Ouderenmishandeling is een verborgen probleem en komt doorgaans per toeval aan het licht. Het gaat lang niet altijd om fysiek geweld. Vaak begint de mishandeling met financiële uitbuiting. Gerda Krediet, sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, schreef er een boek over.
Geschonden vertrouwen. Dat is volgens Gerda Krediet wat ouderen het ergste vinden als blijkt dat iemand met wie ze een vertrouwensband hadden, er met hun geld vandoor is gegaan. „Ook voor familieleden is het wrang wanneer ze ontdekken dat de dader hen de toekomstige erfenis op een sluwe manier heeft afgenomen.”
Bij ouderenmishandeling denken mensen al snel aan slaan, vastbinden of opsluiten van ouderen, vertelt Krediet. „Vaak begint mishandeling met financiële uitbuiting, geregeld gevolgd door psychische druk, verwaarlozing en het isoleren van de buitenwereld.”
Gerda Krediet (65) uit Rotterdam werkte tien jaar als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij het Meldpunt Ouderenmishandeling van de GGD Rotterdam – Rijnmond. Over haar ervaringen schreef ze het onlangs verschenen boek ’Ouderenmishandeling’, waarin vijftien schokkende verhalen staan van ouderen die soms langdurig mishandeld worden door een (klein)kind, een neef of nicht, maar ook door hulpverleners. Fysieke en psychische mishandeling, verwaarlozing, financiële uitbuiting, het komt allemaal aan bod.
Krediet heeft een naam bedacht voor financiële uitbuiting van ouderen. „De werkwijze van daders die ouderen isoleren van de buitenwereld om het hele vermogen in de wacht te slepen, noem ik het Magda-syndroom.”
De naam Magda is ontleend aan het boek ’Ik laat je nooit in de steek’ van sportjournalist Philip Kooke, waarin hij beschrijft hoe een dader, Magda, zijn dementerende vader isoleert en hoe zij, met medewerking van de notaris, met zijn kapitaal aan de haal gaat.
Het Magda-syndroom voldoet volgens Gerda Krediet aan drie kenmerken. „De dader zorgt ervoor de volledige controle te krijgen over de oudere. Daarnaast stelt hij of zij familie en bekenden in een kwaad daglicht om hen buiten te sluiten. Dat doet hij door de oudere te indoctrineren en ruzie te maken met de familie en bekenden die vervolgens niet meer komen. Ten derde sleept hij successievelijk het hele vermogen in de wacht door met pasje en pincode, ook vaak via internetbankieren, grote bedragen over te boeken op de eigen rekening; het laten passeren van een testament ten gunste van zichzelf en soms door het sluiten van een huwelijk.”
In haar boek beschrijft Krediet hoe ze ternauwernood voorkwam dat een 48-jarige vrouw met haar vermogende, dementerende 95-jarige stiefvader trouwde. Het stel was al in ondertrouw gegaan. Bij de ambtenaar van de burgerlijke stand was geen lampje gaan branden.
Uitstel, en uiteindelijk afstel van het huwelijk kon bewerkstelligd worden doordat de betrokken huisarts en psychiater snel met een verklaring kwamen ’dat meneer niet in staat geacht kan worden om zijn belangen naar behoren waar te kunnen nemen’. Kort daarna is hij onder curatele gesteld en opgenomen in een verzorgingshuis. Tot zijn eigen tevredenheid en tot opluchting van zijn kinderen, die door de stiefdochter bij hun vader werden weggehouden.
Ouderenmishandeling is volgens Krediet nog steeds een verborgen probleem. „Het komt doorgaans pas bij toeval aan het licht of door een ontstane crisis. De hulpverlening moet daar op gericht zijn”, vindt Krediet. In het tweede deel van haar boek geeft ze professionele hulpverleners praktische informatie over hoe en wanneer in te grijpen bij ouderenmishandeling.
Krediet: „Door de jaren heen heb ik me verdiept in de motieven en achtergronden van zowel slachtoffers als daders. Ik luister naar hen met al mijn zintuigen. Het slachtoffer staat centraal, maar ook omstanders, zoals familieleden, hebben vaak hulp nodig. Achter de mishandeling gaan soms hele familie-intriges schuil, Dat is ook de reden dat ik een dader niet mag veroordelen. Dat is soms moeilijk, maar ik heb het wel geleerd. De rechter oordeelt. Als het de oudere ten goede komt, kan aangifte gedaan worden bij de politie”, legt Krediet uit.
Niet dat dit laatste veel zoden aan de dijk zet. In haar boek beschrijft ze drie gevallen van oplichting, waarvan met professionele begeleiding aangifte werd gedaan bij de politie.
Een alleenstaande man van 95 wordt voor 50.000 euro bestolen door een aan huis komende prostituee; een 83-jarige weduwnaar wordt 36.000 euro lichter gemaakt door zijn eigen dochter onder het mom van een ’lening’; een 83-jarige man met een lichte verstandelijke beperking machtigt de kruidenier om de hoek, waardoor er in negen maanden tijd 11.500 euro van zijn rekening verdwijnt.
In al deze gevallen bleek de bewijslast onvoldoende om tot vervolging over te gaan. Het slachtoffer had ooit een handtekening gezet onder een (notariële) volmacht, of zou het geld ’geleend’ hebben aan de dader.
Behalve dat de oudere met lege handen achterblijft, kan aangifte doen ook psychisch belastend zijn. Krediet: „Vooral als het om een familielid gaat, bijvoorbeeld een kind. Als er dan geen strafvervolging ingesteld wordt, dan is al het werk dat de oudere gedaan heeft om aangifte te doen voor niets geweest. Hij of zij wordt opnieuw het slachtoffer, nu van het rechtssysteem.”
Hulpverleners vinden wellicht hun weg in het nemen van verdere stappen als ze voelen dat er iets niet pluis is, maar waar kunnen bezorgde familieleden en bekenden terecht? Waarom bestaat er niet één centraal meldpunt? Gerda Krediet zucht: „In 1998 is er voor het eerst onderzoek gedaan naar ouderenmishandeling en is het op de politieke agenda gezet. Daarna zijn er landelijk meldpunten opgericht. In 2000 is het meldpunt bij de GGD Rotterdam begonnen. Toen in 2005 de advies- en steunpunten huiselijk geweld kwamen, vond de politiek dat de ouderenmishandeling daar ook ondergebracht moest worden en gingen de specifieke meldpunten voor ouderenmishandeling op de schop.”
Een gemiste kans, vindt Krediet. „Mensen associëren financiële uitbuiting niet met huiselijk geweld en doen daarom geen melding bij advies- en steunpunten. Bovendien worden volgens haar in die centra vooral maatschappelijk werkers ingezet, die niet de expertise in huis hebben om efficiënt en effectief in te grijpen bij meldingen van ouderenmishandeling, zoals financiële uitbuiting. „Het gaat vaak om ouderen die ziek zijn, zowel lichamelijk als psychisch. Dat maakt dat deze meldingen zo complex zijn. Daarom heb je mensen nodig die medisch-verpleegkundig zijn opgeleid. Want die kunnen een goede analyse maken en het slachtoffer daadwerkelijk helpen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.