Shadi Sadr las op internet dat ze door een Iraanse rechtbank tot zes jaar cel en 74 zweepslagen was veroordeeld. „Dit is dus hoe ze het doen, dacht ik direct. Ik zat op dat moment in Duitsland en het regime wist dat natuurlijk. Ze zullen hebben gedacht: als we haar nu een buitensporig hoge straf opleggen, komt ze niet meer terug naar Iran en hebben we geen last meer van haar.
’We willen jou met je strijd voor de mensenrechten hier niet meer zien’, dat is wat ze me wilden zeggen. En het vonnis is natuurlijk een dreigende waarschuwing voor al die anderen in Iran die strijden voor de mensenrechten.”
De Iraanse advocate – vandaag spreekt ze in Den Haag het jaarcongres van de orde van advocaten toe – zou volgens het vonnis van de revolutionaire rechtbank (dat op 16 mei werd uitgesproken) ’tegen de nationale veiligheid’ hebben gehandeld. Dat zou ze gedaan hebben door aanwezig te zijn bij een kleine demonstratie in maart 2007, buiten een Iraanse rechtbank. „Ik belandde er eigenlijk toevallig. Eerder op de dag had ik in die rechtbank de belangen van een cliënt behartigd. Ik liep naar buiten en stuitte daar op een klein groepje vreedzame demonstranten.”
Sadr (36) geldt als een van de belangrijkste voorvechters voor vrouwenrechten in Iran. Ze voert al jaren campagne tegen steniging. Ze richtte Raahi op, een organisatie die vrouwen juridisch adviseert in kwesties als scheidingen en voogdij. De organisatie werd een paar jaar geleden door het regime gesloten.
Als het vonnis tegen Sadr inderdaad was bedoeld om haar uit Iran te weren, is het regime daarin geslaagd. Sadr woont nu in Londen met haar 10-jarige dochtertje. Haar man is in Iran. „Ik maak me grote zorgen over hem. Tot nu toe wordt hij met rust gelaten, maar ik ken de verhalen van andere advocaten die in een soortgelijke situatie zitten: hun vrienden en familie worden vaak lastiggevallen of bedreigd.”
Zicht op terugkeer naar haar land heeft ze niet. „Ik heb mezelf een paar vragen gesteld. Ben ik in Iran veilig? En kan ik in Iran mijn werk voortzetten? De antwoorden zijn glashelder. Ik kan niet terug. Ik voel me een balling, maar voor nu is het niet anders.” Tegen het vonnis is hoger beroep aangetekend, maar hoge verwachtingen heeft ze daar niet van. Bovendien hangt haar nog een rechtszaak boven het hoofd. Ze werd vorig jaar zomer in Teheran gearresteerd tijdens de massale demonstraties tegen de herverkiezing van president Ahmadinejad. Na betaling van een enorme borgsom kwam ze vrij. Om een nieuwe arrestatie te voorkomen, reisde ze naar Duitsland.
In Londen is ze de organisatie Justice for Iran begonnen. „Ik blijf strijden voor vrouwenrechten en tegen steniging. En ik probeer te lobbyen bij Europese landen en de Verenigde Staten om vooral grote druk op Iran uit te oefenen.”
Die druk is nu veel te laag, vindt Sadr. „De westerse wereld heeft erg veel economische banden met Iran. Maak daar gebruik van. Zeg: ’Wij doen pas weer zaken als politieke gevangenen worden vrijgelaten’. Zet sancties niet alleen in om het nucleaire programma van Iran te bestrijden, maar gebruik ze ook om respect voor mensenrechten af te dwingen. Dat gebeurt nu niet, en dat is bijzonder zwak. Het klinkt prachtig, af en toe een mooi statement over mensenrechten van de een of andere westerse politicus. Maar veel haalt dat niet uit.”
Vorig jaar was Sadr ook in Nederland, om de Mensenrechtentulp in ontvangst te nemen: een prijs van de Nederlandse regering voor mensen die zich inzetten voor de mensenrechten. Toen was ze optimistisch over haar land, over de kracht van de oppositie, van het volk. Dat optimisme is verdwenen. „Sinds de demonstraties van vorig jaar doet het regime er alles aan om tegengeluiden te smoren. Dat is ze behoorlijk gelukt. Ik ben bij lange na niet de enige die wordt gedwarsboomd. Er klinkt nog protest en kritiek, maar krachtig is het niet. Zolang dit regime aan de macht is, heb ik weinig hoop. Maar op de lange termijn zullen er dingen veranderen, omdat er altijd mensen zullen zijn die zich voor verandering willen inzetten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.