Rond de Doornse Kaap wemelt het deze weken van de paddestoelen, met de meest vreemde namen. Hé, een giftige vezelkop!
’Hé kleine stinkzwam, loop eens even door!” „Ach, meelkop, hou je mond.” Giftige vezelkop! Gordijnzwam! Bloeddruppelstekelzwam! Varkensoor! Deze wandeling dreigt helemaal uit de hand te lopen. Met een paddestoelengids in de hand gaat het door de heuvels van Doorn, en elke keer als er iets kleurigs uit de bodem is geschoten, vertelt het boekje welke naam de schimmel heeft.
Kale knoflooktaailing bijvoorbeeld, ridderzwam, of dennenslijmkop. Stobbezwammetje is ook zo¿n mooie. Hoe meer namen je leest, hoe sterker de behoefte wordt deze als een scheldwoord door het bos te gooien. Parasolzwam! Wie zou al die prachtige namen hebben bedacht?
De auto is op de parkeerplaats van uitspanning Helenaheuvel in Doorn blijven staan, de plek waar vroeger de paarden letterlijk werden ’uitgespannen’. Ze kregen een bak haver en wat water, terwijl de ruiter binnen aan de maaltijd ging. Van de heuvel gaat het naar beneden, het oude stroomdal in. En meteen dienen de paddestoelen zich aan. We rennen van rode plukjes naar witte kringen, en vergeten het pad helemaal. Wat een goed paddestoelenjaar! Wat zijn er veel, en zo groot. Er staan veel soorten, maar de vliegenzwam lijkt het meest voor te komen.
Paddestoelen spreken tot de verbeelding. In Nederland komen ze vooral voor in kinderboeken, als huisje voor kabouters. Maar de Romeinen vereerden de paddestoel, omdat deze in hun ogen zo geheimzinnig was. Ze leken vooral ’s nachts te verschijnen en hadden geen voedsel nodig. In Midden- en Zuid-Amerika worden de paddestoelen gegeten door plaatselijke genezers die er licht van in het hoofd worden. Ze hallucineren, noemen ze dat, en krijgen allemaal waanbeelden die ze gebruiken bij de genezing van anderen of voorspellingen van de toekomst. Hetzelfde gebeurt nu nog in Europa. Jongeren eten soms hallucinerende paddo’s uit speciale winkels om een lekker gevoel te krijgen. Maar sommigen worden er zo gek van dat ze uit het raam springen. Afgelopen jaren zijn er in Nederland al diverse mensen aan paddo’s overleden.
In de Middeleeuwen dachten de mensen in Nederland dat paddestoelen met hekserij te maken hadden. Soms groeien ze in cirkels en in die tijd dachten ze dat heksen op die plaatsen hun kunsten hadden vertoond. Daarom noemden ze die cirkels van paddestoelen ook heksenkringen. In Engeland waren ze minder bang, en noemden ze zo’n cirkel fairy-ring, in het Nederland vertaald: feeënkring. Ze dachten dat de paddestoelen de voetstappen van in een kring dansende feeën volgde. Dat klinkt al een stuk vriendelijker.
Eerst het pad maar eens terugvinden, want zo lukt het nooit om bij de uitzichttoren op de Doornse Kaap uit te komen. Kun je paddestoelen nou eten, gewoon als voedsel, is de vraag op het zandpad naar boven. Ja en nee. Sommige wel, en sommige beslist niet. De champignon bijvoorbeeld is verheven boven alle twijfel, zeker als ie in het blauwe bakje in de koelvitrine van de supermarkt ligt. En de oesterzwam en shiitake ook. In het bos zul je eerder eekhoorntjesbrood tegenkomen, kastanjeboleten en cantharellen. Allemaal eetbaar. Alleen is steeds de vraag: hoe weet je nou zeker dat je een kastanjeboleet te pakken hebt, en geen kleverige knolamaniet? Want die laatste is weer hartstikke giftig. Misschien is het beter om alleen maar paddestoelen van de markt of uit de winkel te eten. Dan blijven de wilde uit het bos staan voor de volgende wandelaar. Ha, daar is de toren. Al honderd jaar draagt de heuvel een uitzichttoren, maar deze stamt uit 2005 en is van hout en staal. Hij is maar liefst 25 meter hoog – daarboven is natuurlijk geen paddestoel te zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.