*

 

’Formeren in Nederland? Kinderspel’

Gijs Moes − 01/09/10, 00:00

In Nederland en België zijn de klassieke middenpartijen hun machtspositie kwijt. Dus zoeken beide landen al maanden naar een nieuwe regering. Tot zover de gelijkenis, zegt politicoloog De Winter. „Naast financiën hebben jullie geen echte problemen.” Nee, dan België...

  • Koning Albert (midden) doet N-VA-voorzitter Bart De Wever (links)  uitgeleide, na een overleg op kasteel Laken in Brussel. ( FOTO AFP )
    Koning Albert (midden) doet N-VA-voorzitter Bart De Wever (links) uitgeleide, na een overleg op kasteel Laken in Brussel. ( FOTO AFP )

Waarom duurt de formatie in België zo lang? Dat wilde een presentatrice van de VRT-radio weten van politicoloog Lieven De Winter. „Lang?”, reageerde hij. „In Nederland zijn ze al net zo lang bezig. En daar zijn de problemen veel kleiner.”

Dat de problemen in Nederland klein zijn, zal veel lezers wellicht verbazen. Toch is dat zo, vanuit Belgisch perspectief. In Nederland spreekt iedereen dezelfde taal en onderkent iedereen in grote lijnen dezelfde problemen. Er moet natuurlijk veel bezuinigd worden, maar de vraag is vooral waar.

Gevraagd naar een toelichting op zijn losse opmerking op de radio, gebruikt politicoloog De Winter de titel van een beroemde western van Sergio Leone. „A fistful of dollars (een vuist vol dollars), daar komt het in Nederland toch op neer. De vraag is waar je de pijn legt, bezuinigen is altijd lastig.”

De Winter is hoogleraar politicologie aan de Université Catholique de Louvain. „Ik ben een Vlaming die in Wallonië werkt en in Brussel woont”, zegt hij. „En ik voel me Europeaan.”

Volgens De Winter is de Nederlandse situatie relatief overzichtelijk. „Naast de financiën zijn er bij jullie geen echte problemen. Voor besparingen kun je altijd een tussenweg vinden. Eigenlijk zou die formatie kinderspel moeten zijn.”

Nee, dan België. Zeven partijen zitten hier al meer dan twee maanden rond de tafel. Waarom zoveel? Dat heeft te maken met de specifieke Belgische omstandigheden. Landelijke partijen bestaan al lang niet meer. Alle politieke richtingen zijn gesplitst in Vlaamse en Franstalige partijen, die vaak inhoudelijk ver uit elkaar zijn gegroeid. Alleen de groenen werken nog samen over de taalgrens.

Ook de verkiezingen zijn gesplitst. Alleen in kiesdistrict BHV, dat Brussel en een deel van Vlaanderen rond de hoofdstad omvat, kan men kiezen tussen Vlaamse en Franstalige partijen. Vlaanderen en Wallonië hebben zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot twee verschillende democratieën, met hun eigen partijen, media en publieke opinies.

De christen-democraten waren lang een bindende factor in de Belgische politiek, maar aan de ene kant van de taalgrens is hun naam inmiddels veranderd in CD & V, wat staat voor Christen-democratisch en Vlaams. CD & V heeft net als het CDA een zware klap gekregen bij de verkiezingen in juni.

Aan de andere kant van de taalgrens heeft het restant van de oude christen-democraten het christelijke helemaal losgelaten en de naam gewijzigd in Centre Democrate Humaniste. Het kleine CDH is in de huidige onderhandelingen de felste pleitbezorger van de rechten van Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel.

De Parti Socialiste, nog altijd veruit de sterkste partij in Wallonië, is een ouderwets linkse partij zoals die in West-Europa nauwelijks meer voorkomt. De Vlaamse SP.A (de A staat voor ’anders’) is ongeveer dezelfde politieke weg gegaan als de Nederlandse PvdA of het Britse Labour.

De Nieuw-Vlaamse Alliantie, de grote winnaar van de laatste verkiezingen, heeft per definitie geen tegenhanger aan de andere kant van de taalgrens. Dat was een van de redenen voor N-VA-voorman Bart De Wever om het premierschap meteen aan Di Rupo te laten. De N-VA is wel de grootste partij in de kamer, de twee socialistische partijen vormen samen de grootste ’politieke familie’.

Deze partijen onderhandelen – met de groenen – al meer dan twee maanden over problemen die direct raken aan het voortbestaan van het land. Vooral de nieuwe financieringswet, de financiële bloedsomloop van België, is een heikel punt. „Dit gaat over niets meer of minder dan de toekomst van ons land”, zei preformateur Elio Di Rupo maandag tijdens een persconferentie.

Ook de splitsing van BHV, het tweetalige kiesdistrict rond Brussel, moet geregeld worden. BHV is volgens Di Rupo „een probleem dat het leven van de Belgen al jaren verzuurt”. De Vlamingen willen af van de huidige indeling, die ervoor zorgt dat Franstalige politici stemmen kunnen winnen in een deel van Vlaanderen.

Het grondwettelijk hof van België heeft jaren geleden al gezegd dat het bestaan van BHV niet past in de verdere indeling van kiesdistricten volgens de taalgrenzen. Sindsdien zijn er al drie keer verkiezingen gehouden die volgens de regels ongrondwettelijk zijn. Maar geen nood, het nieuw verkozen parlement keurt de uitslag steeds goed.

De verkiezingen van 13 juni leverden twee grote winnaars op: de N-VA en de PS. Een stabiele regering zonder deze twee partijen is vrijwel onmogelijk. Dat betekent dat twee uitersten elkaar moeten vinden: de N-VA is behalve pro-Vlaams op economisch gebied liberaal en in ethische kwesties conservatief.

N-VA-voorman Bart De Wever steekt de verschillen tussen zijn partij en de PS niet onder stoelen of banken. „Wij zijn als water en vuur en dat blijft altijd zo”, zei hij maandag. Maar het verschil gaat dieper, volgens De Wever. Het hele land bestaat uit twee democratieën: een rechts Vlaanderen en een links Wallonië. „België is een permanente diplomatieke conferentie.”

Gelukkig zijn de Belgische diplomaten zeer kundig. Zie ook het succes van de vorige premier, Herman Van Rompuy, die president van de Europese Raad werd en daarmee Jan Peter Balkenende soepel de loef afstak.

Gezien de problemen waar België mee kampt, is het wonderbaarlijk hoe ver de onderhandelaars de afgelopen maanden al zijn gekomen. Er is een – zij het vaag – akkoord over de financieringswet, er zijn afspraken over het toedelen van meer bevoegdheden aan Vlaanderen en Wallonië en zelfs een compromis over BHV ligt „binnen handbereik”, zoals Di Rupo zegt.

Waarom loopt het nu dan toch vast? „Er is een gebrek aan vertrouwen en dat was ook wel te verwachten”, zegt De Winter. „De N-VA heeft de Vlaamse onafhankelijkheid in het programma staan. De Vlaamse christen-democraten en liberalen willen van België een confederaal land maken, wat veronderstelt dat je begint met onafhankelijke staten die onderling afspraken maken.”

„Die standpunten voeden het wantrouwen aan Franstalige kant: de Vlamingen zeggen wel dat ze enkel een staatshervorming willen, maar eigenlijk willen ze het einde van dit land. Alleen de Vlaamse socialisten en groenen willen België als federale staat behouden.”

De Vlaamse partijen vertrouwen de Franstaligen ook niet. „De Franstalige positie is niet meer dan het verdedigen van de status quo. Ze vragen zelf niks en zeggen tegen de Vlamingen: willen jullie een staatshervorming, dan moeten jullie een prijs betalen. Dat voedt het wantrouwen aan Vlaamse kant. Willen die Franstaligen überhaupt wel iets veranderen?”

Een deal lijkt alleen mogelijk als er geld bij zit. Vlaanderen is rijker dan Wallonië en bovendien heeft Brussel, dat ook een gewest is, te weinig eigen middelen. Toegeven aan de Vlaamse eisen in ruil voor geld is dus een logische strategie voor de Franstaligen en zo is het bij eerdere staatshervormingen ook gegaan.

Maar de Vlamingen hebben ook op financieel gebied wensen. „Vlaams geld in Vlaamse handen, dat is een oude eis van de Vlaamse beweging”, zegt De Winter. Er wordt zelfs gesproken over de mogelijkheid om eigen belastingen te heffen. „Dat gaat in tegen het principe van de solidariteit”, zegt De Winter, die wel begrip heeft voor de angst van de Franstaligen. „In alle federale landen steunen de rijke deelstaten de armere.”

Eén opmerking uit de hoek van het CDH was voldoende om het wantrouwen de kop op te laten steken en ook hier draaide het om geld. De Vlamingen dachten net goede afspraken gemaakt te hebben over de financieringswet, tot een anonieme onderhandelaar in de Franstalige media zei „c’est reporté” (het is op de lange baan geschoven).

Die houding deed de Vlamingen direct om meer zekerheid vragen over de financieringswet. Anders zouden ze geen extra geld uittrekken voor Brussel.

Toch hebben de Vlamingen al veel bereikt, aldus De Winter. „Ook wat BHV betreft voelen de Franstaligen zich gerold. Wat nu voorligt is voor hen slechter dan eerdere voorstellen. En dan zetten de Vlamingen ook nog eens het geld voor Brussel in quarantaine. Eigenlijk hebben de Franstaligen nog niets binnengehaald.”

Vlaams onderhandelaar De Wever heeft zijn nek ver uitgestoken. „Hij is een rechtlijnige onafhankelijkheidspoliticus”, aldus De Winter. Hij weet dat iedere concessie die hij doet, slecht valt bij zijn radicale achterban. „De Vlaamse beweging heeft de neiging haar leiders te verguizen als ze toegevingen doen. Als historicus weet hij dat heel goed.”

Een zekerheid heeft België wel, in vergelijking met Nederland: er is geen alternatief voor een coalitie met PS en N-VA. Zij moeten het eens worden, anders komt er nooit een nieuwe regering en zeker geen staatshervorming. Eventueel kunnen de liberalen aanschuiven, in plaats van CD & V en CDH, maar dat zou de zaken zeker niet vergemakkelijken.

Dus moeten de onderhandelaars verder. Als ze de ’Belgische kwesties’ hebben opgelost, wacht in de formatie nog het hoofdgerecht: de enorme bezuinigingen die nodig zijn om de overheidsfinanciën op orde te krijgen. Ook die staan er veel slechter voor dan in Nederland. De Belgische staatsschuld, die jarenlang gestaag daalde, is door de crisis weer boven de 100 procent uitgekropen.

Hoe een ideologisch compleet verdeelde regering de komende jaren 25 miljard euro moet bezuinigen, is een groot raadsel. Mislukking ligt op de loer. Wat dan?

De Winter ziet het als filmscenario wel voor zich. „Als het nu misloopt en we krijgen nieuwe verkiezingen, kunnen voorstanders van de onafhankelijkheid een meerderheid krijgen in Vlaanderen. Zij kunnen dan een onafhankelijkheidsverklaring afleggen in het Vlaamse parlement.”

Op dit moment lijkt bij alle partijen nog de wil te bestaan om verder te onderhandelen. Maar De Winter behoort niet tot de optimisten die denken dat het na deze ’katharsis’ snel kan gaan. „Wij hebben geen nieuwe regering voor november of december. In Nederland zal het sneller gaan. Jullie hadden al lang een regering moeten hebben.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />