*

 

Dat zit er bij ons niet in

05/09/10, 10:12

‘Dat zit er bij ons niet in’ luidt de gevleugelde uitspraak van ons mam. Of het nu gaat om een wiskundeknobbel, balgevoel, grote borsten of krullen, dat maakte niet uit. Het zit er bij ons niet in, bleef ons mam haar mantra herhalen en zo schiep ze onze meest intieme band: wij tegenover de buitenwereld waar mensen lachten, muziek maakten en op vakantie gingen, waar kinderen konden zwemmen en tennissen en een gezonde bruine kleur hebben en hagelwitte tanden.

Wij waren anders, buitenstaanders. Wij wisten nooit wat er in de wereld te koop was. Ik had altijd de verkeerde kleren aan, kwam overal te laat en toen mij op school ter ore kwam dat Sinterklaas niet bestond, schaamde ik me diep; dat iedereen dat al weer weet, dacht ik, iedereen behalve bij ons thuis.

‘Wie het hebben wil, neemt het maar mee,’ was het eerste wat ons mam zei toen ik in het ziekenhuis werd geboren.

‘Maar het is zo’n mooi meisje,’ zei de verloskundige verontwaardigd, ‘waarom bent u niet blij?’

‘Het wordt me allemaal teveel,’ zei ons mam en begon te klagen. Ze had al een boerderij, een moeilijke man die nooit wat zei en ook nog zes zonen.

Nog jaren heb ik gefantaseerd dat de verloskundige zich zou bedenken en me alsnog zou komen halen, of anders één van de verpleegsters of wellicht de dokter zelf. Misschien dat ik dan ook een echte naam zou krijgen en niet alleen een doopnaam die mijn broers alleen al als extraatje hadden gehad.

Hoewel we thuis met zijn zevenen waren, was ik veel alleen. Terwijl mijn broers keet trapten in de jongenskamer, zat ik te kniezen in de meisjeskamer. Als er gevoetbald werd, was ik reserve, en zodra ik zes was, moest ik als enige naar de meisjesschool op het dorp, waar ik ook al geen aansluiting vond. Integendeel.

‘De enige manier om vrienden te krijgen, is er één te zijn,’ zei ons mam, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik kan wel in mijn eentje van iemand houden zonder dat die persoon van mij houdt, ik kan zelfs in mijn eentje tot over mijn oren verliefd worden op iemand, maar ik kan niet in mijn eentje besluiten om vrienden met iemand te worden. Juist in de vriendschap moet de liefde van twee kanten komen.

Problemen moet je in stukken hakken, leerde ik tijdens wiskundeles, zodat je ze kunt overzien, en dat was tenminste een wijsheid waar je wat aan hebt. Meneer Peter heette de onderwijzer die dat vertelde en ik was meteen tot over mijn oren verliefd. Juffrouw Hermien was ook erg aardig en ook op haar werd ik verliefd. Ik heb altijd een zwak voor aardige mensen gehad.

Juffrouw Hermien vertelde over de Derde wereld en dat daar kinderen waren met hele dikke buiken en dat dit van de honger kwam. Die kinderen waren pas zielig. Ik vatte weer moed. Op mijn twaalfde smeekte ik of ik naar de tandarts mocht net als iedereen en op muziek en naar de kapper.

‘Nooit zal je worden als de rest,’ waarschuwde ons mam, maar ik kreeg mijn zin. Naar muziek mocht ik dan wel niet, maar wel naar de tandarts en op turnen, iets waar ik overigens niet goed in bleek te zijn en in de tweede les brak ik mijn arm.

‘Zie je wel,’ snoof ons mam en schudde haar hoofd, ‘dat soort dingen is niks voor ons.’ Alsof je in het diepe valt terwijl je niet kunt zwemmen.

Met hangen en wurgen struikelde ik door het leven, snakkend naar lucht en op mijn vijftiende leerde ik de mannen kennen. Door hen voelde ik me geliefd of in ieder geval begeerd en het verschil vond ik verwaarloosbaar. Op mijn zestiende raakte ik zwanger.

‘Ik betaal de abortus wel,’ zei mijn vriendje spontaan toen ik hem trots over mijn zwangerschap vertelde. Verbijsterd heb ik geweigerd. Ik ging op kamers, kreeg mijn kind en vond een baan. Ons mam was des duivels.

‘Mensen met onze genen zouden eigenlijk geen kinderen moeten kunnen krijgen,’ zei ze aan de telefoon nog voordat ze mijn dochter gezien had. Ze is altijd meer eerlijk dan aardig geweest.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />