*

 

Klink legt in CDA breuk tussen macht en moraal bloot

Hans Goslinga − 04/09/10, 00:00

CDA-fractieleider Verhagen krijgt niet zijn gewenste rechtse kabinet en misschien moet zijn partij daar stilletjes wel blij over zijn. De schade die Verhagen tot nu toe heeft aangebracht was al groot.

De afgelopen week offerde hij zelfs Ab Klink, de man die in de paarse jaren als directeur van het wetenschappelijk instituut een grote rol speelde bij het revitaliseren van het gedachtengoed van het CDA. Niet de eerste de beste dus. Balkenende gaf de partij in 2001 een nieuw gezicht; de betekenis van Klink is dat hij de partij een vernieuwde ideologische ziel gaf. Het zegt veel over het meedogenloze karakter van het machtsstreven van Verhagen dat deze man nu als dissident door het politieke leven gaat.

Een kabinetsformatie is een harde strijd om de macht, waarbij vrijwel altijd slachtoffers vallen. Er moeten scherpe en moeilijke keuzen worden gemaakt, de marge voor afwijkend gedrag is minimaal. Klink handelde in strijd met de wetten van de formatie door op een verkeerd moment met de moraal op de proppen te komen. Het onvermijdelijke gevolg was dat zijn politieke toekomst in minder dan 48 uur tijd in duigen viel. Van beoogd fractievoorzitter en misschien wel toekomstig lijstaanvoerder zag hij zich teruggeworpen in de positie van afvallige. Misschien keert zijn lot nu de formatie van het rechtse kabinet van de baan is.

Over zijn status van dissident hoefde Klink zich weinig illusies te maken. Op een CDA-congres tijdens de kruisrakettencrisis eind jaren zeventig riep een vrouw uit Friesland over de tien dissidenten in de fractie: „In de oorlog wisten we wel raad met zulke verraders. Op de mestvaalt met ze!”

De politieke val van Klink was echter wel iets meer dan een geval van afvalligheid of onvermijdelijke schade in een formatieproces. In de eerste plaats stond hij niet alleen met zijn bezwaren tegen samenwerking met de PVV. Hij bevond zich in een groot en voor een deel ook illuster gezelschap van christen-democraten, onder wie drie oud-premiers, die met hem van mening zijn dat regeren met Wilders ’een onbegaanbare weg is én voor het CDA ook moet zijn’.

Vanwege die laatste toevoeging was het moeilijk Klink, de partij-ideoloog bij uitstek, als een dissident, volgens Van Dale een andersdenkende in de politiek, te beschouwen. Dat hij desondanks in die positie terecht is gekomen, zegt dan ook vooral iets over de breedte en de diepte van de crisis in het CDA, alsook over de splijtende kracht van de PVV. Het moet niet Klink, maar veeleer Verhagen als eerst verantwoordelijke man worden aangerekend dat hij het zo ver liet komen dat Wilders een wig kon drijven in de partij.

In de jaren zeventig poogde de PvdA van Joop den Uyl en Ed van Thijn het christen-democratische midden te breken door het aanscherpen van de tegenstelling tussen links en rechts, progressief en conservatief. Hun veronderstelling was dat de polarisatie de christelijke kiezers tot een keuze zou dwingen.

Die vlieger ging niet op en sorteerde zelfs het averechtse effect dat katholieken, hervormden en gereformeerden op één hoop werden gedreven. De PvdA droeg aldus bij aan de totstandkoming van het CDA, dat zich met succes als een eigen weg presenteerde – in de woorden van de eerste aanvoerder Van Agt: we buigen niet naar rechts, we buigen niet naar links.

Het leek erop dat Wilders nu voor elkaar zou krijgen wat Den Uyl destijds niet lukte. Wat het drama-Klink vooral heeft laten zien is dat in het CDA de afstand tussen macht en moraal een kritische grens is gepasseerd. Daardoor staat de partij in de aanhoudende polarisatie over de immigratie en de positie van de islam uitermate zwak. Niet voor niets constateerde Klink in zijn brief aan partijbestuur en fractie dat de dieptelaag van de motieven er in de politiek toe doet. „Beleid voeren is meer dan een programma; er spreekt een houding uit. Als motieven onhelder worden, raakt dat de samenleving.”

De oorzaak van de crisis in het CDA ligt in de achterliggende periode. De missiedrang van de generatie-Balkenende verkeerde allengs in een politiek van louter machtsbehoud, met als vertrouwde kenmerken het smoren van intern debat, het vermijden van lastige kwesties, zoals het vraagstuk van de integratie en het verdacht maken van elk tegengeluid. Zelfs de meest toegewijde partijgangers werden bij de geringste kritiek voor deloyaal uitgemaakt – de stalinistische CPN was er niks bij.

De kritiek vanuit de partij op Klink slaat dan ook in alle gevallen op de partij zelf terug, die het allemaal heeft laten gebeuren, geen tijd neemt voor bezinning en telkens weer de vlucht naar voren kiest. Volgens de wetten van de machtsstrijd handelde Klink naïef en onverstandig, maar veel ernstiger in structurele zin is dat zich op zo’n cruciaal moment in het formatieproces zo’n wezenlijk verschil in visie tussen de twee onderhandelaars van het CDA openbaarde. Hier wreekte zich in volle hevigheid de zonde van de nalatigheid.

Het ziet er nu naar uit dat het CDA in de oppositiebanken de kans krijgt zich na acht jaar regeermacht op zijn positie en koers te beraden. Ab Klink blijkt achteraf een beslissende rol te hebben gespeeld. Verhagen overspeelde in het streven aan de macht te blijven eenvoudigweg zijn hand.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />