*

 

Een slechte fotokopie

Wim Boevink − 14/09/10, 00:00

Ivan Demjanjuk zat op de rand van zijn bed en dronk een bekertje water. We keken met z’n allen toe, de rechters, de advocaten, het publiek op de tribune. De zitting stond op punt van beginnen.

Of meneer Demjanjuk misschien wilde gaan liggen of liever bleef zitten, vroeg rechter Ralph Alt, voorzitter van de rechtbank, beleefd. Zijn tolk vertaalde de vraag. Meneer Demjanjuk wilde liever gaan liggen. Twee ambulancebroeders hielpen de stijf geworden negentigjarige in een liggende positie.

We konden beginnen aan de zoveelste zittingsdag in het proces, een dag die gevuld werd met het voorlezen en in ogenschouw nemen van documenten die de rechtbank voor het proces relevant achtte.

Die documenten bestonden uit een reeks van fotokopieën van persoonsbewijzen van kampbewakers in dienst van de SS, de meesten Oekraïens van geboorte en opgeleid in het kamp Trawniki – kortom, mensen zoals Ivan Demjanjuk: als Ivan Demjanjuk destijds werkelijk in dienst van de SS is geweest.

Die indiensttreding wordt natuurlijk door Demjanjuks verdediger, Ulrich Busch, op alle mogelijke manieren aangevochten. Een van die manieren is zijn herhaalde verklaring dat die zogenaamde belastende documenten, Dienstausweis 1393 en ander bewijsmateriaal, allemaal vervalsingen zijn van de KGB, de geheime dienst van de toenmalige Sovjet-Unie – waar vrijwel alle documenten aangaande Trawniki werden gevonden. En nu hekelde hij het feit dat we in de zaal ook nog genoegen moesten nemen met 'fotokopieën', gemaakt van originelen die misschien niet eens origineel waren.

En het waren, zo viel waar te nemen, nog slechte fotokopieën ook, zoals ze op de wand geprojecteerd werden, met veel zwarte vlekken door overbelichting, vlekken die overigens het sinistere voorkomen van de documenten alleen maar leken te vergroten. Zelden zag je zoveel gemene zwart-wit-tronies boven een zwart uniformjasje – groezelige schimmen uit een dodenrijk.

Maar de rechtbank las meer documenten – in fotokopie – voor, die mogelijk een samenhang hadden met die persoonsbewijzen. Daaronder waren overplaatsingslijsten, met nog meer namen van Oekraïners en anderen, op hun carrousel door de Holocaust, naar Ravensbrück, Sachsenhausen, Lublin-Majdanek, Mauthausen, Auschwitz, Treblinka, Sobibor. Ook de echtheid van deze lijsten vocht Busch aan, en hij had een punt met een document, gedateerd op 12 februari 1944, waarin een groepje kampbewakers uit Trawniki naar Sobibor wordt gestuurd. Sobibor bestond toen al niet meer: het werd eind ’43, na de opstand, door de SS met de grond gelijk gemaakt.

Weer andere documenten uit SS-bestanden betroffen gerapporteerde vluchtpogingen van kampbewakers. Zoveel waren het er, dat het overtuigend leek dat ook iemand als Demjanjuk de weg van de desertie had kunnen kiezen om zich aan het wrede dienstverband te onttrekken. Misschien is dat de relevantie ervan voor de rechtbank, maar kan men zo in iemands laarzen staan?

mailIcon print |