Hij kijkt een beetje neerbuigend op ons neer vanonder zijn grote hoed; vriendelijk, maar met het air van een man die weet wat hij waard is.
Jan Six (1618-1700), vriend en weldoener van Rembrandt, was een man van de wereld: burgemeester en groot kunstliefhebber. Zijn portret uit 1654 is maar zelden in een museum te zien. Het is particulier bezit en hangt doorgaans in het huis van Jan Six de tiende, rechtstreekse afstammeling van de geportretteerde.
In 2008 sloot de familie Six een overeenkomst met de staat over ruimere steun voor het onderhoud van hun huis aan de Amstel in Amsterdam en imposante kunstcollectie. In ruil daarvoor leent de familie eens per twee jaar het portret uit aan het Rijksmuseum. Eerder was het portret hier te zien in 1956 en in 1984. In 2007 hing het even in het Mauritshuis. Het portret van Six wordt algemeen beschouwd als een van Rembrandts beste werken. Opvallend is de losse schilderstijl: de verf is er met dikke penselen opgestreken, wat goed te zien is aan de gele tressen op de rode mantel en de handen en handschoenen. In deze periode van zijn leven probeerde Rembrandt veel uit, op zoek naar een nieuwe stijl. Het licht speelt een minder prominente rol dan in veel vroegere werken, zijn manier van schilderen wordt minder precies, bijna impressionistisch. Dat geeft het werk een terloopsheid, die weer goed past bij de afbeelding: een man die net zijn handschoenen staat aan- of uit te trekken.
Six heeft zich niet laten schilderen in het kostuum van de stadsbestuurder, maar draagt een grijs rijkostuum met een opvallende rode mantel.
„Hij was een echte bon vivant,” zegt Six over zijn voorvader. „Hij hield van het leven.” Hij was ook een goed voorbeeld van de Renaissance-mens die hier in de zeventiende eeuw opkwam. Zij streefden naar kennis van wetenschap, letteren en kunst. Ze zochten naar welsprekendheid in taal en manieren. En dit alles moest op haast achteloze wijze worden getoond.
Een ander portret van Six, een ets van Rembrandt uit 1647, ook te zien op de expositie, laat deze houding zien. Six leunt nonchalant tegen de vensterbank, terwijl hij een manuscript leest. Aan de muur een pronkzwaard om zijn hoge maatschappelijke status te onderstrepen en een schilderij als teken van zijn kunstlievendheid; op een stoel een stapel boeken – symbool van belezenheid.
In een eerste schets voor de ets staat Six in een lange jas, met een hond die tegen hem opspringt. Dat vond Six kennelijk te weinig flatteus. In de ets gaat hij stijlvol gekleed en gaat de aandacht uit naar zijn intellectuele interesses.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.