*

 

’Meneer Seinen reageert!’

Sytske van Aalsum − 03/12/10, 00:00

Diva Dichtbij verzorgt muziek- en theatervoorstellingen voor mensen die ernstig ziek zijn en langdurig in verpleeghuizen verblijven. De bewoners vinden het prachtig. Ook de patiënten met wie het personeel moeilijk contact krijgt, zingen en dansen mee.

  • Ook bij Michelle Nagtegaal, die lijdt aan de ziekte van Huntington, weet diva Pieternel een lach op het gezicht te krijgen. (FOTO HERMAN ENGBERS)

Héél voorzichtig pakt Pieternel van Amelsvoort de hand van meneer Seinen, terwijl ze, geknield voor hem, ’Die Forelle’ van Schubert zingt. Het begin van een lach breekt door op het verkrampte gezicht van de ernstig demente en spastische man, die de zangeres recht probeert aan te kijken. „Niet te geloven”, mompelt een verzorgster. „Meneer Seinen reageert nooit, en nu lacht hij naar haar!”

Meneer Seinen woont in verpleeghuis de Heemhof in Apeldoorn, waar vanmiddag Pieternel van Amelsvoort optreedt. Zij is zangeres en directeur van stichting Diva Dichtbij. Die verzorgt muziek- en theatervoorstellingen voor mensen die ernstig ziek zijn en langdurig in verpleeghuizen verblijven.

Met een persoonlijke benadering zoeken de zes professionele diva’s en één ’divo’ van Diva Dichtbij toenadering tot hun publiek. Dat lukt vaak wonderwel, zoals bij meneer Seinen. „Je legt rechtstreeks contact met het hart. Er zit niks tussen. Omdat ik van buiten kom, kan ik het aanraken. Emoties moet je beleven om het te verwerken, dat hoeft niet altijd met woorden te gebeuren”, legt Van Amelsvoort uit. De optredens van Diva Dichtbij hebben niet alleen een direct, zichtbaar effect, ook het naijleffect is positief, zo blijkt uit recent onderzoek (zie kader).

Op deze donderdagmiddag in november is de psychogeriatrische afdeling van de Heemhof door ziekte van de activiteitenbegeleidster nog niet helemaal klaar voor het optreden van diva Pieternel. Weliswaar zijn tien demente bewoners (zeven vrouwen en drie mannen) naar een huiskamer gedirigeerd, maar ze zijn verkeerd opgesteld. „Ze zitten om de tafel terwijl ik ze liever in een kring heb dan kan ik directer contact maken”, legt Van Amelsvoort uit. Er wordt wat heen en weer geschoven, maar er blijven mensen achter tafels zitten. Dat breekt de voorstelling een beetje op, zal ze nadien uitleggen.

Als Pieternel eenmaal binnen is met haar muziekkarretje, zit de stemming er meteen goed in. Pieternel schudt, voor zover mogelijk, alle bewoners de hand en kijkt hen diep in de ogen. „Ik ben Pieternel en ik ga zo voor u zingen.” Dat handen schudden is heel belangrijk, vertelt ze. „Het is een aftasten, voor hen en voor mij. Er is meteen minder afstand, je weet direct wat er met iemand aan de hand is en je hebt toch even oogcontact.” Met één bewoner lukt dat vanmiddag niet. Hij zit te slapen en is niet van plan wakker te worden. Dat mag, zolang hij maar niet snurkt.

Pieternel zingt eerst twee volksliedjes van Brahms, waarbij vooral ’Da unten im Tale’ op veel enthousiasme kan rekenen. Als ze overschakelt op Schubert, beginnen verschillende bewoners te bewegen en neuriën. Pieternel knielt neer bij meneer Spaans, die prompt begint mee te zingen. „We hadden een echt duet!”, lacht hij na afloop, om vervolgens zelf een liedje in te zetten. Dat leidt tot protest van de verzorging. „Want als meneer Spaans eenmaal begint te zingen, dan houdt hij nooit meer op.”

Dan is het weer de beurt aan Pieternel, die met haar prachtige, volle stem de ’Habanera’ uit Carmen zingt. De huiskamer begint echt op stoom te komen, en als Pieternel een bewoonster een handkus geeft, krijgt ze een zoen op haar wang terug. „De optredens zijn voor mij ook voedend. het is tweerichtingsverkeer”, vertelt ze later. Als ze de huiskamer vraagt of ze een vrolijk liedje willen horen, stemmen de bewoners voor ’Wil u een stekkie van de fuchsia’ uit ’Ja Zuster Nee Zuster’.

Tot slot wordt er nog een dansje gewaagd tijdens het zingen van ’We’ll meet again’. De drie kwartier zijn omgevlogen. Pieternel neemt persoonlijk afscheid van iedereen en geeft hen een kaart met haar foto erop. Ook meneer Seinen pakt de kaart aan. Nog zo’n wonder, vertelt een verzorgster. „Normaal kan hij nog niet eens een servet vasthouden.”

Het volgende optreden is in een andere huiskamer van de psychogeriatrische afdeling, en ook hier zitten de bewoonsters (alleen maar vrouwen) om de tafel. De poging om een kring te maken lukt niet helemaal. De dames hebben een wat meer afwachtende houding dan de vorige groep, maar ook zij klappen, bewegen en neuriën mee. Tijdens het dansen haakt de inmiddels illegaal overgestoken meneer Spaans aan: hij neemt Pieternel bij de hand en laat haar pirouettes draaien.

Na een kleine pauze begint Pieternel aan haar derde en laatste optreden van deze middag. Een bijzonder optreden, want een bijzondere groep: bewoners van de Heemhof die aan de ernstige, progressieve ziekte van Huntington lijden. Vijftien mannen en vrouwen, van verschillende leeftijden en in verschillende stadia van de ziekte zitten wél in één grote kring. „De moeilijkste huiskamer. Niet iedere diva kan dit”, vertelt Van Amelsvoort.

Eén kenmerk van Huntington is dat patiënten ongecontroleerde bewegingen maken. Peter, een jonge man, doet dit voortdurend. Hij pakt de handen van Pieternel tijdens het zingen van ’Wil u een stekkie van de fuchsia’ en zo bewegen ze samen. Alsof ze op de maten van de muziek met z’n tweeën een handendansje maken. Peter gaat er helemaal in op.

Ook vanuit de verschillende bedden wordt luidruchtig en enthousiast gereageerd op de stem van Pieternel. En op de verstarde gezichten, nog een kenmerk van Huntington, komt de lach tevoorschijn. Wie ook overduidelijk geniet, is Michelle Nagtegaal. De 29-jarige vrouw kan zich door haar ziekte nauwelijks verstaanbaar maken, maar straalt helemaal. Zeker als Pieternel, geknield voor haar, ’Vluchten kan niet meer’ zingt. En hoewel ze niet zelfstandig kan lopen, schuifelt ze zachtjes mee op ’We’ll meet again’.

Pieternel van Amelsvoort is na afloop tevreden. „Al blijft het jammer van die tafels, het belemmerde het directe contact met een paar mensen. Op de laatste afdeling merkte je het verschil. Ik kon met iedereen contact maken en de sfeer die daardoor ontstond was voor de hele groep aanstekelijk.”

mailIcon print |