*

 

Vroege kou meestal snel over

Sander Becker − 21/12/10, 00:00

Sneeuw en kou teisteren het land dit jaar al vroeg. Trouw stelde het KNMI vijf vragen over dit barre weer.

  • ( foto Olaf Kraak)

1. Zoveel sneeuw vroeg in het jaar, is dat uitzonderlijk?

„De winter is dit jaar erg vroeg op gang gekomen”, zegt KNMI-voorlichter Harry Geurts. „Maar ik kan in de computer zo een paar andere vroege winters vinden. Beroemd is die uit 1890, dankzij het boek ’De barre winter van negentig’ van Herman de Man. Maar ook korter geleden had je vroege winters. In 1965 vroor het begin november al overdag; in november 1980 hadden we een aantal ijsdagen; en in november 1985 vielen er net als nu dikke pakken sneeuw. Dus uitzonderlijk is anders.”

2. Vormt zo’n koude start de voorbode voor een barre winter?

Over het algemeen niet. De vroege kou uit 1890 groeide inderdaad uit tot een strenge winter. Maar dat was een uitzondering. Meestal is de kou weer snel voorbij. Soms breekt daarna zelfs een uitgesproken zachte winter aan. Die volkswijsheid werd eeuwen geleden gevat in het gezegde: ’Zwaait de winter in november al zijn staf, zijn rijk vindt vroeg het graf’. Klinkt leuk, maar volgens Geurts bestaat zo’n wetmatigheid niet. „Daarvoor is het weer te grillig.”

3. Hoe komt het eigenlijk dat er zoveel sneeuw is gevallen?

„Er ligt al een tijdje een hogedrukgebied bij Groenland en Spitsbergen. Dit voert koude lucht aan vanuit het noordoosten. De koude lucht botst op warmere lucht uit het zuiden. Wij zitten precies op de grens. Daar valt de neerslag. De warme lucht schuift namelijk over de koude heen; het vocht uit de warme lucht condenseert dan en valt neer als sneeuw. Tenminste, als de koude laag dik genoeg is. Anders valt er ijzel. De koude lucht zelf zit ook vol vocht, opgezogen boven de relatief warme oceaan. Dit vocht valt ook neer als sneeuw.”

4. Blijft het sneeuwen, of wordt het een papperige ’bruine’ Kerst?

„De weermodellen verwachten kwakkelweer met dooi”, zegt Geurts. „Maar de wind hoeft maar iets te draaien of de vorst keert terug. Zeker voor de termijn van vijf of tien dagen is de onzekerheid groot. Het hangt er maar net vanaf wat het sterkste oprukt: de koude of de warme lucht. Dat blijft lastig te zeggen. Vorige week woensdag lag de grens zelfs dwars over het land: in het oosten vroor het ’s nachts 12 graden, in Den Helder was het plus 1.”

5. Is de opwarming van de aarde voorbij?

„Dat is klinkklare onzin. Door de opwarming van de aarde neemt de kans op koude periodes af, maar koude en warme periodes zullen elkaar altijd blijven afwisselen.” Eén of twee koude winters in Nederland hebben bovendien geen meetbare invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur. Die blijft stijgen, meldde de Wereld Meteorologische Organisatie vorige week: 2010 eindigt opnieuw hoog in de top. Alleen in ons deel van Europa begon en eindigt het jaar opvallend koud. De gemiddelde jaartemperatuur hier komt daardoor onder het gemiddelde uit.

mailIcon print |