Uit onderzoek naar radicalisering onder jeugd blijkt: negeer extreme denkbeelden bij kinderen niet.
Marco hield een spreekbeurt waarin hij de Holocaust ontkende, Rachid kopieerde op school een handleiding om zelf bommen te maken en iedereen wist ervan. Er waren duidelijke signalen dat de jongens radicaliseerden, maar leraren namen geen contact op met hun ouders.
Maar ook ouders negeren signalen. Ze halen hun schouders op over radicale standpunten van hun kinderen, met sterk linkse, rechtse of islamitische idealen. ’Dat is hun mening’, of, ’laten we elkaar respecteren in wat we denken, dan is het goed’, wordt thuis vaak gezegd om de lieve vrede te bewaren. „Dat is een verkeerd signaal. Het gaat om morele kwesties die om discussie en constante aandacht vragen”, staat in ’Idealen op drift’, een onderzoek naar radicaliserende jongeren dat vandaag wordt gepresenteerd.
Radicalisering wordt sinds de terroristische aanslagen in 2001 en de politieke ontwikkelingen sindsdien, gezien als een veiligheidsrisico. Dat is logisch, maar niet verstandig, zeggen hoogleraar opvoedkunde Micha de Winter, criminologe Marion van San (bijzonder hoogleraar jeugd en educatie, Universiteit van Utrecht) en Stijn Sieckelinck (pedagoog en opvoedingsfilosoof) in hun onderzoek. Zij denken dat opvoeding ingezet moet worden als ’wapen’ tegen radicalisering.
De onderzoekers interviewden zestien jongeren die radicaliseerden, tot neonazi, moslimfundamentalist, kraker of dierenactivist. Voor de een is de ultieme droom het martelaarschap, voor de ander een ’raszuiver’ Europa. Vaak verliep het ontwikkelingsproces van een maatschappelijk bewogen tiener tot een jongere met extreme idealen razendsnel. Internet voedt de ideeën en er is niemand die ze ter discussie stelt. Ouders ontkennen, berusten of tillen er niet zo zwaar aan, stellen de onderzoekers.
Op scholen wordt de discussie eveneens vermeden. Er is volgens de onderzoekers ’handelingsverlegenheid’, men weet niet hoe te reageren. Of reageert verkeerd. Door de extreme denkbeelden van een leerling te negeren, hem in de hoek te te zetten – ’uit angst dat hij de rest van de klas besmet’ – of te schorsen. Maar de fanaticus wil volgens de onderzoekers niets liever: dat legitimeert zijn gedrag en als hij zich in de hoek gedrukt voelt zal hij zich sneller afkeren van school, zijn toevlucht nemen tot internet en daar ’onder elkaar’ verder radicaliseren.
Het onderzoek was een initiatief van Forum, instituut voor multiculturele vraagstukken. „Wij vragen aandacht voor deze groepen die tussen de wal van de tekortschietende opvoeding en het schip van de hoge verwachtingen over hun toekomst dreigen te raken”, zegt voorzitter Sadik Harchaoui. „Dit onderzoek breekt een lans voor een pedagogische benadering. We moeten inzicht krijgen in de gewetensnoden en identiteitsconflicten waarmee radicaliserende jongeren en hun omgeving – hun ouders, familieleden, school en professionals in het welzijnswerk – worstelen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.