12/10, 13:00

opinie Natuurmonumenten moet weer terug naar de kernmissie: bescherming van echte natuur, mét bruine beer.

  • In Nederland is wellicht ook plaats voor bruine beren. (FOTO AFP)

Het ledenaantal van Natuurmonumenten is in twee jaar tijd gedaald met meer dan 100.000, het draagvlak voor de organisatie brokkelde in een decennium met 20 procent af (Trouw, 18 december). En minder leden betekent straks minder inkomsten. Gaat het de verkeerde kant op met de natuurbescherming in Nederland? Nee, integendeel. Er liggen zelfs grote kansen, maar dan is er wel een heroriëntatie nodig op de natuurbescherming.

Natuurmonumenten beheert momenteel een conglomeraat van terreinen. Dat loopt van cultuurhistorische landschappen als landgoederen en heidevelden, een soort halfnatuur, tot aan de meer ’echte’ natuurgebieden als bossen, duinen en hoogvenen. Geen wonder dat voor het grote publiek de natuur weinig herkenbaar is.

Daar zit ’m nou net de kneep voor Natuurmonumenten; een organisatie die haar draagvlak ziet wegkwijnen moet zich weer richten op haar kernmissie. En dat is in dit geval simpelweg de natuur. Nee, ik bedoel dan niet de halfnatuur met heideschapen, korhoenders, weidevogels en biologische vleeskoeien maar de natuur met een hoofdletter ’N’.

Dan hebben we het over de robuuste, grootschalige deltanatuur van ons land met diersoorten als bijvoorbeeld het edelhert, de eland, wolf en wellicht ook weer de bruine beer. Wilde dieren die tot de verbeelding spreken en waarmee je in potentie een veel groter publiek kan aanboren dan de natuurbeschermingsorganisaties tot nu toe bereiken.

Om meer armslag te krijgen, zullen Natuurmonumenten en zijn zusterorganisatie Staatsbosbeheer hun krachten moeten bundelen. Laat beide clubs samengaan in een nieuwe organisatie. In plaats van een beschermend en behoudend imago, dient die voorzien te worden van een krachtiger en opener uitstraling, een imago dat beter past bij robuuste natuur. Zo klinkt een naam als ’Natuur Alliantie’ bijvoorbeeld al een stuk beter.

Inhoudelijk mag het roer ook om. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer moeten afscheid nemen van kleinschalige ’infuusnatuur’, zoals blauwgraslandjes en heidevelden. Kortom, de plaatsen waar alleen met veel (dure) zorg zeldzame soorten in leven kunnen worden gehouden.

Dergelijke beheersintensieve gebieden kunnen beter door provinciale landschappen worden beheerd. Deze instellingen hebben vaak al meer cultuurhistorische gebieden in beheer en zijn beter ingebed in de regio. De nieuwe organisatie kan zich dan richten op het versterken van en ruimte maken voor grootschalige natuur die zoveel mogelijk zichzelf kan bedruipen.

Een eerste stap zou kunnen zijn om de bestaande bosgebieden van beide organisaties op de Veluwe onder één paraplu te brengen. En probeer andere eigenaren zoals Stichting de Hoge Veluwe te bewegen om zich daarbij aan te sluiten. Op termijn hebben we in Nederland dan straks één van de grootste nationale parken van West-Europa – met een oppervlakte van ruim 1000 vierkante kilometer.

De natuurbescherming zal in Nederland serieuzer worden genomen door politiek en samenleving wanneer de grootste twee spelers alvast samengaan en zich richten op hun kernmissie. Daar heeft de natuur alleen maar baat bij.

mailIcon print |