Voorlopig blijft de wereldbevolking nog groeien, maar de Britse wetenschapsjournalist en rasoptimist Fred Pearce stelt zijn vertrouwen in technologie. De bevolkingstoename zal uiteindelijk smoren, de productie van voedsel is geen probleem. De overconsumptie wordt dat echter wel.
Ondanks de grote onderwerpen die de revue passeren, is er bij de Britse wetenschapsjournalist Fred Pearce nooit sprake van enige stemverheffing. Rustig en overwogen zet hij zijn denkbeelden over het milieu uiteen.
Pas aan het eind van het gesprek is er iets van opwinding waar te nemen. „Door het klimaatprobleem leven we in zeer spannende tijden. Ik denk dat de komende 50 jaar beslissend zullen zijn. Daarna wordt het een beetje saai, als we onszelf voor die tijd ten minste niet opblazen”, zegt Pearce in het Utrechtse kantoor van zijn Nederlandse uitgever. „Ik weet niet welke kant het op gaat. Ik ben nu 58. Het irriteert me behoorlijk dat ik niet meer zal meemaken wat de uitkomst is.”
Pearce, die onder meer publiceert in de New Scientist en The Guardian, schreef verscheidene boeken over het milieu. Zijn meest recente – ’Peoplequake’, in het Nederlands vertaald als ’Volksbeving’ – gaat over de invloed van de bevolkingsomvang op het klimaatprobleem.
De overheersende gedachte is dat die invloed beslissend zal zijn. „Dat is het uiteindelijk niet. Daarom heb ik dit boek geschreven. De statistieken zijn inderdaad alarmerend. De wereldbevolking nadert de zeven miljard mensen. Dat is vier keer zo veel als honderd jaar geleden. Er zijn nog nooit zo veel moeders geweest en er zullen er nog veel meer komen. Er raken massa’s op drift op zoek naar middelen van bestaan. Nu al wonen 200 miljoen mensen in een land waar ze niet zijn geboren. Maar deze bevolkingsbom, die het milieu dreigt te vernietigen, is bezig zichzelf te demonteren.”
Als je het over bevolkingsomvang hebt, kom je onvermijdelijk uit bij Thomas Robert Malthus (1766-1834). Pearce wijdt zijn eerste hoofdstuk aan dit wat hij noemt ’duister en formidabel genie’. Deze Britse dominee is de eerste die, in 1798, waarschuwt voor de fundamentele problemen die een steeds grotere bevolking met zich mee zal brengen.
Van zorgen om het milieu was toen nog lang geen sprake. Malthus’ essay over het bevolkingsprincipe was een reactie op de optimistische geluiden van zijn tijdgenoten, die zo vlak na de Franse revolutie geloofden in oneindige vooruitgang. Meer vrijheid, meer welvaart en een langer leven, zo luidde hun beloftevolle boodschap.
Malthus boorde dat optimisme de grond in door erop te wijzen dat de bevolking – vooral door het gebrek aan morele terughoudendheid bij ’het plebs’ – altijd sneller zal toenemen dan de opbrengsten van de natuurlijke hulpbronnen.
Pearce: „Malthus wees als eerste op de enorme economische kracht van de demografie. Malthus’ ideeën werden de hoeksteen van de Britse politiek in binnen- en buitenland. Ook wetenschappers als Darwin haalden er inspiratie vandaan.
„Anderzijds stond Malthus ook aan de basis van theorieën over eugenetica (rasverbetering) die in de twintigste eeuw hun dieptepunt bereikten met de rassenleer van de nazi’s. Tegenwoordig zijn de ideeën nog terug te vinden in de Chinese éénkindpolitiek. Veel milieuactivisten zien Malthus als hun grote voorganger. Dat vind ik wel zorgwekkend.”
Waarom zorgwekkend? „Malthus had ongelijk. Hij voorzag niet dat wetenschap, techniek en wereldhandel het tij zouden keren. Nieuwe landbouwtechnieken maakten een groene revolutie mogelijk, door handel werd steeds meer voedsel uit verre plaatsen weggehaald en door de medische wetenschap bleven mensen langer leven. Groene clubs blijven toch hard roepen dat er rampen dreigen. Ze houden erg van die doomsday-scenario’s. Dat geeft hun ook bestaansrecht en het levert subsidies op.”
Toch wijzen die milieuactivisten erop dat de groene revolutie, samen met een wereldwijde voedseleconomie, een industrieel landbouw- en voedingssysteem heeft opgeleverd dat de grootste milieuvervuiler is geworden. „Ik wil dat ook niet bagatelliseren. De wereld gaat toe naar een piekbevolking, met een piekconsumptie en een piekexploitatie van olie en grondstoffen. Dat levert een piekvervuiling en een piektemperatuur op. Maar de angel gaat er langzaam uit. Het is een bijna sluipend proces, dat al decennia gaande is.
„De conclusie is onmiskenbaar: de helft van de vrouwen op de wereld krijgt twee kinderen of minder. Dat is onder het vervangingsniveau. En dat gebeurt niet alleen in de welvarende delen van de wereld. Ook in delen van India, China, Iran, Brazilië, Zuid-Afrika. Er zijn uitzonderingen: Mali en Afghanistan, waar vrouwen gemiddeld nog zeven of zes kinderen baren. Maar de moeders van nu krijgen de helft minder kinderen dan hun moeders. Dan gebeurt uit vrije wil.”
Er is een wereldwijd werkend feminisme waar te nemen, zegt Pearce. Vrouwen willen vrijheid en krijgen die steeds vaker. „Ze nemen het heft in handen en weigeren nog langer als huissloof en willoze broedmachine te fungeren. Informatievoorziening speelt daarbij een grote rol. Internet is van belang, kennis van voorbehoedsmiddelen ook.
„Daar komt bij dat de economische noodzaak van het veel kinderen krijgen afneemt. Door de groene revolutie zijn er minder handen nodig om de oogst binnen te halen, door de wetenschap blijven kinderen vaker in leven.
„In Bangladesh, toch altijd het voorbeeld van een overbevolkt en gedoemd land, zijn spectaculaire ontwikkelingen gaande. De wereldbevolking zal de komende decennia nog toenemen naar 8 of 9 miljard. Daarna zal vrijwel zeker een vermindering te zien zijn. Dat is voor het eerst sinds de Zwarte Dood, de grote pestepidemie in de veertiende eeuw.”
In plaats van in overbevolking ziet Pearce in overconsumptie de belangrijkste bedreiging van ons voortbestaan. De aan de welvaart ruikende honderden miljoenen Indiërs en Chinezen die reikhalzend uitzien naar het westers consumptieniveau, zullen rampspoed veroorzaken. Deze centrale stelling wordt in het boek amper uitgewerkt. Hij toont zich hier opnieuw de rasoptimist, die zijn vertrouwen stelt in technologische oplossingen.
Veranderen van consumptiepatronen is echter uiterst lastig. Consumenten reageren vaak irrationeel. Pearce kan daarin wel meegaan. „De bevolkingstoename zal smoren, de productie van voedsel is geen probleem. We kunnen met de huidige middelen tien miljard mensen voeden. Dat moet wel groener, maar dat valt te organiseren. Afremmen van de consumptie is het ingewikkeldst. Wij westerlingen zijn echter de laatsten om die opkomende middenklasse in Azië en Zuid-Amerika terecht te wijzen.
„Ik heb geen pasklaar antwoord. Ik vertrouw op de vindingrijkheid van de mensheid om consumptiepatronen te versoberen. Daarin ben ik optimistisch. Al die donkere scenario’s zijn tot nu toe niet uitgekomen.”
Als de mensheid goed door de spannende maatschappelijke overgang heen komt, gloort er eind deze eeuw een totaal andere wereld, stelt Pearce. De voortrazende jongeling van nu, aan wie de hele wereld dienstbaar is, heeft langzaamaan plaatsgemaakt voor een bezadigde mens van middelbare leeftijd.
„Ik vind dat niet erg”, stelt Pearce. „Integendeel. Na die spannende overgang is een adempauze op zijn plaats. Ik zie een stabiele wereld, minder hectisch. Vriendelijker en groener. Ook grijzer en dus wijzer.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.