De Italiaanse zomer was warm en loom. Het huisje met uitzicht op zee, halverwege de berg, was afgelegen genoeg om de kinderen te dwingen de tijd door te komen zonder vakantievriendjes. Voor zoon en dochter zat er niets anders op dan zich te vermaken met elkaar en met ons.
Gewend aan een leven met afspraakjes, binnenrennende buurkinderen, een naschoolse opvang vol klasgenoten, voetbalclub en koor, beoordelen zoon en dochter het stille vakantieadres in eerste instantie als ’een beetje saai’. Natuurlijk, de zee is geweldig, de ijsjes zijn on-Hollands groot en de pizza’s heerlijk. Maar het duurt even voordat het duo zich een nieuwe routine eigen maakt van samen kaarten, de bergen met de dorpjes natekenen, bakjes zeewater buiten zetten om zout te winnen, een stenenverzamelingen aanleggen, planten begieteren en lezen in de zon.
Er zijn ouders die het heerlijk vinden hun kinderen in de vakantie zo min mogelijk te zien. Er valt ongetwijfeld iets te zeggen voor een fijne bed & breakfast of goed geoutilleerde camping met tientallen kinderen waarmee het kroost de tijd zoet brengt. Maar na een druk jaar wilde ik de kinderen weer eens langdurig en van heel dichtbij bekijken. Ik wilde ze horen, vasthouden, besnuffelen, zonder in mijn ooghoek een dreigend tikkende klok die vertelt dat het tijd is voor school, voor werk, voor een afspraak. Ik wilde weg van een deurbel die vrolijk bezoek aankondigt, weg van de telefoon waarmee vriendjes zich melden met avontuurlijke plannen.
Ik zie hoe man dochter over haar angst voor golven heen helpt. Ik zie hoe zoon zich een groep grote Italiaanse jongens binnenspeelt met een bal. Ik merk hoe zoon na één waarschuwing nog vier keer probeert zijn zin te krijgen. Ik hoor hoe dochter haar broer met valse beloftes onder druk zet om nóg een snoepje te vragen. Ik hoor hoe zoon met zijn koptelefoon op lacht om vieze woorden van Hans Teeuwen. Ik zie hoe dochter voor het eerst opgaat in een boek. Ik zie ze groeien. Ik wil dat het eindeloos duurt.
Totdat er twee weken voor het einde van de vakantie een brief komt van school. Dat er asbest is gevonden in het gebouw. Dat dat uiteraard vakkundig dient afgevoerd. Dat nog niet duidelijk is of dat lukt voor de eerste schooldag. Dat die eerste schooldag desnoods een weekje moet opschuiven.
Ineens bespeur ik een dringende behoefte aan ritme, aan een klok die de dag indeelt, aan werk, aan schooltijden, aan afspraken, aan elkaar ’s ochtends uitzwaaien en pas ’s avonds vertellen wat de dag zoal bracht. Ineens voel ik de grens van eindeloos.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.