*

 

’Bob Dylan blijft authentiek’

Seije Slager − 07/09/10, 00:00

Ernst Jansz vertaalde voor zijn nieuwe cd twaalf nummers van Bob Dylan in het Nederlands. Sommige teksten begrijpt hij nog steeds niet helemaal. „Gelukkig maar.”

  • Ernst Jansz: 'Ik geloof niet dat Bob Dylan zo ongrijpbaar is als mensen denken.' (FOTO MARK KOHN)
    Ernst Jansz: 'Ik geloof niet dat Bob Dylan zo ongrijpbaar is als mensen denken.' (FOTO MARK KOHN)

De afgelopen jaren zag de vrouw van Ernst Jansz haar man veelvuldig voor zich uit kijken. „O jee, hij is weer aan het staren, zei ze dan”, vertelt Jansz. Dan was hij weer op een moeilijke tekst aan het kauwen.

Het begon ermee dat hij wat oude Engelse nummers van zichzelf in het Nederlands vertaalde, bij een gelegenheid een keer een nummer van Dylan zong, en dat ook eens probeerde te vertalen. En toen was er ineens een project geboren, waar hij zich vol overgave op stortte. Sinds deze week ligt de nieuwe cd van Ernst Jansz in de winkels, met twaalf vertaalde nummers van Dylan.

Het is de muziek uit zijn tienerjaren. „Thuis werd er alleen maar naar klassieke muziek geluisterd, en krontjong. Kennismaken met Dylan was ingrijpend, het was anders dan andere pop. Dylan bracht ook de poëzie in de popmuziek”, herinnert Jansz zich, „of misschien was het wel andersom.”

Niet dat de jonge Jansz alle teksten van Dylan gelijk begreep; het zijn vaak associatieve, poëtische koortsdromen, waarin allerlei zinsbegoochelende beelden en mysterieuze personages over elkaar heen buitelen. Maar ze raakten wel een snaar. „Soms verstond je ineens een paar zinnen, die in je hoofd bleven haken.”

Maar dat mysterie, waarmee de teksten omhuld zijn, dat is juist een van de aantrekkelijkste kanten van de muziek van Dylan. En bij het vertalen merkte Jansz af en toe, dat het mysterie hem door de vingers dreigde te glippen.

„Bijvoorbeeld bij een nummer als ’Just Like A Woman’. Een prachtig nummer, maar dat is het ook door de hypnotiserende opeenvolging van Engelse klanken in het origineel. Toen ik dat aan het vertalen was, leek dat ineens weg. Ik vond het pijnlijk. Wat was ik aan het doen? Toch heb ik me op zulke momenten steeds gedwongen om door te zetten. En aan het einde bleek dat mysterie dan toch weer terug te keren, dat is het mooie van die teksten.”

Veel van Dylans charme schuilt ook in de herhaling, in de mantra-achtige kwaliteit van de muziek. „Zo’n nummer als ’Desolation Row’ heeft een simpel, maar heel knap akkoordenschema, dat je automatisch tien minuten lang in een trance houdt. En in ’Visions of Johanna’ blijft hij maar op dezelfde uitgang rijmen. Toen ik in mijn vertaling bij het zesde rijmwoord op –aar was beland, vroeg ik me ineens bang af of ik niet een soort Drs. P aan het worden was. Maar het kon uiteindelijk wel.”

Andere nummers vielen wel af doordat ze in het Nederlands niet overkwamen. ’I Want You’ bijvoorbeeld. „Een van mijn favoriete nummers van hem. Maar de hele tijd ’Ik wil jou – tu tu tu du tu tu – ik wil jou’ zingen, dat werkte niet. Het is heel erg afhankelijk van of je een mooi beeld vindt bij zulke repetitieve teksten.”

Dat lukte hem wel bij ’Desolation Row’, dat in de vertaling van Jansz ’De Verlorenstraat’ heet. „Een lied vol apocalyptische beelden, waarin allerlei randfiguren langskomen. ’De Verlorenstraat’ was eigenlijk de werkvertaling waar ik mee begon, maar ik vond het eerst nog wat gewoontjes klinken. Ik heb straatnamenregisters van allerlei steden erbij gepakt, en stuitte op prachtige straatnamen. De Tijdverloren Wetering, de Kostverlorenstraat. Maar naarmate ik het nummer beter leerde kennen, kwam ik er achter dat het zich grotendeels buiten ’Desolation Row’ afspeelt. Er komen agenten in voor, die zich in fabrieken van ’hartaanvalmachines’ bedienen opdat niemand naar ’Desolation Row’ ontsnapt. Kennelijk is dat dus ook een soort toevluchtsoord, een plek van een zekere geborgenheid. Daar paste dat ’Verlorenstraat’ beter bij.”

Bij dit verhaal dringt zich meteen de vergelijking op met Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, die een paar jaar geleden alle Dylanteksten al eens in het Nederlands vertaalden. ’Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again’ werd bij hen ’Weer vast in Meppel met die Twentse blues van mij’. In Trouw zeiden ze dat ze er wat ’valse romantiek vanaf hadden geveegd’.

Jansz: „Ik heb die vertalingen bewust niet gelezen, om me niet te laten beïnvloeden. Maar wat is valse romantiek? Alle romantiek is uiteindelijk vals, maar als het in zo’n liedje zit, waarom zou je het er dan uithalen? Om er dan Meppel van te maken

Ik ben eerder geneigd om het juist groter te maken. Zoals die verzekeringsagenten in ’Desolation Row’. Dat paste niet in het rijm, dus toen heb ik er maar ’verzekeringsmagnaat’ van gemaakt. Ja, als ik dan toch bezig ben, dan maar gelijk groot. Ik hou van popsongs die dingen groter maken dan ze zijn. Als het over een ruzie in een relatie gaat, maar tegelijkertijd de hele wereldproblematiek erbij betrokken wordt, en het dus over alle ruzies overal gaat.”

Wat opvalt in de selectie van de nummers is dat ze bijna allemaal uit de jaren zestig stammen. Jansz: „Ja, dat is de muziek van mijn jeugd, daar heb ik het meeste mee. Maar als ik nu terugkijk op die selectie, dan zit er een verhaal in. Van een jongen, die verliefd wordt op een meisje. Dan gaat het uit, hij gaat verder, ontmoet een andere vrouw. Intussen wordt hij beroemd, en uiteindelijk betaalt hij de tol van de roem en keert hij terug naar dat eerste verlangen.”

Is dat Jansz’ visie op de ontwikkeling van Dylan? „Ja, zo zou je dat kunnen noemen.”

Dat is dan wel een eenduidig verhaal, vergeleken met bijvoorbeeld de Dylan-film ’I’m not there’, waarin zes acteurs zes verschillende Dylans spelen, en zo vooral de nadruk leggen op de fundamentele ongrijpbaarheid van het fenomeen Dylan.

„Ik geloof niet dat hij zo ongrijpbaar is als mensen denken. Hij is heel eerlijk. Mensen vinden hem waarschijnlijk ongrijpbaar omdat hij authentiek blijft, en zichzelf niet stileert. Dat zie je ook bij zijn concerten. Dat zijn welbeschouwd flutoptredens: je ziet een gebogen man op het podium, die wat zit te pielen, en zijn liedjes nooit zo zingt als de mensen ze willen horen. Dat vinden mensen moeilijk te plaatsen. Maar daardoor zijn het juist prachtige concerten.”

Dat Jansz een duidelijke visie op Dylan heeft ontwikkeld, en jaren bezig is geweest met zijn teksten, wil niet zeggen dat hij Dylan nu volledig doorgrondt. Uiteindelijk wijkt het mysterie niet helemaal. „Als ik naar zijn muziek luister, dan kom ik nog altijd tekstfragmenten, coupletten, beeldspraken tegen die ik niet goed begrijp. Gelukkig maar.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />