Natuurmonumenten ziet haar ledenbestand afkalven en op het Binnenhof wordt natuur afgedaan als linkse hobby. Volgens directeur Jan Jaap de Graeff is het groen voor de Nederlanders te vanzelfsprekend geworden.
Zelfs de druilerige winter is prachtig op landgoed Schaep en Burgh in ’s Gravenland. De vormen van tuinarchitect Zocher kronkelen door de nevel, en directeur Jan Jaap de Graeff kijkt uit op het Capitool, het authentieke tuinhuis waarnaar het vroegere discussieprogramma op de zondagochtend was vernoemd. Beslist geen decor voor een slechtnieuwsgesprek. Toch wordt het dat wel.
Natuurmonumenten heeft in 2010 maar liefst 63.000 leden verloren, en daarmee daalt het ledenaantal tot 767.000. De organisatie is dan terug op het niveau van vijftien jaar geleden. U bent zo’n 20 procent van het aantal leden kwijtgeraakt, de laatste twee jaar zelfs zo’n 120.000. Waar ging het fout?
„De meeste mensen denken dat het goed gaat met de natuur in Nederland. Het groen wordt als een vanzelfsprekendheid gezien, het behoud heeft geen urgentie meer. Ik denk dat wij als Natuurmonumenten er onvoldoende in zijn geslaagd dat onjuiste beeld te keren.
„De feiten zijn dat Nederland nog maar 15 procent van de oorspronkelijke soorten kent, terwijl Europa een biodiversiteit van 50 procent heeft, en wereldwijd ligt dit zelfs op 70 procent. Nederland ziet zijn natuur als meubilair. Het is er gewoon. Men vergeet dat het onderhouden moet worden. Een tafel waarvan de poten door slijtage steeds korter worden, is op een gegeven moment geen tafel meer.”
Maar Nederland is in tien jaar tijd toch niet diametraal tegenover de natuur komen te staan? In de jaren negentig groeide Natuurmonumenten nog enorm.
„Alle lichten die toen op groen stonden, staan nu op rood. Er was toen grote maatschappelijke en politieke aandacht voor groen. De economie was uitstekend. De toen nog overwegend publieke omroep toonde veel belangstelling. Er waren prachtige televisieacties en brieven naar potentiële leden kenden een enorme respons.
„Natuurorganisaties hadden ook minder concurrentie van andere goede doelen. Het was een mooie tijd waarin we met verbazing naar alle aandacht keken.”
Die tijd is dus voorbij.
„Dat kun je wel zeggen. Natuur is controversieel geworden. Kijk naar de discussies over het onderwater zetten van de Hedwige-polder in Zeeland en de grazers in de Oostvaardersplassen. Daar hebben wij als organisatie niets mee van doen, toch ondervinden we de gevolgen. De omroepen zijn gecommercialiseerd, je moet voortaan betálen als je aandacht wil. De economie is ingezakt en op de goede-doelen-markt woedt een concurrentiestrijd.
„We zijn kwetsbaar geworden. Laat ik het zo zeggen als het over ons ledenbestand gaat: in de goede tijd waren wij een boom met veel blaadjes, maar door de storm zitten we met een kale kruin. In deze nieuwe tijd is het voor organisaties moeilijk om een trouw ledenbestand te beheren. Dat lukt alleen de ANWB, maar ook alleen omdat die de Wegenwacht heeft.”
In Den Haag waait momenteel ook een gure wind. Versterken de uittocht van leden en de verminderde politieke interesse elkaar?
„Ik denk het wel. Ik wil eerst duidelijk maken dat ik niet zozeer tegen bezuinigingen ben, ook al zijn ze draconisch. Maar de sfeer die er in het kabinet heerst, stemt mij droevig. Ik hoor nergens enige waardering ... dat natuurbeheer de moeite waard is. Als nu was gezegd: wij vinden het ook vervelend, maar er moet nu eenmaal bezuinigd worden. Nee, het lijkt alsof de bezuinigingen het kabinet goed uitkomen. Alsof het uit de hand is gelopen met het natuurbeleid.
„We worden weggezet als mastodonten. De natuur is met cultuur en ontwikkelingssamenwerking in het rijtje van de ’linkse hobby’s’ geplaatst, terwijl deze onderwerpen juist de mate van beschaving van die samenleving bepalen. Er is in Den Haag geen gesprek over te voeren. Het beleid van dit kabinet kan leiden tot een heilloze polarisatie op het platteland, een soort burenruzie tussen particulieren, boeren en natuurbeschermers. Terwijl die partijen juist met elkaar moeten samenwerken, ook straks, als dit kabinet er niet meer is.”
De feiten zijn dat de inkomsten door leden afnemen, en ook de subsidies verminderen. Is Natuurmonumenten niet toe aan een herpositionering?
„Afgelopen half jaar al hebben we aan onze leden gevraagd hoe zij tegen Natuurmonumenten aankijken. Van hen kregen we de waardering wél. Leden vinden ons herkenbaar, degelijk, maar ook beschaafd. Dat heeft ook een andere kant. Het is voor leden te onduidelijk waarvoor wij als organisatie staan, wat wij ergens van vinden. Zeker in deze tijd moeten we duidelijker zijn, dichter bij de mensen staan. We zullen geen actiegroep worden, maar wel scherper zijn in de publieke opinie.”
Is het in dat verband handig dat u onlangs adviseur van koningin Beatrix bent geworden? Kan een kamerheer een scherp debat met leden van de regering voeren?
„Ik ben bij volle bewustzijn voor deze functie gevraagd, en ik heb daar bij volle bewustzijn ’ja’ op gezegd. Van beide zijden worden geen beletsels gezien. Het zou kunnen gaan schuren als ik zelf onderdeel van de polarisatie word, maar dat is mijn intentie niet. Ik bekleed een middenpositie, en ben vooral bruggenbouwer tussen partijen.”
Naast debatteren zult u ook daadwerkelijk moeten bezuinigen. Gaan wandelaars en fietsers merken dat de natuur níet vanzelfsprekend is?
„Tot nu toe hebben we de afname aan inkomsten kunnen compenseren door gladstrijken met interne bezuinigingen. Er is wat vet weggesneden, projecten uitgesteld, en de salarissen zijn bevroren. Moeten we weer ingrijpen, dan gaat dat het beheer treffen.
„De bloeiende heidevelden vormen een icoon van de Nederlandse natuur, maar vragen kostbaar onderhoud. De jonge boompjes en struiken moeten worden weggehaald om de gebieden open te houden, en de heide geplagd. Dat onderhoud kunnen we zonder financiële steun niet meer betalen, zodat delen van de heide zullen dichtgroeien.
„Datzelfde geldt voor de Nieuwkoopse plassen, in het Groene Hart. Om die natte natuur in stand te houden, moet het riet worden gesneden. Dat is arbeidsintensief, dus kostbaar. Als we onvoldoende middelen hebben, moeten we delen van de plassen laten dichtgroeien.”
Particuliere natuurbeheerders stelden vorige week in Trouw dat organisaties als Natuurmonumenten commerciëler moeten gaan werken en groen moeten combineren met economische activiteiten.
„Dat gaan we zeker doen, al is dat niet altijd een oplossing. Maar we onderzoeken of we kunnen verdienen aan houtproductie.
„Elders kijken we of betaald parkeren kan worden ingevoerd. Ook is er met horeca geld te verdienen. En we stellen het zo lang mogelijk uit, maar als het niet anders kan gaan we entreegelden heffen voor onze natuurgebieden. Dan komt er net zoals vijftien jaar geleden weer een hek om heen te staan en moeten bezoekers kaartjes kopen. Maar ik hoop dat het zover niet hoeft te komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.