Lang nadat ik eindexamen had gedaan, droomde ik nog regelmatig dat ik een wiskundeproefwerk moest maken. Deze nachtmerries over de cosinus en de tangens en het gespiegeld assenstelsel, schoten me te binnen toen ik las dat minister Marja van Bijsterveldt van onderwijs op de havo in alle richtingen wiskunde verplicht wil stellen.
Nu is het nog mogelijk een profiel te kiezen zonder wiskunde. Van Bijsterveldt wil het onderwijsniveau verhogen en stelt voor dat scholen zich meer concentreren op kernvakken als Nederlands, Engels en wiskunde. Dat is op zich een goed idee, maar ze moet de echte alfa’s niet vergeten.
Ik heb wiskunde na de vierde klas laten vallen en het nooit meer nodig gehad, terwijl in mijn latere leven de talen en geschiedenis goed van pas kwamen. Ik heb in de loop der jaren talloze normaal tot bovengemiddeld begaafde mensen ontmoet die voor hun beroep geen wiskunde nodig hebben, maar toch geslaagd zijn in het leven. Ze werken als leraar, kunsthistoricus, journalist, rechter, vormgever, advocaat, schrijver, musicus, acteur, ondernemer, beeldend kunstenaar, vertaler, politicus of chef-kok. En dan vergeet ik er ongetwijfeld nog een heleboel. Het gaat in ieder geval om mensen met minstens hbo-niveau.
Als het aan de minister ligt, zullen veel leerlingen die belangstelling hebben voor dit soort beroepen maar geen wiskundeknobbel hebben, niet verder komen dan een mbo-opleiding. Hun wordt immers niet meer toegestaan wiskunde te laten vallen op de havo of er gewoon slecht in te zijn – ze moeten vanaf 2012 op havo en vwo minstens een vijf voor wiskunde als eindexamencijfer hebben. Het plan van de minister kan ertoe leiden dat zelfs potentiĆ«le vwo’ers met een sterke alfa-inslag een opleiding op vmbo-niveau moeten volgen. Dit lijkt mij pas echt verspilling van talent.
Wie geen wiskunde kiest, legt zich op de arbeidsmarkt beperkingen op, dat klopt. Maar er bestaan genoeg leerlingen die er niet verder mee willen en vaak weten ze dat al heel jong heel zeker. Zoals sommigen heel zeker weten dat ze niet verder willen met bijvoorbeeld Latijn of geschiedenis, en het opgelucht laten vallen. Voor Nederlands en Engels gaat dat niet op. Je kunt nu eenmaal geen enkel vak vanaf hbo- niveau uitoefenen zonder kennis van deze talen.
De minister reageert natuurlijk op de Pisa-cijfers van de Oeso: een internationaal onderzoek waarin de schoolprestaties van vijftienjarigen uit 65 landen met elkaar zijn vergeleken. Daaruit blijkt dat Nederland op wiskundig gebied mondiaal op de elfde plaats staat en in Europees verband op nummer vijf.
Niet echt dramatisch zou ik zeggen. Maar het kabinet wil dat Nederland mondiaal in de top vijf belandt, dus moet alles en iedereen in die richting worden geduwd. Het doet denken aan Oostbloklanden waar vroeger jongeren getraind werden om topatleet te worden, of zij wilden of niet.
Een tip voor de minister. In plaats van die arme alfa’s beroepsperspectieven te ontnemen door hun de wiskunde op te dringen, zou ze ook een truc kunnen uithalen als de Oeso weer langskomt. Laat de opgaven stiekem maken door bètaleerlingen die niets liever doen dan passer en geodriehoek te hanteren. Zul je eens zien hoe goed we dan scoren!
De alfa’s kunnen ondertussen een mooi opstel schrijven – in vlekkeloos Nederlands of Engels natuurlijk. Daar wordt iedereen veel gelukkiger van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.